China erkent mensenrechten alleen op papier

China neemt bescherming van de mensenrechten op in de grondwet. Maar dat betekent niet dat China zich ook ook automatisch aan die rechten houdt. De mensenrechtensituatie is vorig jaar juist verslechterd.

Rebiya Kadeer was er vandaag niet bij toen in Peking de jaarlijkse vergadering werd geopend van wat op papier het hoogste adviserende orgaan van de Chinese regering is, de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk (CPPCC). Ze werd in 1999 opgepakt toen ze op het punt stond om over de situatie in overwegend islamitische provincie Xinjiang – waar Kadeer vandaan komt – te spreken met een groep afgevaardigden van het Amerikaanse Congres. Ze werd later veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf, onder meer omdat ze krantenknipsels aan haar man in Amerika had gestuurd. Dat maakte haar in Chinese ogen schuldig aan het `doorspelen van staatsgeheimen aan buitenlandse instituties'.

Kadeer, die het schopte van wasvrouw tot miljonair, was tevoren juist de eer te beurt gevallen gevraagd te worden zitting te nemen in het CPPCC, om zo een voorbeeldfunctie voor minderheidsvrouwen te vervullen. Toen ze niet braaf in de pas bleek te willen lopen, moest ze van het toneel verdwijnen.

Vandaag maakte de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie de Dui Hua Foundation bekend dat de straf van Kadeer in elk geval met een jaar wordt verminderd. Dat bericht komt aan de vooravond van een ander jaarlijks terugkerend ritueel, de zitting van het Nationaal Volkscongres (NPC), het Chinese `parlement', een al vrijwel net zo machteloos orgaan als het CPPCC, die vrijdag begint. Het NPC zal deze keer zo goed als zeker zijn goedkeuring geven aan een voorstel om de bescherming van mensenrechten op te nemen in de grondwet.

Zullen Kadeer en China's andere politieke gevangenen daar meteen al veel baat bij hebben? Waarschijnlijk niet, want ze leven nu eenmaal in een land waar het hebben van wettelijk vastgelegde rechten niet automatisch betekent dat je die rechten in de praktijk ook makkelijk kunt opeisen.

Toch noemt de kritische Chinese intellectueel Liu Xiaobo het opnemen van het wetsartikel wel degelijk een grote stap voorwaarts. ,,China houdt daarmee niet langer vast aan de eerdere stelling dat mensenrechten vooral gedefinieerd moeten worden als het recht op een redelijk bestaan'', aldus Liu tegenover de Hongkongse krant South China Morning Post. Als de Chinese overheid over mensenrechten spreekt, heeft ze het over het algemeen over het recht op zaken als voedsel, scholing, onderdak en werk, en niet over het recht op vrije meningsuiting en andere politiek getinte `westerse' mensenrechten. Dat verandert volgens Liu Xiaobo nu. ,,Omdat China aan de mensenrechten nu niet de kwalificatie `met Chinese karakteristieken' toevoegt, omarmt ze die als een set universele waarden'', aldus Liu. Liu speelde een belangrijke rol tijdens de opstanden op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking in 1989. Eind jaren negentig zat hij drie jaar gevangen omdat hij in een open brief had geschreven dat China's hoogste leider beter uit zijn functie gezet kon worden.

Toch zullen de Verenigde Staten vermoedelijk niet erg onder de indruk zijn van China's nieuwe grondwetsartikel. Vorige week stelden de VS in hun jaarlijkse mensenrechtenrapport dat er in 2003 juist sprake was van een verslechtering van de mensenrechten tensituatie opzichte van 2002, en dat de arrestaties in 2003 de hoop wegnamen dat de `ongekende' vooruitgang die in 2002 geboekt zou zijn, zou worden voortgezet.