Chris Cooper

De Amerikaanse acteur Chris Cooper speelt vaak mannen die zwijgen. Nu weer in `Seabiscuit'.

Het eerste dat opvalt aan de Amerikaanse acteur Chris Cooper is dat hij een man is. Misschien is dat een manier om te zeggen dat er eigenlijk niet zoveel opvalt aan Cooper. In theorie is dat een positief gegeven voor een acteur. Cooper wordt wel eens met een kameleon vergeleken en hij is tevreden met die vergelijking. De mensen herkennen hem niet. Hij verdwijnt in zijn rol, zoals een acteur zou moeten. Dat is hij dan ook, acteur, en geen filmster. Een karakterspeler. Toen Cooper vorig jaar een Oscar won, was het in de categorie beste mannelijke bijrol. Hij kreeg de prijs voor zijn spel in Adaptation van Spike Jonze, waarin hij een tandeloze orchideeënjager gestalte gaf. Eerder was hij, onder veel meer, de doorgedraaide rechtse kolonel in American Beauty van Sam Mendes (1999) en de brave broer van Robert Redford in The Horse Whisperer (1998).

Toch is Cooper (Kansas City, 9 juli 1951) niet alleen man bij gebrek aan opvallender eigenschappen. Hij is een man door wat hij heeft meegemaakt. Misschien eerder een rat dan een kameleon; hij heeft het tot nu toe overleefd, hij is er nog steeds. Cooper houdt, in wat voor pak zijn smalle lijf ook gestoken wordt, altijd iets smoezeligs. Het is alsof dat pak nooit echt bij hem hoort.

De Amerikaanse regisseur John Sayles gaf Cooper om vergelijkbare redenen de hoofdrol in Lone Star (1996): ,,Hij ziet eruit als een man met een verleden.'' Deze rol wordt nog steeds als Coopers beste beschouwd. Volgens Sayles, die Cooper ook zijn allereerste filmrol gaf, in Matewan (1987), brengt de acteur zoveel diepte en gevoel mee dat hij bijna niets hoeft te zeggen om de mensen te laten denken dat er veel in hem omgaat. Aan dat talent heeft Cooper het volgens zichzelf te danken dat hij vaak gesloten mensen mag spelen die hun emoties niet kunnen of willen uiten. Als kind was Cooper, die opgroeide op een ranch, zelf zo verlegen dat hij balletlessen nam om er van af te komen. Zo wilde hij leren het niet erg te vinden om voor gek te staan. Zang en toneel volgden.

Cooper gaf waarschijnlijk wegens dat ingebakken verleden gestalte aan een hele reeks militairen en cowboys, beroepen die in Amerikaanse films niet vaak samengaan met grote woordenstromen. Voor de tandeloze, wel babbelende Guy Laroche in Adaptation lag Cooper niet voor de hand. Maar de acteur snakte zelf naar iets anders – hij begon het woord laconiek te haten en vocht voor de rol. Nu is Cooper weer in een van zijn gebruikelijker, zwijgzame rollen te zien. In Seabiscuit van Gary Ross speelt hij Tom Smith, een paardentrainer ,,who says almost nothing – constantly''. Later dit jaar is hij gelukkig weer te verwachten in een nieuwe film van John Sayles, Silver City.