Een industriële veteraan met limericks

Het is een bijdehante en knappe soort

Die ondernemers dansend op het slappe koord

Verliezers of idolen

De dood of gladiolen

De afloop is steeds vaker kantje boord

De limerick is van Jan Hovers, voormalig topbestuurder van industriële iconen als Océ (kopieermachines) en Stork (van kippenslachtmachines tot luchtvaartindustrie). ,,Ik denk dat ik een paar duizend limericks heb geschreven in mijn leven'', zegt Hovers over zijn hobby. Vrijwel iedere belangrijke zakelijke gebeurtenis in het leven van de nu 60-jarige industriële veteraan is door hem begegeleid met een limerick. Hoewel zijn benoeming tot voorzitter van de nieuwe regieraad voor de bouwsector, begin februari, nog altijd niet van een limerick is voorzien.

In Hovers ziet minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken een `zwaargewicht' die de bouw door een moeilijke periode moet slepen. Hovers moet met een team van negen leden uit het bedrijfsleven een cultuurverandering in de door bouwfraudes achtervolgde sector op gang brengen. Bij de Regieraad Bouw stapten vorige week twee leden op wegens hun betrokkenheid bij de bouwfraude. Nieuwe leden moeten – evenals Hovers – van buiten komen omdat volgens EZ ,,onbesmette'' bestuurders in de bouw nauwelijks te vinden zijn.

Hovers is met zijn nieuwe baan weer terug aan het front, waar hij verdween toen hij in 1999 na nauwelijks een jaar opstapte als voorzitter van de raad van bestuur van Océ. De reden voor het overhaaste vertrek bij Océ, waar econometrist Hovers 32 jaar eerder in 1967 zijn eerste stappen in het bedrijfsleven zette, is tot op de dag van vandaag een van de best bewaarde geheimen in het bedrijfsleven. Incompatibilité d'humeurs met zijn voorganger en voorzitter van de raad van commissarissen bij Océ Pennings? ,,Het is nu eenmaal zo gelopen'', zegt Hovers diplomatiek.

,,Hij wordt niet graag aan die tijd herinnerd en praat daar niet over. Daar kan ik mij gezien zijn staat van dienst in het bedrijfsleven ook wel iets bij voorstellen'', zegt Kees Blekxtoon, die als president van Stork International van Hovers de opdracht kreeg alle internationale activiteiten bij Stork te coördineren. Hovers was zes jaar financieel bestuurder en negen jaar voorzitter van de raad van bestuur bij Stork. Daarvoor had hij zijn sporen verdiend bij DSM bij de divisies bouwmaterialen en kunstharsen.

Bij Stork beleefde Hovers zijn finest hour met de overname van de levensvatbare onderdelen van het in 1996 failliet verklaarde Fokker. Het werd hem in kringen van de vliegtuigbouwer kwalijk genomen dat hij dat deed in de hoedanigheid van commissaris bij Fokker. ,,Je kunt echter ook stellen dat Hovers goed ondernemerschap heeft getoond door het kopen van Fokker'', zegt Blekxtoon. ,,Want de werkgelegenheid bij die bedrijven is alleen maar gegroeid. Stork heeft in de luchtvaartindustrie nu langjarige contracten voor het maken van onderdelen en onderhoud van vliegtuigen met niet de kleinste bedrijven in die branche.'' Hovers is overigens gepromoveerd op het onderwerp overnames. Het is zijn specialiteit.

Blekxtoon beschouwt Hovers als ,,een uiterst plezierig mens, een Bourgondiër met gevoel voor humor, met een vlijmscherp zakelijk oordeel.''

Dat laatste komt ook boven bij de huidige topman van de NS, Aad Veenman, als de zakelijke kwaliteiten van Hovers ter sprake komen. ,,Hovers heeft een feilloos vermogen om bij complexe vraagstukken simpel aan te tonen waar het om gaat'', zegt Veenman. ,,Hij heeft er altijd op gehamerd dat een kennisintensieve industrie van vitaal belang is voor Nederland.''

Om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden liet Hovers de overname van Fokker (zonder de failliete vliegtuigbouw) door Stork zo veel mogelijk over aan Veenman, die als beloning drie jaar later de voorzittershamer bij Stork in handen kreeg. ,,Ik wilde eerst niet naar Océ. Maar het werd voor Veenman tijd de baas bij Stork te worden.''