Gezellig

Abu Jahjah in Rotterdam.

Daar was hij weer, gisteravond in de tjokvolle Unie aan de Mauritsweg. Zijn twee onafscheidelijke bodyguards stonden als kolossale beschermengelen dicht achter hem, terwijl hij op het podium zat tegenover zijn opponent Maurits Berger, auteur en arabist.

De zaal bood voor deze gelegenheid meer spektakel dan de discussianten. Er zaten veel jonge, welbespraakte Marokkanen, gehoofddoekte meisjes vooral, Palestijnen en andere allochtonen. ,,De gemiddelde Nederlander zit hier niet'', zei een (Nederlandse) man terecht.

Dat verklaarde de bijna onmogelijke positie van Berger. Hij moest met Jahjah discussiëren over het Palestijns-Israëlische conflict. Ze deelden in veel opzichten hun kritiek op Israël, door Jahjah `een racistische staat' genoemd. (Berger nam deze woorden niet over, maar hij weersprak ze evenmin.)

Berger had één belangrijk punt van kritiek op de Arabisch-Europese Liga (AEL) van Jahjah. Die beweging maakt volgens hem, zoals zovelen, oneigenlijk gebruik van het conflict in het Midden-Oosten. ,,Ik denk dat ze eigenlijk tegen hun onderdrukking hier willen protesteren, maar ze hebben het over Israël.''

Zijn punt leek niet zo vreemd, maar vrijwel niemand wilde hem volgen. Men veinsde hem niet te begrijpen, of men begreep hem werkelijk niet Jahjah uiteraard voorop. In de zaal kwamen opeens alle sentimenten los die bij dit onderwerp horen. Ze waren vrijwel zonder uitzondering tegen Israël gericht en ze bleken geworteld in vage begrippen als `mijn identiteit' en `mijn identificatie'. Een greep.

,,Alleen met Allah kan het hier gezellig worden'', zei een jonge Nederlandse moslima zonder een spoor van ironie.

,,Ik identificeer me met de Palestijnen, omdat ik hier op microniveau dezelfde onderdrukking voel'', zei een Marokkaanse in onberispelijk Nederlands met een zachte g.

,,Ik voel me Arabisch'', zei een andere Marokkaanse, ,,als er iets met mijn Palestijnse broeders gebeurt, voel ik pijn.''

Een Marokkaanse man begon voorzichtig het getal van de zes miljoen vermoorde joden in twijfel te trekken, zich daarbij beroepend op de van antisemitisme beschuldigde filosoof Roger Garaudy die zich weer gebaseerd zou hebben op een `gasexpert'.

Zo dreigde het, al of niet met Allah, nog écht gezellig te worden.

Intussen dacht ik aan het boekje dat in mijn binnenzak zat. Het heette De schaduw van mijn bomen en het was geschreven door de zionist Abel Herzberg. Het boekje bevatte reisverslagen die Herzberg in 1967 over Israël heeft geschreven. Eén citaat van Herzberg, peinsde ik, zou in dit gezelschap de uitwerking hebben van een bom.

Dit bijvoorbeeld: ,,Och, wat zouden er aangrijpende verhalen te schrijven zijn geweest als de joodse staat, volgens het opgezette plan, vernietigd was! De tranen die men geschreid had werden al in reserve gehouden. Nu worden zij aan de Arabieren gewijd, die immers de plaats van de underdog hebben ingenomen. In Nederland noemt men dat `genuanceerd denken' of `objectiviteit'.''

Herzberg zou in dat zaaltje vreemd om zich heen hebben gekeken. Veel was er in Nederland veranderd, veel was ook hetzelfde gebleven.