Na de soera volgt de scoutinggroet

De Marokkaanse scoutingsgroep El Andalus in de Haagse Schilderswijk heeft een wachtlijst. Maar het voortbestaan wordt bedreigd. ,,De wethouder vindt alles leuk en prachtig, maar ze helpt ons niet.''

In het clubhuis van de Haagse waterscouting de Vliegende Hollander zitten de Marokkaanse kinderen keurig op bankjes langs de muren. Aan de ene kant de meisjes, met hun groene scoutinghemd en een strakgebonden hoofddoek. Aan de andere kant de jongens. Ze zingen als ochtendopening de eerste soera uit de koran, in het Arabisch. Even later staan ze buiten in een cirkel om de vlaggenmast. Met drie vingers in de lucht (de scoutinggroet) hijsen ze de vlag.

Dit is scoutinggroep El Andalus uit de Schilderswijk. Een groep van ongeveer vijftig Marokkaanse jongens en meisjes tussen de zes en achttien jaar komt één keer in de twee weken op zondag bij elkaar in de bossen ten noorden van Den Haag. De groep is vernoemd naar het vroegere islamitische rijk in Spanje om de fantasie van de kinderen te prikkelen, zegt oprichter Mohamedi Daoudi. ,,Zij moeten El Andalus zien als een soort sprookjesland, het land van ooit.''

In het clubhuis, aan de rand van het Haagse landgoed Oosterbeek, beginnen de jongens en meisjes aan het `opwarmspel'. Elk kind krijgt twee ballonnen aan een touwtje rond het linkerbeen, en moet proberen andere ballonnen kapot te trappen. Na vijf minuten verwoed springen, zijn bijna alle hoofddoekjes af. Enkele toekijkende vaders kunnen zich niet bedwingen, en trappen zelf ook ballonnen stuk, tot grote verontwaardiging van hun kroost. De andere vaders zitten in een andere kamer, zij studeren een lied in, om later met de kinderen samen te zingen.

Vier jaar geleden zocht Daoudi, elektricien bij KPN, naar iets om Marokkaanse kinderen van de straat te halen. Hij herinnerde zich dat hij wel eens scoutinggroepen in Marokko bezig zag. Hij vond het geweldig. ,,Je kunt kinderen liefde voor de natuur geven, je bent lekker buiten bezig, het is nuttig en leerzaam, en je stoort niemand.'' Daoudi ging in Nederland op zoek naar manieren om zijn eigen groep op te richten. In een buurthuis in de Schilderswijk wijst Daoudi naar het raam. ,,Kijk eens naar buiten, er is niks hier voor kinderen, alleen problemen. Wat leren zij op straat? Vloeken, schelden, ze krijgen daar alleen het slechte voorbeeld. Moet ik mijn kinderen zo opvoeden? Ik bind ze nog liever met een touw binnen vast.'' De meeste ouders die hij kent hebben dezelfde bezorgdheid, verzekert Daoudi. ,,Allemaal zijn ze bang dat ze hun kinderen kwijtraken aan de straat.''

De scouting is onder Marokkaanse ouders in de Schilderswijk razend populair. Er bestaat een lange wachtlijst, en in de buurtmoskee komt Daoudi regelmatig mensen tegen die hun kinderen ook bij de groep willen hebben. Op de scouting leren de kinderen dat ze bij problemen moeten aankloppen bij hun ouders, zegt Daoudi, en niet bij oudere kinderen op straat. Voor de ouders is het trouwens ook leerzaam, denkt hij. ,,Wij ouders moeten vaker met onze kinderen spelen. Je moet je kind kennen.''

Scoutinggroep El Andalus telt op dit moment twee niet-allochtone Nederlandse meisjes. ,,We willen eigenlijk meer Nederlandse kinderen'', zegt Mohammed Douari, medeoprichter en vader van twee kinderen in de groep. De oprichters zouden het liefst zien dat de groep zich echt gaat mengen. ,,Als er Nederlandse kinderen bij zitten is dat ook veel beter voor onze kinderen'', denkt Douari. Maar het is moeilijk om Nederlandse ouders te interesseren, geeft Daoudi toe. Het beeld van Marokkaanse kinderen als losgeslagen crimineeltjes helpt niet. ,,Nederlanders hebben het verkeerde beeld van ons'', verzekert Daoudi. De Arabische gebeden en liederen zijn het probleem niet, bezweren Daoudi en Douari. Als er meer Nederlandse kinderen zijn, verdwijnen die wat Douari betreft gewoon. Volgens Daoudi blijft er wel iets over, het is tenslotte een deel van hun cultuur. ,,Maar wij gaan echt het geloof niet praktiseren hier.''

Behalve de liedjes spreekt iedereen het grootste deel van de ochtend Nederlands. Voor Daoudi is dat vanzelfsprekend. ,,Mijn kinderen zijn gewoon Nederlanders, geen allochtonen, thuis praten wij ook bijna altijd Nederlands.''

El Andalus bestaat nu vier jaar, en is sinds één jaar ook erkend door Scouting Nederland. Maar Daoudi vreest dat dit meteen ook het laatste jaar van het bestaan is. Hij praat al drie jaar met de gemeente over de mogelijkheden om een eigen ruimte te krijgen, het liefst in de buurt van het Zuiderpark, zodat de kinderen ook in de natuur bezig kunnen zijn. Maar hij krijgt van wethouder Klijnsma van Den Haag steeds te horen dat er ruimtegebrek is in de stad. Daoudi snapt er niets van. ,,Ze vindt alles leuk en prachtig, maar ze helpt ons niet.'' Dan verontwaardigd: ,,Ik heb niets aan die woorden.''

Daoudi wil best huur betalen, dat doet hij nu ook al, maar hij wil gewoon een plek die dichter bij de Schilderswijk ligt en als het even kan ook gedurende de week te gebruiken is. ,,Voor veel ouders is de afstand een probleem.'' Nu vervoeren ze de kinderen elke week met een bus, daar kregen ze een particuliere subsidie voor, maar die wordt stopgezet. Douadi ziet zijn project in gevaar komen. En van alle uitbreidingsplannen, zoals bijvoorbeeld doordeweekse huiswerkbegeleiding, komt al helemaal niets.

Volgens een woordvoerder van Klijnsma heeft de gemeente vier jaar geleden mee helpen zoeken naar een goede ruimte in de Schilderswijk, maar is dat toen ,,helaas niet gelukt''. In de wijk zijn geschikte ruimten voor scoutinggroepen nu eenmaal nauwelijks aanwezig, zegt de woordvoerder. De gemeente blijft ,,in gesprek'' met de groep. ,,Maar clubs zijn wel verantwoordelijk voor hun eigen huisvesting.''

In het tijdelijk onderkomen op landgoed Oosterbeek leiden de achttienjarige Abdelwahid Daoudi, een neef van de oprichter, en Ikram El-Qoraychy de groep. Zij behoren tot de eerste lichting kinderen die vier jaar geleden bij de groep kwamen. Ze willen allebei bij de groep betrokken blijven. ,,Het is gewoon hartstikke leuk met die kinderen'', zegt Abdelwahid, die vorig jaar een cursus volgde bij Scouting Nederland.

Samen met de kinderen lopen ze een speurtocht door het park, in de sneeuw die de dagen daarvoor is gevallen. Streng controleert Abdelwahid dat er geen sneeuwbalgevechten ontstaan. Maar even voordat iedereen weer bij het clubhuis aankomt gaat het mis, er ontstaat een massaal sneeuwbalgevecht waar de vaders met onverholen enthousiasme aan meedoen. ,,Allemaal op Daoudi'', roept een van de meisjes. Overweldigd door de hagel van sneeuwballen die zijn kant op vliegen, rent Daoudi gierend van het lachen en met zijn jas over zijn hoofd, de veiligheid van het clubhuis in.