Noord-Korea

Het is een halve waarheid van Ivo H. Daalder (NRC Handelsblad, 24 februari) om te vermelden dat in 1994 met Noord-Korea alleen maar was afgesproken om het programma voor plutoniumproductie te bevriezen.

Gaf dat Noord-Korea het recht om stiekem de alternatieve weg van de uraniumverrijking in te slaan? Nee, in tegenstelling tot wat Daalder suggereert is de uraniumroute om twee redenen ook in strijd met het onder Clinton in 1994 gesloten Agreed Framework, omdat Noord-Korea zich daarbij verplichtte tot (1) lidmaatschap van het non-proliferatieverdrag, wat ongecontroleerde uraniumverrijking uiteraard verbiedt en (2) uitvoering van de twee jaar eerder gesloten gemeenschappelijke verklaring over de denuclearisering van het Koreaanse schiereiland, waarin staat dat ,,Zuid- en Noord-Korea geen nucleaire opwerkings- en uraniumverrijkingsfaciliteiten zullen bezitten''.

De veelbelovende diplomatie voorkwam helaas ook niet dat Noord-Korea ballistische raketten in de richting van Tokio begon af te schieten en in 1999 het recept van chantagediplomatie nog maar eens met succes beproefde door het aan de grond houden van raketten te ruilen tegen Amerikaanse voedselhulp.

Bood Noord-Korea kortgeleden aan zijn kernprogramma te bevriezen en wees de Amerikaanse regering dat aanbod af? Andermaal een halve waarheid, want minister Powell was niet zo afwijzend en de rest van de Amerikaanse regering ook niet, maar zij wil nu alvorens weer de geldbuidel te trekken eerst maar eens de verzekering van Noord-Korea dat bevriezing een eerste stap op weg naar volledige ontmanteling is.

Waarom was Clintons aanpak van rechtstreekse onderhandelingen zoveel beter dan de ,,allesbehalve serieuze'' multilaterale aanpak van Bush? Het kan verkeren, nu wordt multilaterale diplomatie uit Washington ineens weer als iets verkeerds betiteld en als tijdrekkerij. Die diplomatie heeft er wel degelijk toe geleid dat Washington een serieus bod heeft gedaan: een schriftelijke veiligheidsgarantie, in ruil voor volledige ontmanteling van het kernprogramma. Mij dunkt dat het heel verstandig is om Noord-Koreaanse beloften, die het bewind van de Kim-dynastie eerder zo gemakkelijk aan zijn laars lapte, in te bedden in een regeling met de buurlanden. Het stervende bewind in Pyongyang is uiteindelijk zo afhankelijk van de intensive care uit Peking, Tokio en Seoel, dat het zich geen bilaterale afpersingsspelletjes met de Amerikaanse regering moet kunnen veroorloven. Die werden in Pyongyang pas echt veelbelovend gevonden.