Langer en vaker uitval van stroom

Er zijn vorig jaar meer stroomstoringen geweest die bovendien langer duurden. Een elektriciteitsonderbreking duurde in 2003 gemiddeld 1 uur en 18 minuten. Dat is 4 minuten langer dan in 2002.

Dit heeft de brancheorganisatie van de stroomsector EnergieNed vanmorgen bekendgemaakt. De cijfers volgen op een rapport van het Centraal Planbureau (CPB) dat gistermiddag werd gepubliceerd. Daarin stelt het CPB dat maatregelen die stroomstoringen – of een tekort aan gas en olie – moeten voorkomen zo duur zijn dat het goedkoper is om het risico van een stroomuitval te accepteren.

Een gemiddeld huishouden wordt eens in de drie jaar met een stroomstoring geconfronteerd, aldus EnergieNed. Vorig jaar had een klant van het stroombedrijf gemiddeld 30 minuten geen stroom. In 2002 was dat 28 minuten en in 2001 31 minuten. In totaal waren er 16.727 onderbrekingen in 2003, 14 procent meer dan in 2002.

De storingen worden vooral veroorzaakt door graafwerkzaamheden, aldus EnergieNed. Het onderzoek naar de storingen gaat vooral over het laag- en middenspanningsnet, de kabels die in bezit zijn van de energiebedrijven en die kunnen worden vergeleken met de provinciale en lokale wegen van het elektriciteitsnetwerk. Het hoogspanningsnet, de rijkswegen van het netwerk, zijn grotendeels in handen van Tennet en dit staatsbedrijf zei vanmorgen dat er in 2003 geen enkele onderbreking is geregistreerd op dit netwerk. Tennet wil graag alle transportnetten in handen krijgen.

De stroomuitval heeft de afgelopen jaren de gemoederen flink beziggehouden, vooral door grote storingen zoals afgelopen zomer in de Verenigde Staten, Italië en Zweden. Daarbij komt dat de overheid bezig is de energiesector te liberaliseren en te privatiseren. Veel politici willen voorkomen dat de stroomkabels in handen komen van commerciële bedrijven omdat zij vrezen dat de investeringen – en dus de kwaliteit – van de netwerken zal afnemen.

Het CPB stelt dat het voorkomen van storingen ondoenlijk is. De maatregelen die moeten voorkomen dat we zonder stroom, gas of olie komen te zitten zijn veel duurder dan de enkele grote uitval die kan plaatsvinden.

Het CPB onderzocht maatregelen zoals het aanleggen van grotere strategische olievoorraden, het bouwen van extra windturbines, kolen- of kerncentrales of het stimuleren van stroomproducenten om extra capaciteit aan te houden.

Om de hoge kosten van deze maatregelen te laten opwegen tegen de baten zou de gehele Randstad minimaal eens per vier jaar getroffen moeten worden door een stroomstoring. ,,Een dergelijk hoge frequentie achten wij niet waarschijnlijk zodat de kosten niet opwegen tegen de verwachte baten'', aldus het CPB.

De stroomsector wordt per 1 juli volledig geliberaliseerd. De stroombedrijven mogen echter tot 2009 niet worden geprivatiseerd, zo meldt weekblad Elsevier in een voorpublicatie. Bovendien zou het ministerie van Economische Zaken de netwerken willen afsplitsen van de commerciële activiteiten van deze bedrijven. Het ministerie wilde geen commentaar geven op de publicatie.