Overnachten in een blokkendoos

De hoteleigenaar in het middeleeuwse monumentale stadje Bardejov investeert in een toekomst in de EU. Maar voorlopig komen de toeristen nog vooral uit omringende landen.

Bozena Bezaniuková schaamt zich voor de gevel. De verf bladdert, het beton brokkelt, de tochtstrippen roesten. Ze heeft er nog niets aan gedaan. ,,Eerst de binnenkant.''

`Hotel Šport' staat er op het gebouw. Bezaniuková heeft het twee jaar geleden gekocht. De blokkendoos werd 25 jaar geleden gebouwd door de communisten. Het was een staatspension voor bevoordeelde arbeiders. ,,Ik wil er een echt hotel van maken'', zegt ze. Er is inmiddels een receptie gekomen, de eetzaal is wat gerenoveerd en achterin is een conferentiezaaltje ingericht. Maar veel is nog onveranderd: de plastic lampen uit de jaren zeventig, de paarse weefkleedjes aan de muur, de viesbruine stoelen in de lobby.

Het hotel ligt in het Oost-Slowaakse Bardejov (33.000 inwoners), in reisgidsen een van de mooiste en best bewaarde middeleeuwse stadjes van Midden-Europa genoemd. Unesco heeft het in 2000 op de monumentenlijst gezet, het is voor miljoenen gerestaureerd. Rondom de stad zijn prachtige bergen: je kunt er skiën, fietsen, rolschaatsen of gewoon lopen. Je vindt er tientallen eeuwenoude houten kerkjes met prachtig geschilderde iconen. En vlakbij Bardejov ligt een spadorp, waar uit tientallen kranen bronwater stroomt.

Maar veel heeft die culturele en natuurlijke rijkdom Bardejov nog niet opgeleverd: de werkloosheid rijst met 20 procent de pan uit. Er is geen werk. Dezelfde jongeren hangen elke dag in dezelfde kroegen. De politici in Bratislava, in het westen, zijn het oosten vergeten, klaagt iedereen.

De sociaal-democratische burgemeester Boris Hanušcák is desperaat. Hij stelt alles wat zijn stad kan bieden ter beschikking: gratis land, gratis overnachting, gratis begeleiding. ,,Als er maar bedrijven komen.'' Welke lokale producten zouden vanaf 1 mei, als Slowakije lid is van de Europese Unie, naar het Westen kunnen worden geëxporteerd? Het eerste wat burgemeester Hanušcák te binnen schiet: vlechtmanden. Die worden, zo blijkt, door een twintigtal geestelijk en lichamelijk gehandicapten gemaakt, in een sociale werkplaats vlak buiten de stad.

De plaatselijke machinebouwfabriek en schoenenfabriek kunnen de concurrentie met het Westen niet aan. Zij exporteren daarom naar het Oosten: naar Oekraïne en Rusland. De twee fabrieken zijn, vergeleken met vroeger, schimmen van zichzelf. Vroeger nam iedereen deel aan de productie van voetbalschoenen en draaibanken. Maar sinds 1989, sinds de val van het communisme, is 80 procent van de werknemers ontslagen. De lokale houtindustrie – tuinmeubelen, hekjes, prieeltjes – heeft slechts gedeeltelijk soelaas gebracht.

Hotelhoudster Bezaniuková maakt zich geen illusies. ,,Er zullen zich hier geen grote bedrijven vestigen, het zal van onszelf moeten komen.''

Bozena Bezaniuková werd hier negen kilometer vandaan geboren. Haar moeder was Russisch, haar vader Slowaaks. Ze studeerde pedagogie en gaf les op een lagere school. Na 1989 werd de lerares onderneemster: ze begon een reisbureau, BB Tours. Ze is inmiddels een soort lokale beroemdheid. Ze komt voor in de eerstvolgende editie van de Slowaakse who is who, vertelt ze trots.

Jaarbeurzen zijn haar specialisme. Ze organiseert al jaren busreizen voor inwoners van het naburige Oekraïne, die in West-Europa beurzen over de meest uiteenlopende onderwerpen willen bezoeken. De laatste reis die ze organiseerde ging naar Keulen, naar een beurs over koeltechnieken.

En nu heeft ze dus ook een hotel. ,,Hotel Šport moet een combinatie van een één- en tweesterrenhotel worden'', zegt ze. ,,De standaard moet aan de normen van de EU voldoen: het moet schoon zijn, de kamers moeten zijn uitgerust met tv en telefoon. Er komt internet. We hebben twintig kamers maar binnenkort komen er zestien bij. We hebben een zomertuin laten aanleggen waar tweehonderd mensen in kunnen. Het is een investering in de toekomst.''

In Hotel Šport kost een éénpersoonsbed per nacht 300 kroon (zo'n 7 euro). Wie met het hele gezin komt en minimaal vijf dagen blijft, betaalt 99 kroon, nog geen 2,50 euro, per bed, per nacht. Veel mensen zien Bardejov alleen maar als een dagattractie'', zegt Bezaniuková. ,,We moeten zien dat we ze langer vasthouden.'' Ze verwacht niet dat het storm zal lopen na 1 mei. De stad heeft te weinig geld om reclame te maken in het Westen. Reclame maken in het Oosten is veel goedkoper. Voorlopig zullen de toeristen vooral uit de omringende landen blijven komen.

Bezaniuková's dochter, Mária, komt binnenlopen. Zij studeerde voor ingenieur en was, net als zo velen vóór haar, voorbestemd om te gaan werken in de lokale machinefabriek. Maar die opzet mislukte, door de omwenteling. Dochterlief zat jarenlang met de armen over elkaar, maar ging uiteindelijk tweeënhalf jaar naar de Verenigde Staten, om hotelmanagement te studeren. Ondertussen kocht moeder de blokkendoos.

Mária is nu terug. Sinds vier maanden heeft ze de leiding over de acht werknemers van Hotel Šport. Ze draagt een broekpak, als een echte directrice. Maar op haar visitekaartje staat nog steeds `ingenieur'.

Dit is het vijfde deel in een serie over zakendoen in het nieuwe Europa. Eerdere delen zijn na te lezen op de website www.nrc.nl