Leeftijd bepalen mag via botten

Het botonderzoek waarmee de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt of jonge asielzoekers ouder of jonger zijn dan twintig jaar, is bruikbaar en betrouwbaar. Zo heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) vandaag in hoger beroep geoordeeld.

Met de uitspraak bevestigt de Raad van State twee uitspraken van de rechtbank in Arnhem. Volgens de Raad van State heeft de Arnhemse rechter 10 oktober vorig jaar terecht geoordeeld dat aan de methode van leeftijdonderzoek bij vreemdelingen, zoals de minister voor Vreemdelingenzaken die toepast, niet hoeft te worden getwijfeld. Die rechtszaak tegen de IND was aangespannen door twee jongens uit Togo en Guinee, die volgens het botonderzoek meerderjarig waren toen ze in Nederland aankwamen. Zelf zeiden de jongens dat ze op het moment van onderzoek minderjarig waren. Volgens de twee waren de uitkomsten van het onderzoek niet betrouwbaar.

De Raad van State, de hoogste algemene bestuursrechter, adviseert de Nederlandse regering en het parlement over wetgeving en bestuur. Hoger beroep tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak is niet mogelijk.

Het botonderzoek werd omstreden nadat verscheidene deskundigen verklaarden dat de methode niet betrouwbaar zou zijn. De IND heeft tot nu toe ongeveer 4.500 jonge asielzoekers op deze manier onderzocht. Van hen bleken circa 2.400 volgens het leeftijdsonderzoek meerderjarig.

Bij een botonderzoek worden de sleutelbeenderen van de asielzoeker onderzocht. Als de mediale uiteinden van deze beenderen zijn uitgegroeid, wordt de vreemdeling in kwestie geacht ten minste twintig jaar oud te zijn. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechter in Arnhem, die vond dat aan de hand van conventionele röntgenfoto's de juiste leeftijd van een persoon vast te stellen is. Ook vindt de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag om het leeftijdonderzoek medisch-ethisch ontoelaatbaar of onbetrouwbaar te verklaren.