Ontwikkeling Afrika

Wereldbank-econoom F. Bourguinon wijst in NRC Handelsblad van 25 februari op de mislukking van de ontwikkeling van Afrika. Voormalige probleemlanden als India, Pakistan en Bangladesh laten nu een succesvolle groei zien. Afrika blijft achter.

Een te snel draaiende geldpers veroorzaakt in veel landen een permanent hoog tempo van prijsstijgingen. Spaargeld verliest zijn waarde. In de dichtbevolkte gebieden rond het Indiase subcontinent weten banken daar weg mee: in de rentestand verrekent men de geldontwaarding, waardoor inflatie niet meteen dramatisch is.

Afrika echter kent een immens uitgestrekt platteland met een geringe bevolkingsdichtheid. Daar kan het nog tientallen jaren duren voordat overal een bank aanwezig is.

Sparen is er nog niet meer dan het opsparen van bankbiljetten. In Afrika is dus geldontwaarding een economische ramp. Er bestaat nog geen mogelijkheid deze met rente op te vangen. Afrika heeft dit probleem gemeenschappelijk met de dunbevolkte buitengewesten van overigens succesvolle landen, zoals de Indonesische archipel.

Ontwikkeling eist investeringen. Daarvoor is spaargeld nodig, de accumulatie van waarde. Zolang het bankwezen ontbreekt, zal het geld dus waardevast moeten zijn. In dunbevolkte buitengebieden is prijsstabiliteit dan ook een harde, noodzakelijke voorwaarde. Vooral in Afrika is inflatie catastrofaal.