Animatieweelde eindelijk weer in de bioscoop

Tekenfilms van hoog niveau worden in Nederland nog steeds gemaakt, maar te zien zijn ze nauwelijks. Het Nederlands Instituut voor Animatiefilm probeert daar nu iets aan te veranderen.

Nederland heeft meer Oscars verdiend met korte films dan met speelfilms en toch is de korte film een bedreigde cultuurvorm geworden. Speelfilms zijn in pakweg twintig jaar tijd sluipenderwijs opgerekt van anderhalf naar rond de twee uur en ze hebben de korte film, die vaak als voorfilm werd vertoond, uit de bioscoop verdreven. Doodzonde. De korte film is de oudste filmvorm, maar er zijn niet alleen sentimentele redenen om die te koesteren. De korte film is altijd het reservaat voor woeste en liefdevolle experimenten met vorm en inhoud gebleven en de startbaan voor jong filmtalent.

Laten wij dus vooral het experiment prijzen van het Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf), dat met rijkssubsidie drie avondvullende programma's heeft samengesteld die vanaf deze week in verschillende samenstellingen langs een groot aantal Nederlandse filmtheaters zullen reizen. Het zijn allemaal korte films en het zijn, naar de aard van de distributeur, ook allemaal animatiefilms. Maar daar houdt verder elke etikettering op, want de 26 vertoonde films zijn kort en lang, ernstig en grappig, streng in zwart-wit of overdadig in kleur – of soms allebei tegelijk. Ze zijn gemaakt met verschillende technieken, op verschillende formaten en ze dateren van 1949 tot en met 2003. Ze zijn internationaal behangen met prijzen en toch is het maar zelden dat je ze kunt zien waar het hoort: in de bioscoop. En helemaal mooi: in een speciaal programma, zodat je alle zorg mag verwachten bij de projectie.

De meeste films zijn van Nederlandse origine. Vijf van de hand van Paul Driessen, drie van Michael Dudok de Wit. Van Driessen is de tragikomische The Boy Who Saw the Iceberg (2000), een parelend verhaal uit leven en dromen van een droevig jongetje. Driessen heeft het scherm in tweeën gedeeld en vertelt links en rechts synchroon wat de jongen meemaakt en wat hij fantaseert. Af en toe vallen de tekeningen samen. Het zou zonde zijn om de climax van een negen minuten durend filmpje vooraf weg te geven, maar neem aan dat het een climax is en dat die hard aankomt. In een mum van tijd weet Driessen met zijn losse stijl een band te smeden tussen het tweedimensionale jongetje en het bioscooppubliek.

Dat geldt ook voor Dudok de Wit in zijn veelgeprezen en met onder meer een Oscar bekroonde Father & Daughter (2001), die ons een levenslang drama in houtskool en potlood voortovert. Het mooie van animatie is dat de vorm – in ieder geval de vorm waarin Dudok de Wit het giet – het verhaal behoedt voor de sentimentaliteit die bij zo'n thema op de loer ligt.

Het geestigste filmpje is Au bout du monde (1999) van Konstatin Bronzit, over een huis op de top van de berg: de basis van het huis staat op de punt van de driehoek die de berg is. Bij het minste of geringste slaat de balans door naar links of rechts en het is bepaald niet het minste en geringste wat het huisje in en uit gaat: een hond, een kat, drie mensen, een reusachtige koe, een auto. Wat Bronzit uit de situatie haalt is pure slapstick. Buster Keaton had het huis kunnen bewonen, al had die dan de kat en de hond niet zo fijn te grazen kunnen nemen als hier gebeurt.

Het NIAf heeft deze animatietournee in drie programma's opgedeeld – twee volwassen en een, kortere, speciaal voor kinderen – om de filmtheaters de gelegenheid te geven ze uit te brengen zoals het hun belieft.

Die bescheiden houding komt voort uit slechte ervaring. NIAf-directeur Crone kan akelige verhalen vertellen over de behandeling van animatiefilms in het Nederlandse bioscoopcircuit. Voorfilms die worden geschrapt omdat filmbezoekers anders de laatste bus niet meer halen. Kopieën die nooit worden teruggegeven. En toen Crone eens bij wijze van experiment aan een groepje filmhuizen drie animatiefilms opstuurde om ze naar eigen goeddunken te vertonen, kreeg hij sommige filmblikken ongeopend weer terug.

Na de uitzonderlijke, wereldwijde triomftocht van Les Triplettes de Belleville vorig jaar is de tijd misschien rijp voor een succesvolle tournee van deze animatieweelde. Laten we het hopen.

Cinema Animatie Cinema. Drie programma's met Nederlandse en internationale animatiefilms. In: Ketelhuis, Amsterdam; Filmhuis, Arnhem; Filmhuis, Den Haag; Filmfoyer, Tilburg. Daarna t/m september tournee in filmtheaters in Nederland en Vlaanderen.