Politiek draait nu om personen

Moderne politieke democratie gaat meer om de zeggingskracht van personen en hun oplossingen voor maatschappelijke problemen dan om de beginselprogramma's, meent Thom de Graaf.

Deel 5 in een serie over het ideologisch vacuüm in de politiek.

Links en rechts zijn versleten begrippen geworden, al was het maar omdat niemand nog weet welke leerstellingen daar precies bij horen. Een behoedzaam begrotingsbeleid is allang niet meer rechts, een actieve overheid geen monopolie van links. Het politieke debat gaat steeds minder om heilige principes en steeds meer om nuances en praktische toepassingen.

Een romantisch verlangen naar een nieuwe politieke tweestrijd roept nieuwe tegenstellingen op die even onvruchtbaar zullen blijken. De begrippen vliegen ons om de oren. Tegenover het neo-conservatisme plaatst Dick Pels in deze krant van 26 februari het sociaal-individualisme van de progressieven. CDA, VVD en ook D66 worden in de conservatieve hoek gezet, alleen `rest-socialen' uit die partijen mogen de oversteek naar het goede kamp maken.

PvdA-ideoloog Jouke de Vries maakt het in zijn opiniebijdrage op 27 februari nog bonter. Onder verwijzing naar Banninks personalistisch socialisme roemt hij het `libertair socialisme' als de nieuwe linke inspiratiebron, die een krachtig antwoord zou moeten vormen. Een antwoord op wat? De Vries plaatst het individu in de driehoek van staat, markt en civil society. Dat klinkt bekend en niet erg nieuw. De Vries' ideaal is de synthese tussen het etatisme van de PvdA, het marktbesef van de VVD en het actief burgerschap dat D66 bepleit. Paars als oplossing voor de linkse leegte?

Ideologische leegte is er zeker bij klassiek links. In de PvdA-kaders wordt gemord dat Wouter Bos geen heldere sociaal-democratische koers decreteert, maar kan dat worden gevraagd van iemand die zich in het recente verleden juist bevrijd voelde van zoiets rigide als een ideologie? Femke Halsema wil van GroenLinks nu opeens een links-liberale partij maken, het soort Derde Weg waar haar voorganger Paul Rosenmöller juist de staf over brak.

Maar ook andere partijen hebben moeite om nieuwe ankers te vinden. Is het CDA sociaal-christelijk of meer cultuur-conservatief? En waaraan moet dat worden afgemeten? Aan het sociale gezicht van een Kamerlid of aan de uitspraken over satire van de premier?

In de VVD lijkt een ware richtingenstrijd te zijn losgebarsten, maar die gaat nauwelijks over de koers. De echte discussie gaat in deze partij over de strategie om het midden te omarmen zonder de rechterflank onbeschermd te laten.

De werkelijkheid is natuurlijk dat politieke partijen in het huidige tijdsgewricht op zoek zijn naar nieuwe kiezersmarkten en daar ideologie ondergeschikt aan maken. Met ideologie kom je tegenwoordig niet ver meer, constateerde Frank Ankersmit terecht (Opinie & Debat, 28 februari). Bovendien heeft elke ideologie het nadeel slechts een deel van de werkelijkheid te benadrukken en wat niet in het systeem past te verdonkermanen. De meeste politieke partijen realiseren zich dat loutere fixatie op ideologische wereldbeelden niet alleen weinig helpt, maar hen in toenemende mate ongeschikt maakt als dragers van de moderne democratie. Als zelfs traditioneel socialistische groeperingen flirten met liberaal gedachtegoed, zijn socialisme en liberalisme dan nog relevante termen voor het politieke en publieke debat?

Als D66-politicus sta ik naar mijn eigen gevoel in de traditie van de vrijzinnig-democratische stromingen uit de vorige eeuw. De aandacht voor rechtsstaat en grondrechten, de versterking van zeggenschap van individuele burgers op gevestigde instituties, de nadruk op overheidsactivisme om individuele ontplooiing mogelijk te maken en de humanistische waarde van zelfbeschikking, het zijn allemaal kenmerken die D66 gemeen heeft met de vroegere Vrijzinnig Democratische Bond. Net zoals het ontbreken van knellende banden met machtige belangengroeperingen en de wijze waarop beide partijen zich altijd hebben onttrokken aan het links-rechts spectrum.

De verschillen tussen politieke partijen die voor de toekomst relevant zijn, hebben weinig te maken met etiketten van een voorbije eeuw. Voor de toekomst, ook voor D66, is dat echter betrekkelijk oninteressant. Het gaat niet meer om principiële verschillen in de visie op de staatsmacht of de vrijheid van het individu. In dat opzicht zijn de meeste politici in Nederland min of meer liberaal én sociaal. Fundamentele scheidslijnen vinden we heden ten dage terug in de meer levensbeschouwelijke blik op wat de samenleving bindt en wat de (morele) rol van de overheid in die gemeenschapvorming moet zijn. Het waarden-en-normendebat gaat vooral daarover, net zoals, in afgeleide zin, de discussie over de multiculturele samenleving.

Interessant is dat de verschillen in dit opzicht dwars door de bestaande partijen lopen. De (al dan niet rode) dominee en de vrijdenkende koopman komen overal voor. Niet de partijideologie maar de maatschappelijke achtergrond en ervaringen van de politici lijken doorslaggevend. Die kunnen binnen één en dezelfde politieke stroming behoorlijk verschillen, van de gereformeerde gemeenschapsdenkers en pragmatische Limburgse katholieken in het CDA tot de vakbondsman of de vroegere Shell-employé in de sociaal-democratie. Wie toevallig vooraan staat, bepaalt het beeld van de hele partij.

Moderne politieke democratie gaat veeleer om de zeggingskracht van personen en hun concrete oplossingen voor bestaande maatschappelijke fricties dan om de gefixeerde denkramen van beginselprogramma's. Dat mag betreurd worden als een teloorgang, het is in ieder geval een wezenlijke verandering die niet kan worden bestreden met een nieuwe terminologie voor oude ideologie.

De gemiddelde kiezer wil vertrouwen investeren in politiek leiderschap op grond van aansprekende persoonlijkheden, helder geformuleerde missies en voorstellen die geen heilstaat suggereren maar die wel duidelijke keuzen maken in maatschappelijke problemen. Om die moderne democratie te bedienen, zullen partijen zichzelf opnieuw moeten uitvinden als kiesverenigingen en aanjagers van het maatschappelijk debat.

En om moderne burgers te bedienen, zal ook het democratisch proces aanpassing behoeven langs de lijnen van meer directe zeggenschap over de machtsuitoefening en een hechtere, herkenbare band tussen kiezer en gekozene.

D66 neemt deel aan het kabinet om te hervormen, in de economie, de sociale zekerheid en de democratie. Maakt ons dat rechts of links? Dat is net zo'n oninteressante vraag als die naar een mogelijke fusie tussen VVD en D66. Politieke hergroepering is nuttig als die recht doet aan de tijdgeest en gebaseerd is op overeenstemming in visie op grote maatschappelijke vraagstukken. Geen partij heeft immers eeuwig bestaansrecht, maar wie de verschillen ziet in politiek handelen en in het maatschappelijk debat, weet dat samengaan nog lang kan duren.

Thom de Graaf is minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.

www.nrc.nl/opinie De teksten van eerdere afleveringen van Patrick van Schie, Dick Pels, Jouke de Vries en Frank Ankersmit.