Van ruim 8.000 meter op ski's naar beneden

Joost Schreve en Greg Nieuwenhuys skiën als eerste Nederlanders zonder zuurstof van een berg die hoger is dan 8.000 meter. ,,Alsof je door een heel dun rietje ademt.''

,,Zonder additionele zuurstof skiën is een veel grotere uitdaging. Dat maakt de ervaring puurder'', zei Joost Schreve (29). Gisteren vertrok hij met Greg Nieuwenhuys (24) naar het Aziatische Himalaya-gebergte voor een expeditie die bij hun weten nooit door Nederlanders is uitgevoerd. Het duo wil op de grens van Nepal en Tibet de 8.201 meter hoge berg Cho Oyu beklimmen en daarna op ski's afdalen. Met begeleidend arts Herman Frima (29) brengen zij ruim twee maanden door in de Himalaya, omdat zij de afdaling willen voltooien zonder kunstmatige zuurstof.

Schreve en Nieuwenhuys, die bevriend raakten tijdens hun studies in Delft, zijn vanaf april vorig jaar bezig geweest met de voorbereiding op de afdaling van de Cho Oyu. Na een beklimming van de Nepalese Mera Peak (6.461 meter) begonnen ze met de training en de werving van sponsors. ,,We hebben professionele begeleiding gehad van een trainings- en voedingsbureau in Papendal'', zei Nieuwenhuys. ,,Voor onze conditie moesten we hardlopen en fietsen. Daarnaast hebben we veel krachttraining gedaan. De afgelopen weken hebben we in de Alpen gewerkt aan onze skitechniek. Die moet je perfectioneren door van steeds steilere hellingen te skiën. We hebben echt reserves nodig om straks van de Cho Oyu af te dalen.''

Opvallende toevoeging aan ,,de ultieme kick'' die het duo zoekt is dat de afdaling plaatsvindt zonder toediening van extra zuurstof. Schreve: ,,Dat maakt het echter en puurder. Het klinkt gek, maar wij vinden het ook nog eens veiliger. Je hoort veel dat zuurstofmaskers op die hoogte bevriezen. Als je plotseling zonder extra lucht komt te zitten, ben je slecht geacclimatiseerd. Dat zou alleen maar meer risico opleveren. Wij vertrekken twee maanden voor de afdaling naar de Himalaya en maken eerst drie weken wandeltochten om te wennen aan de lucht.''

Behalve voor het gevaar van zuurstofgebrek waken Schreve en Nieuwenhuys voor tal van andere risico's. ,,Bevriezingsgevaar'', zei Schreve. ,,Alles wat je de volgende dag wilt aantrekken, leg je bij je in de slaapzak, weten we uit ervaring. Je zet je schoenen niet voor je tentje met 25 graden onder nul. Dan moet je ze opwarmen met je voeten als je ze aantrekt. Dus hou je alles zo dicht mogelijk bij je lichaam, anders is het ijskoud.'' Ook de outfit is aangepast aan de zware omstandigheden: meerdere lagen thermische, fleece- en donzen kleding over elkaar en handschoenen die vooral niet te strak om de vingers zitten ter bevordering van de bloedsomloop.

Ondanks verdere gevaren van sneeuwstormen, hoogteziekte, lawines van stenen of sneeuw, ravijnen en verraderlijke bergspleten ziet het duo de expeditie met vertrouwen tegemoet. Nieuwenhuys: ,,We klimmen en skiën beiden van jongs af aan. Door onze ervaring en goede voorbereiding zijn we er eigenlijk van overtuigd dat we het halen. We hebben een eigen dokter voor medische begeleiding, apparatuur voor als we in een lawine terechtkomen en opgespoord moeten worden en we hangen touwen tussen moeilijke punten.''

Schreve: ,,Nadat we eind maart aan de hoogte zijn gewend, richten we met klimsherpa's kampen in. Vanuit het basiskamp op 5.800 meter zetten we tenten op 6.400, 7.000 en 7.500 meter. De eerste keer dat je terugkeert naar kamp 1 ben je helemaal kapot. Door die hoofdpijn merk je dat je voortdurend tegen je grens aan zit. Gelukkig hebben we een goed sherpateam. We worden geholpen door Ngima Dorji Sherpa, een Nepalese sherpa die in de loop der jaren een vriend is geworden. Eind april denken we te kunnen afdalen, zodat we in mei weer in Nederland zijn.''

Voor de daadwerkelijke afdaling, waarbij 2.000 meter naar het eerste kamp wordt overbrugd, trekken de twee een volle dag uit. ,,Er zijn veertien bergen ter wereld hoger dan 8.000 meter, allemaal in de Himalaya. De Cho Oyu is de zesde'', zei Nieuwenhuys. ,,Op die hoogte zo'n geweldige afstand afleggen, dat geeft een kick. Sommige stukken hebben een helling van 45 graden. Ter vergelijking: de meeste zwarte pistes van een skigebied gaan tot 25 graden. Tijdens de afdaling is het alsof je door een heel dun rietje ademt. Je bloed wordt dikker en je skiet op eenderde van je zuurstof, waardoor je hoogteziekte of hallucinaties kunt krijgen. Na elke bocht ben je helemaal kapot en moet je even rusten.''

De combinatie van klimmen en skiën, ook tourskiën genoemd, wordt vooral in de Alpen gedaan. De sport groeit gestaag, al telt Nederland slechts enkele tientallen beoefenaars en bedwongen alleen enkele Fransen, Zwitsers en Oostenrijkers een berg boven de 8.000 meter. Nieuwenhuys: ,,Het is de combinatie die het mooi maakt. Iedereen beklimt bergen, maar skiën is nog mooier dan klimmen. Als je eenmaal die 8.000 meter voorbij bent geklommen en je skiet naar beneden, behoor je maar tot een klein gezelschap.''

Per satelliet en zonnepaneel proberen Schreve en Nieuwenhuys verscheidene malen per week hun website (www.ski8000.com) te vernieuwen met tekst, foto en video.