Servië wil VN-hof `niet slaafs' volgen

De toekomstige Servische premier, Vojislav Koštunica, heeft gisteren in het parlement zijn ministersploeg voorgesteld en zijn programma gepresenteerd en daarbij duidelijk gemaakt dat hij de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal wil beperken.

Koštunica gaat een minderheidsregering leiden die kan rekenen op de steun van zijn eigen Democratische Partij van Servië (DSS), die tien van de negentien ministersposten krijgt, de partij van radicale hervormers G17 Plus (vijf ministersposten) en de nationalistisch-monarchistische coalitie SPO-NS (drie portefeuilles). In het parlement heeft de regering de steun van 109 van de 250 parlementariërs en is ze – tot ongenoegen van de internationale gemeenschap – afhankelijk van de steun van de socialisten, de partij van Slobodan Miloševic.

Koštunica zei dat de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal ,,in twee richtingen'' moet verlopen en ,,niet slaafs'' zal zijn. Hij wil Servische verdachten van oorlogsmisdaden in eigen land berechten in plaats van ze uit te leveren en hij wil met het Joegoslavië-tribunaal praten over de vraag of veroordeelde Serviërs hun straf in Servië mogen uitzitten. In een eerste reactie noemde de woordvoerder van het Joegoslavië-tribunaal, Jim Landale, die uitlatingen gisteren ,,teleurstellend en betreurenswaardig'' omdat ,,alle staten verplicht zijn met het tribunaal samen te werken''.

In de nieuwe regering worden Miroljub Labus en Mladjan Dinkic, radicale hervormers en de leiders van G17 Plus, respectievelijk vice-premier en minister van Financiën. Die benoemingen zijn internationaal verwelkomd. Minister van Economie wordt de pas tot parlementsvoorzitter gekozen Dragan Maršicanin, van Koštunica's DSS.

Controversieel is de kandidaat-minister van Justitie, Zoran Stojkovic. Hij was de rechter die nog in 1984 – jaren na de dood van Tito – zes dissidenten tot gevangenisstraffen veroordeelde wegens zogenoemde `verbale delicten', een indertijd zeer vaag omschreven vergrijp waarmee politiek onwelgevallige personen zonder moeite naar de gevangenis konden worden gestuurd. De zes dissidenten hadden gepleit voor vrije vakbonden. In 1998 werd voor het laatst in Servië een boek verboden – door rechter Stojkovic. (VIP)