Lichte toon `Met grote blijdschap' bevalt

Wat in de film een gruwelijk geheim achter een deur in de schuur is, is in het toneelstuk een schokeffect in een houten kist waarvan de voorkant openklapt. En terwijl de film de modderige tinten van de Ardennen in de winter had aangenomen, speelt het stuk zich af op een goeddeels kaal toneel met wat stoelen uit een uitdragersrommeltje. Maar het meest verrassende aan de toneelversie van Met grote blijdschap is, dat er al meteen in het begin van de eerste scène iets gebeurt dat om te lachen is. Want wat er ook over de film te zeggen valt – die was niet om te lachen.

Met grote blijdschap werd in 2001 met recensentengejuich ontvangen. Dat gold het intense, broeierige spel van Jack Wouterse, Jaap Spijkers, Renée Soutendijk en Camilla Siegertsz, en het dramatische script van regisseur Lodewijk Crijns en Kim van Kooten. Zij ontvingen dat jaar zelfs een Gouden Kalf voor het beste scenario. En nu heeft Van Kooten een toneelversie geschreven, met meer dialoog en – onvermijdelijk – minder handeling. Iets minder benauwenis ook, maar daar staat winst tegenover: de onderlinge verhoudingen hebben meer lucht gekregen. Zo veel lucht, dat het stuk af en toe zelfs even op een moderne relatiekomedie begint te lijken. Al is dat bedrieglijk, want er hangt een raadselachtig soort spanning in de lucht, die nooit helemaal weggaat.

Een verhaal met een geheim laat zich lastig samenvatten door wie het niet wil verraden, maar ook de filmkritiek heeft destijds verteld wat het uitgangspunt van Met grote blijdschap is. Een man krijgt te horen dat zijn vijftien jaar eerder verdwenen broer ergens is gesignaleerd, en gaat samen met zijn zwangere vriendin op onderzoek uit. De broer blijkt ver weg van de bewoonde wereld te wonen, samen met een vrouw. En dan begint de speurtocht naar de ware reden van dat kluizenaarschap.

Ik moet bekennen dat dat verhaal mij minder aangreep dan veel anderen, omdat er nogal wat gekunsteld geconstrueerde apen uit de mouw kwamen. Dat geldt, wat mij betreft, dus ook voor de toneelbewerking die goeddeels de intrige uit de film volgt. Maar misschien is dat ook wel de reden waarom mij de lichtere toon die er nu in is aangebracht, wel beviel. In de regie van Porgy Franssen wordt op het scherp van de snede gespeeld. Ieder moment kan de stemming omslaan. Geregeld geven de geraffineerde dialoogjes aanleiding voor binnenpret, maar de spelers hoeden ervoor om de humor te laten overheersen. Die komt per ongeluk, zoals het hoort. Wat er werkelijk gaande is, wordt niet weggelachen.

De ster van de voorstelling vind ik Renée Fokker als de vrouw van de verdwenen broer – op het eerste gezicht een kittig sprokkelvrouwtje, dat allengs echter steeds wanhopiger loopt weg te drukken wat ze in zich heeft aan verdriet en verlangen. Oda Spelbos als de zwangere vriendin geeft subtiel tegenspel; haar rol heeft in vergelijking met de film iets meer gewicht gekregen, en daar maakt ze mooi gebruik van. Dat de mannen (Dries Smits en Tom Jansen) wat minder indruk maken, kan liggen aan het feit dat hun rollen schetsmatiger zijn gebleven.

Met grote blijdschap is, hoe dan ook, geen afleggertje van de film. En dat is misschien wel het beste nieuws: het toneelstuk staat op zichzelf.

Voorstelling: Met grote blijdschap, van Kim van Kooten, door Hummelinck Stuurman Theaterproducties. Regie: Porgy Franssen. Gezien: 28/2 Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 29/5. Inl: 020-6164004, www.humstu.nl