Rechtbank: bolletjesslikker niet vasthouden

Bolletjesslikkers die via Schiphol cocaïne het land binnensmokkelen, mogen niet langer in bewaring worden gesteld.

Volgens de persrechter van de rechtbank in Haarlem kunnen de bolletjesslikkers niet worden vastgehouden omdat tevoren vaststaat dat het openbaar ministerie (OM) hen niet vervolgt. De wet zegt dat een verdachte niet in bewaring kan worden genomen als er geen strafoplegging wordt verwacht.

Daardoor ontstaat een groot probleem voor het OM, dat de bolletjesslikkers enige tijd wil vasthouden om er zeker van te zijn dat hun lichaam vrij is van cocaïnebolletjes als zij op het vliegtuig naar huis worden gezet. Afgelopen week wees de rechter-commissaris in Haarlem de bewaring van zestien bolletjesslikkers om principiële redenen af. De raadkamer heeft dat gisteren bekrachtigd.

Bolletjesslikkers met cocaïne in hun lichaam worden sinds enkele maanden niet meer vervolgd, en dus ook niet meer gestraft.

Eind vorig jaar besloot minister Donner (Justitie) tot deze noodmaatregel om het justitiële systeem te ontlasten. Het OM ziet nu af van vervolging bij personen die met minder dan drie kilo harddrugs arriveren. Nadat de koeriers hun bolletjes met cocaïne hebben `afgeleverd' – wat soms dagen in beslag kan nemen – worden zij uitgezet. Het OM houdt een bolletjesslikker tot nu toe vast totdat hij of zij drie keer een bolletjesvrije ontlasting heeft gehad.

In de nieuwe situatie kan het gebeuren dat bolletjesslikkers eerder op het vliegtuig worden gezet. Daarbij doet zich een aanzienlijk gezondheidsrisico voor, omdat een geknapt bolletje cocaïne in het lichaam levensgevaar oplevert. Verder was het beleid van justitie erop gericht alle drugs in beslag te nemen om ze aan het verkeer te onttrekken. Ook dat is niet meer zeker als de bolletjesslikkers eerder worden teruggestuurd.

Het OM kan het probleem volgens de rechtbank oplossen door de drugskoeriers weer te gaan dagvaarden. Een andere mogelijkheid is een wetswijziging. De Haarlemse rechtbank stelt dat tot nu toe is meegewerkt aan het nieuwe beleid van de minister omdat het niet-dagvaarden van verdachten als een tijdelijke noodmaatregel werd gepresenteerd. De rechtbank voorziet nu dat dit beleid eerder wordt voortgezet dan beëindigd.