Acht maanden strijden om het presidentschap

De Amerikaanse kiezers hebben 2 november een echte keus. Wie de presidentsverkiezingen zal winnen is zeker geen uitgemaakte zaak.

De komende 245 dagen duelleren zij voor het oog van de wereld: twee zonen van bevoorrechte families uit New England, beiden oud-student van Yale University. Terwijl George W. Bush naar Texas trok en zich omvormde tot olieman en conservatief populist, ontpopte John Kerry zich als een sociaal-democraat – voorzover dat mogelijk is in Amerika.

Amerika heeft een reële keus en mag er tot 2 november over nadenken. Anders dan in eerdere verkiezingsjaren heeft de oppositiepartij ruim vóór het begin van de lente haar man aangewezen. Opdat de echte strijd kan beginnen.

Terry McAuliffe, voorzitter van de Democratische Partij en voormalig fondsenwerver van Bill Clinton, heeft zijn zin. Door het programma van voorverkiezingen naar voren te schuiven, wilde hij vroeg een eenheidskandidaat uit de hoed toveren. Dat is gelukt. Zijn naam is John Kerry.

Of de zuidelijke senator John Edwards, die veel indruk maakte maar niet tijdig voldoende bekend kon worden, op de lange duur een betere tegenstander van George W. Bush zou zijn, Amerika zal het niet weten. Vandaag klokte Edwards uit, in de hoop zijn kans op een vice-presidentiële kandidatuur niet te hebben vergooid.

Nu het spannende deel van de voorverkiezingen voorbij is, krijgen de Democraten ook te maken met andere mogelijke nadelen van de frontloading die hun nieuwe selectieprocedure kenmerkt. Het is nu al gedaan met de immense gratis aandacht van alle gedrukte en elektronische media.

De komende acht maanden moet bijna iedere minuut worden gekocht, en president Bush heeft dan een serie voordelen. Ten eerste heeft hij niet hoeven opboksen tegen interne tegenkandidaten. Dat spaarde tijd en geld. Hij kon in alle presidentiële rust een flink deel van de 200 miljoen dollar verzamelen die hij denkt nodig te hebben om in november te winnen.

Vanaf morgen gaan de Republikeinen de winnende Democraat met die miljoenen aan tv-spots bestoken. De president heeft van nature ook een achterban met diepere zakken. Gezien de voordelen die hij vermogende kiezers en het grote bedrijfsleven heeft geboden, zijn herhalingsdonaties relatief makkelijk te krijgen.

Daar komt bij dat George W. Bush het vliegtuig en het aanzien van de president heeft. Hij heeft een staat van dienst als oorlogspresident en president die de economie weer aan het groeien kreeg na een ondiepe maar taaie recessie. Zijn prestaties zijn iedereen bekend, dat is zijn kracht én zijn kwetsbaarheid.

John Kerry is hard bezig even bekend te worden, maar wie hij is en wat hij vindt moet hij nog door hard werk komen uitleggen aan zo veel mogelijk kiezers. Terwijl hij zichzelf verder voorstelt, moet hij tientallen miljoenen werven en een echt presidentieel campagneteam samenstellen. Maar tijdens de verbouwing gaan de beschietingen door. Kerry ligt permanent onder vuur van de Republikeinse imago-infanterie. Niet onredelijk gezien de maandenlange kritiekbarrages die Bush over zich heen heeft gekregen in het Democratische voorfestijn.

De komende maanden worden bepalend voor Kerry's succes of ondergang, zeggen de deskundigen. Zoals Donna Brazile, Al Gore's campagnechef, in 2000 waarschuwde: zorg dat je onze fout niet herhaalt en kijk uit dat de Bush-campagne jou niet negatief beroemd maakt voordat je jezelf positief definieert.

De laatste dagen blijkt de Republikeinse operatie wat dat betreft al uiterst gedisciplineerd in gang gezet. Terwijl de president zo lang mogelijk presidentieel blijft en hooguit wat spottend over zijn tegenstander spreekt, vallen strak geregisseerde `surrogates', zoals dat heet in het Amerikaanse politieke jargon, John Kerry aan.

Volgens die aanvallers staat Kerry `ver links van het midden', is hij een senator die tegen versterking van de veiligheidsdiensten stemde, binnen 100 dagen de belastingen weer gaat verhogen en tegen de zelfs door president Clinton gesteunde – wet stemde die het klassieke huwelijk zegt te verdedigen. Beide kampen zeggen dat zij er zin in hebben en er klaar voor zijn. En de kans bestaat dat het ergens over gaat. 245 dagen gaan zij elkaar te lijf over banen (meer dan 2 miljoen verdwenen onder Bush), belastingverlaging, de strijd tegen het terrorisme, de oorlog in Irak en morele symboolthema's als het homo-huwelijk en particulier wapenbezit.

Uit alle peilingen van de laatste weken blijkt dat Democratische kiezers en bijna de helft van de `onafhankelijken' boos zijn op Bush en in de voorverkiezingen hebben gestemd op de kandidaat die hem het beste kan verslaan. Hoewel Kerry vooralsnog geen emotionele karavaan aanhangers heeft verzameld, bleek ook gisteren in zulke uiteenlopende staten als Minnesota, New York, Ohio, Georgia en Californië dat hij het goed doet onder alle lagen van de bevolking.

Of John Kerry het dit hele lange jaar uithoudt als eenheidskandidaat van het alternatief voor George Bush is de grote vraag. Het is geen entertainer, zoals Bill Clinton. Het is meer een ijshockeyer dan een saxofoonspeler. Maar één ding lijkt zeker: anders dan een half jaar geleden is het geen uitgemaakte zaak wie de volgende president van de VS wordt.