Neutrale staat is een grondrecht

Het recht op een neutrale staat moet in de Grondwet worden opgenomen om botsingen met andere grondrechten te kunnen overleven, menen Joost Eerdmans en Erik Schreijen.

Een politie-uniform met hoofddoek: daarvoor hoefde alleen maar de kledingcode veranderd te worden. Sinds toenmalig minister Peper (Binnenlandse Zaken) dit idee vier jaar geleden lanceerde is er niets meer van vernomen, maar het blijft exemplarisch voor de lichtzinnige manier waarop in Nederland wordt omgesprongen met de scheiding van kerk en staat. De neutrale staat is in Nederland geen recht, met alle gevolgen vandien.

Zo haalde de Hogeschool van Amsterdam de kranten, toen bleek dat in het gebouw van de openbare school gebedsruimtes voor moslimstudenten waren ingericht. Geconfronteerd met kritiek stelde A.Verlaan, lid van het College van Bestuur van de Hogeschool, geen kwaad te zien in het bestaan van de `stilteruimte'. En hoewel minister Van der Hoeven (Onderwijs) in de Kamer zei het neutrale karakter van de openbare school als een groot goed te zien, bestaat voor een landelijk verbod op gebedsruimtes in openbare scholen geen basis in de wet.

De weerloosheid van de neutrale staat was al aan het licht gekomen toen de Commissie Gelijke Behandeling een verbod op het dragen van de niqaab en chador op school goedkeurde. De beslissing om het verbod op de allesverhullende hoofddoek door een ROC in Amsterdam toe te staan, motiveerde de Commissie door te wijzen op de praktische bezwaren die het dragen van de religieuze uiting met zich meebracht. De vrijheid van religie werd dus in dit geval begrensd, niet door de fundamentele waarde van de scheiding van kerk en staat, maar door het feit dat het lassen en gymmen wel erg moeilijk werd.

Het zwaktebod van de Commissie werd nog eens versterkt door de kledingcode die minister Van der Hoeven vervolgens uitvaardigde. Bijzondere scholen mogen volgens deze kledingcode hun religieuze identiteit beschermen door een verbod op religieuze uitingen. Aan de andere kant verbiedt de code aan openbare scholen met eenzelfde verbod hun neutrale karakter in stand te houden.

Een moslima die in 2001 bij de rechtbank in Zwolle solliciteerde naar de functie van hulpgriffier, werd daar geweigerd vanwege de hoofddoek, waarmee zij ook in de rechtszaal haar hoofd wilde bedekken. De vrouw voelde zich gediscrimineerd en beklaagde zich hierover bij, alweer, de Commissie Gelijke Behandeling. Die kwam tot het oordeel dat de beslissing van de rechtbank neerkwam op discriminatie op basis van geloofsovertuiging. Het belang van een onpartijdige rechtspraak werd ondergeschikt geacht aan de vrijheid van religie.

In Nederland delft de waarde van de neutrale staat in confrontaties met sociale grondrechten zoals het verbod op discriminatie en vrijheid van religie het onderspit. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste het feit dat men de genoemde sociale grondrechten heeft verheven tot juridische afgodsbeelden. Elke beperkende kanttekening die bij deze grondrechten wordt geplaatst – zie het verloop van de discussie over artikel 1 die Fortuyn trachtte aan te zwengelen – wordt gezien als heiligschennis. De tweede oorzaak van de zwakte van de neutrale staat is gelegen in de omstandigheid dat de neutraliteit van de staat in ons land niet, net als in Frankrijk, zelf ook als een grondrecht wordt gezien. En dat terwijl het recht op een neutrale staat niets minder is dan de ,,moeder van alle grondrechten''.

De neutrale staat is namelijk niet alleen een noodzakelijke voorwaarde voor de gelijkheid van alle bevolkingsgroepen in een land, maar maakt het ook het kunnen bestaan van vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting mogelijk. De neutrale staat is de hoeder van deze grondrechten, maar wel een hoeder zonder onbeperkt gebruiksrecht. Grondrechten kunnen alleen tegenover de staat gelden, zij zijn niet ván de staat. Legt de staat immers net als in Saoedi-Arabië actief een religie op, dan betekent dat per definitie een achterstelling van andere geloven en daarmee een beperking van de vrijheid van religie en de vrije meningsuiting. De staat is in Saoedi-Arabië niet voor en van alle burgers.

Dit geldt, weliswaar in mindere mate, ook voor Nederland als de ambtenaar bij het gemeenteloket zich tooit met een hoofddoek. Voor de burger die zijn paspoort afhaalt, heeft de staat op dat moment het gezicht van een moslima. Deze draagt in haar functie als ambtenaar en daarmee namens de staat een religieuze voorkeur uit en zet dientengevolge impliciet andere religies en atheïsme op achterstand.

In het openbaar onderwijs moet het recht op een neutrale staat nog sterker aanwezig worden geacht. Ouders die hun kinderen naar een openbare school sturen, maken een bewuste keuze voor onderwijs vrij van religieuze invloeden. Het is onmogelijk vol te houden dat een leerling op een Nederlandse openbare school die vrijheid ervaart als een lerares met een hoofddoek of een leraar met een keppeltje voor de klas staat. De leraar moet voor de jonge beïnvloedbare geesten van de leerlingen een symbool zijn van wijsheid, niet van religiositeit.

Artikel 23 Grondwet, dat in de discussie over hoofddoekjes vaak wordt aangehaald om de onmogelijkheid van een vergelijking tussen Nederland en Frankrijk aan te tonen, kan daarbij niet als een barrière opgeworpen worden tegen het recht op een neutrale openbare school. Sterker, waar dit artikel leerlingen op een bijzondere school het recht geeft op een school met een eenduidig religieus karakter, laat het voor leerlingen op een openbare school ruimte voor een gelijksoortig recht op een school met een niet-religieuze identiteit.

De neutrale staat is een staatsrechtelijke noodzaak. Om aan deze noodzaak recht te kunnen doen is codificatie van het recht op een neutrale staat geboden. Codificatie naar Frans voorbeeld, dus in de Grondwet. Door opname in de Grondwet kan worden verzekerd dat de neutrale staat in de toekomst een botsing met andere grondrechten als de vrije meningsuiting en de vrijheid van religie kan overleven.

Joost Eerdmans is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de LPF-fractie. Erik Schreijen is medewerker van dezelfde fractie.