Kabinet mag inburgering vooraf eisen

Het is niet in strijd met het internationale recht om te eisen dat nieuwkomers al in hun eigen land in Nederland inburgeren. Het kabinet wil dit in een wet vastleggen.

Dat schrijft de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) vandaag in een advies aan aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en integratie). Volgens de adviescommissie draagt ,,basale kennis van het Nederlands en de Nederlandse maatschappij'' voor binnenkomst in Nederland effectief bij aan het vermijden van problemen bij de inburgering. Wel vindt de commissie dat reële eisen moeten worden gesteld aan het examen voor nieuwkomers.

Het rapport Inburgeringseisen als voorwaarde voor verblijf in Nederland pleit er voor dat de overheid de kennis die voor het inburgeringsexamen wordt vereist in een handzaam leerboekje onderbrengt. Dat zou op dezelfde manier kunnen als het bestaande zelfstandige rijexamen in Nederland.

De examenstof dient in alle belangrijke talen van de nieuwkomers verkrijgbaar te zijn. Zoals Engels, Marokkaans/Arabisch, Turks, Frans, Spaans en Chinees. Ook moet de stof toegankelijk zijn via internet en op cd-roms en cassettebandjes. Het lesmateriaal kan via Nederlandse ambassades en consultaten in het buitenland of per post verspreid worden. Het is evenwel niet de taak van de overheid om het materiaal voor het inburgeringsexamen zelf te vervaardigen en te distribueren, aldus de commissie in het advies.

De commissie waarschuwt voor rechtsongelijkheid en discriminatie naar nationaliteit als het inburgeringsexamen niet aan iedereen wordt opgelegd die hier op grond van EU-regels niet van is vrijgesteld. Onder de maatregel moeten dus ook de Nederlanders vallen, stelt het advies, die een partner of gezinslid van een andere niet-Europese nationaliteit naar Nederland willen laten overkomen. Wel moeten er volgens de commissie uitzonderingen worden gemaakt voor vluchtelingen en andere asielstatushouders en de gezinsleden die zich bij hen willen voegen. ,,Deze mensen hebben'', stelt de nota, ,,geen plek buiten Nederland waar het gezinsleven kan worden genoten.''

Het kabinet wil dat een permanente verblijfsvergunning pas verkregen wordt als ook een tweede inburgeringsexamen in Nederland met goed gevolg wordt afgelegd. Ook dit is volgens de commissie niet in strijd met de internationale wet- en regelgeving. Maar het zal in veel gevallen niet mogelijk zijn om vreemdelingen die dat tweede inburgeringsexamen niet halen daadwerkelijk uit te zetten, meent de commissie. Dat geldt zeker voor erkende vluchtelingen en hun familieleden. Deze kunnen immers niet terug ,,naar een land waar zij vervolging hebben te vrezen''.