Mars

Voor het Centraal Station van Den Haag arriveerden gistermiddag de deelnemers aan A Long Walk to Freedom, een protestmars tegen het uitzettingsbeleid van minister Verdonk. Ze waren met zo'n vijftig mensen vrijdagmorgen in Groningen begonnen. Om de ouderen te ontzien, hadden ze van Assen tot Utrecht de bus genomen.

Daarna kwamen er af en toe wandelaars bij, maar er vielen ook mensen af.

In Den Haag waren er ongeveer honderd mensen over. Asielzoekers, in Nederland gevestigde allochtonen, een handjevol vooral jonge Nederlanders.

De deelnemers die ik sprak, waren nogal opgetogen over de reacties die ze onderweg hadden gekregen. Er waren hartverwarmende blijken van gastvrijheid geweest. Zoals die mevrouw in Boskoop die haar huis spontaan had opengesteld voor een sanitaire stop. Zoals al die mensen en instellingen die gratis eten en onderdak hadden aangeboden.

Ik liep met de groep mee naar het Vredespaleis. Terwijl ik naar hun opgewekte verhalen luisterde, keek ik om me heen. Wat ik zag kon ik moeilijk in overeenstemming brengen met hun tevredenheid. We werden door enkele politiemensen zoveel mogelijk over trottoirs en zijstraten om het centrum heengeloodst. Daar waar Den Haag leeg was, want aan het werk. Er sloten zich enkele tientallen, vooral oudere Haagse burgers aan, maar daarbij bleef het. Bovendien was de belangstelling van de media minimaal.

Ook voor het Vredespaleis bleven de betogers vooral onder elkaar. In toespraken vertelden ze elkaar dingen die ze de afgelopen dagen al vele malen moesten hebben gewisseld. Hoe onbegrijpelijk het was dat deze regering hen terug wilde sturen naar onveilige landen als Soedan, Iran en Irak. Dat ze hier hun jeugdjaren hadden doorgebracht en nu terug moesten naar een land waar ze niemand kenden.

Ze klonken boos, verongelijkt en nog steeds strijdbaar.

Maar waar waren de anderen? De rest van die 26.000 uit te zetten asielzoekers, de talrijke allochtone burgers van Den Haag? Dat niet iedereen zo'n lange mars kan lopen, is begrijpelijk. Maar waarom niet wat meer solidariteit getoond met de mensen die het wel waagden?

Ik vroeg het aan deelnemers en de organisatie, maar er kwamen geen bevredigende antwoorden. Bij die groep van 26.000 is veel gelatenheid en psychische ontwrichting, hoorde ik. Tot veel gevestigde allochtonen was het bestaan van de protestmars misschien niet doorgedrongen. En het Nederlandse publiek dat wilden de deelnemers na enig doorvragen wel beamen had zich soms ook onverschillig getoond. Vooral zaterdag, bij het winkelpubliek van Utrecht, hadden ze dat gevoeld.

Kortom, wat was er nog over van dat `brede maatschappelijke verzet tegen de plannen van minister Verdonk' waarvan de organisatie van A Long Walk to Freedom sprak? Het leek eerder alsof die plannen al in brede maatschappelijke lagen waren aanvaard. Met tegenzin soms, maar tóch.

Hoe zal Nederland reageren als wij straks bij individuele uitzettingen actie gaan voeren, vroeg iemand zich openlijk af. Goede vraag.

Ik liet ze achter op een plantsoentje aan de Stadhouderslaan. ,,Stop uitzettingen'', riepen ze tegenover het huis van de Stichting Vluchteling.

Geen Hagenaar kwam er zijn deur voor uit.