Een tweede stem doet geen wonderen

De tweede stem voor regionale Kamerleden, die het kabinet in 2007 wil invoeren, is internationaal gezien een kleine hervorming.

Ook kiesstelsels zijn aan mode onderhevig. In 1917 was Nederland een van de laatste landen in Europa om de districten af te schaffen en over te gaan naar evenredige vertegenwoordiging. Inmiddels is Nederland een wereldwijde uitzondering zónder een vorm van districtsvertegenwoordiging.

Het kabinet wil daar vóór 2007 verandering in brengen door de kiezer bij de komende Tweede-

Kamerverkiezingen een tweede stem uit te laten brengen op regionale kandidaten. De evenredige vertegenwoordig blijft – partijen veroveren het aantal zetels dat overeenkomt met hun procentuele aandeel in de landelijke stemmen. Met de tweede regionale stem krijgt de kiezer de mogelijkheid maximaal 75 `poppetjes' te kiezen in de Kamerfracties.

Dat voorstel past heel goed in een internationale trend, zegt Henk Kummeling, staatsrechtgeleerde in Utrecht. Steeds meer landen willen ,,het beste van twee werelden'' verenigen met een gemengd stelsel. Evenredige vertegenwoordiging verzekert dat alle politieke stromingen vertegenwoordigd zijn, districtsvertegenwoordiging geeft kiezers ,,invloed op de personen''. Schotland, Wales, Nieuw Zeeland en de meeste landen in Midden-Europa hebben de laatste vijftien jaar voor dergelijke systemen gekozen. En, zegt Kummeling, ,,de kiezers hebben er geen last van''. Hij verrichtte vergelijkend onderzoek voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Tegen een systematische regionale vertegenwoordiging is in Nederland altijd veel verzet geweest. ,,Ik wil helemaal geen regionale politicus naar mijn keuze. De landelijke politici zijn mij al provinciaals genoeg'', schreef de inmiddels overleden vroegere hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer Martin van Amerongen begin jaren negentig. De vrees voor regionalisering speelde daarna steeds in de talrijke debatten die zijn gevoerd. Nu zeggen onder meer SP en LPF dat Nederland te klein is voor districten.

Volgens Kummeling is de angst voor regionalisering een misverstand. ,,De discussie gaat straks niet over die ene weg door het district, maar over de thuiszorg en de WAO. De kern is dat Kamerleden een natuurlijke, aanwijsbare achterban krijgen om zich te verantwoorden.'' Critici noemen de ongeveer twintig districten die minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) wil invoeren daarvoor juist weer te groot. Met verschillende vertegenwoordigers per district zijn er ongeveer 225.000 kiezers per regiozetel. In het vergelijkbare Duitse systeem is de verhouding 1 op 275.000.

Andere onderzoekers vrezen regionalisering niet. ,,Als je daar bang voor bent'', zegt Matthias Caton, onderzoeker van Europese kiesstelsels in het Duitse Heidelberg, ,,moet je het niet doen. Daarop is deze verandering juist gericht.'' Volgens Jack Vowles, politicoloog in Nieuw Zeeland, geldt regionalisering daar niet als probleem. Wel meent hij dat het contact tussen politici en `gewone mensen' het meest wordt bevorderd als er maar één vertegenwoordiger per district is.

In dat opzicht is het voorstel van minister De Graaf ,,uniek'', zegt Kummeling elke regio krijgt, afhankelijk van het aantal inwoners, twee tot zes vertegenwoordigers. In andere landen met meervoudige districten, zoals Zweden, Denemarken en Polen, brengen kiezers maar één stem uit. Landelijk worden dan `reservezetels' gebruikt om achteraf het gebrek aan evenredigheid in de districtenuitslag te compenseren.

In landen waar kiezers twee stemmen hebben, zoals Duitsland, Nieuw Zeeland en Schotland, is per district maar één vertegenwoordiger. In Duitsland kunnen regiokandidaten tegelijk op de landelijke lijst staan, zodat ze ook zonder winst in de regio in de Bondsdag komen. De Graaf wil dubbele kandidatuur verbieden.

De achterliggende gedachte in het voorstel van De Graaf is dat door de meervoudige districten ook kleinere partijen kans hebben op regiozetels. Dat komt onder meer omdat grote partijen, zo zei De Graaf onlangs, naar verwachting maar één kandidaat per district zullen stellen. Meerdere kandidaten van een partij kunnen elkaar elimineren, omdat ze volgens het plan niet op een lijst komen, maar persoonlijk gekozen worden. Kummeling verwacht dat kleinere partijen geen kans maken in de regio. Dan blijft van de maximaal 75 regiozetels een aantal onbezet.

Of mensen anders gaan kiezen met twee stemmen, is volgens de onderzoekers onvoorspelbaar. Opvallend is wel dat in bijvoorbeeld Nieuw Zeeland 40 procent van de kiezers hun stemmen over twee partijen verdeelt. In Duitsland is dat opgelopen naar 20 procent. Vaak geven de `gespleten stemmers' hun regionale stem aan grote partijen, waarvan ze de fractiesamenstelling willen beïnvloeden, en de landelijke stem aan kleinere partijen om die in de Kamer te krijgen.

Om het aantal partijen te verminderen en grote blokken te vormen, meent de Duitse onderzoeker Caton, is een echt districtenstelsel nodig zoals in Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk, waar parlementaire meerderheden worden gevormd omdat regiovertegenwoordigers districten voor zichzelf winnen met relatieve (VK) of absolute (Frankrijk) meerderheid.

Maar de trend gaat niet in díe richting. Alleen Italië, met zijn bonte partijenveelheid, heeft recentelijk een daadwerkelijk gemengd stelsel gekregen waarin het parlement deels evenredig wordt samengesteld en deels via het meerderheidsprincipe. Schotland, Wales en Nieuw Zeeland komen juist van een meerderheidsstelsel en hebben districtsvertegenwoordigers in een evenredig stelsel ondergebracht, zoals Duitsland en Nederland dat al lang hebben. Wat nu in Nederland voorligt, zegt Caton, is een ,,kleine hervorming'' waarvan men ,,geen wonderen moet verwachten'', ook niet wat de persoonlijke binding met kiezers betreft. ,,Partijen zullen blijven domineren, omdat de evenredigheid niet wordt aangetast''.

Dit is het tweede deel in een korte serie over de verandering van het kiesstelsel. Het vorige deel verscheen op 28 februari en is na te lezen op www.nrc.nl.