Het navolgingswaardige voorbeeld van de Heer van de Martelaren

Shi'ieten in de wereld herdenken deze dagen de zelfmoordmissie van hun Imam Hussein bij Kerbala die in het jaar 680 de belangrijkste martelaar voor hun geloofsrichting werd.

Al dagen heeft de Iraanse staatstelevisie lange reportages over de pelgrims die vanuit Iran naar de heilige stad Kerbala in Irak trekken. Honderdduizenden in het zwart geklede Iraniërs zijn naar de twee heiligdommen in de stad getrokken, het mausoleum van imam Abbas en – belangrijker – het mausoleum van de `Heer van de Martelaren', Imam Hussein. Te voet, in bussen en op ezeltjes banen de pelgrims zich een weg naar Kerbala. De bedevaart, verplicht voor iedere shi'itische moslim, kan het best vandaag worden gemaakt op de exacte sterfdag van de Imam. Volgens de Arabische kalender is het vandaag precies 1324 jaar geleden dat Imam Hussein door een sunnitische krijgsheer werd onthoofd op de `de vlakte van smart en rampspoed', zoals de woestijn rond Kerbala nu wordt genoemd. Ieder jaar, als de rouwmaand Moharram begint, herdenken alle shi'ieten tien dagen lang Husseins dood. De tiende dag, Ashura, is het hoogtepunt. Dankzij de bevrijding van Kerbala door de Amerikaanse `kafirs', ongelovigen, kan dit jaar voor het eerst sinds decennia zijn dood worden herdacht op de plaats waar hij werd omgebracht.

In het jaar 680 trok Imam Hussein, kleinzoon van de profeet Mohammed, naar Kerbala om daar het erfconflict dat was ontstaan na de dood van Mohammed voor eens en altijd op te lossen. Na het heengaan van de profeet was zijn goede vriend Abu Bakr tot `kalief rasul allah', opvolger van de profeet van god, gekozen. Sommige gelovigen waren het daar niet mee eens en vonden dat de neef van de profeet, Ali, in zijn voetstappen moest treden. Zijn aanhangers kregen de naam `de partij van Ali', shi'at Ali, waaruit de shi'ieten voortkomen. De volgelingen van Abu Bakr gingen later door het leven als sunnieten. De grote splitsing in de islam was een feit.

Husseins veldtocht was niets minder dan een zelfmoordmissie gezien de sterkte van de troepen van de tegenstanders. Maar Hussein hoopte gebruik te maken van de chaos die was ontstaan na de dood van de opvolger van Abu Bakr. Met een groep van 72 familieleden en strijders ging hij de strijd aan te gaan met de troepen van Yazid, de nieuwe sunnitische kalief. Eén voor een werden zijn metgezellen afgeslacht en op het laatst, op de tiende dag van zijn reis, was alleen de kleinzoon van de profeet nog over. Een van de strijdheren van Yazid, de boosaardige Shemr, durfde het gevecht aan met de dappere Hussein die zijn vijand volgens de overlevering verwelkomde met de woorden: ,,Mijn vader had me al verteld dat een hond me zou doden.'' De woedende Shemr sloeg zijn zwaard tegen de hals van Hussein maar het ketste af omdat juist op die plek de profeet zijn kleinzoon zou hebben gekust. Uiteindelijk sloeg Shemr in op de nek van Hussein die met zijn dood een basis legde voor het shi'itische geloof, namelijk het martelaarschap. Door zich bloot te stellen aan een overweldigende meerderheid van `slechte' tegenstanders en in pure goedheid te sterven voor een zaak waar hij voor stond, bracht hij de gelovigen een opvoedende les bij die ook de huidige generaties nog kunnen begrijpen.

Daarom zijn vandaag niet alleen de straten van Kerbala gevuld met gelovigen maar ook in Iran en delen van Pakistan, Libanon, Bahrein en Koeweit bootsen vandaag 120 miljoen shi'ieten, ongeveer 10 procent van alle moslims, het lijden van de Heer van de Martelaren na. Niet alleen de fundamentalisten kastijden zich in Iran. Imam Hussein is geliefd door iedereen en op zijn sterfdag wordt politiek even vergeten. Volgens de legende brengt hij geluk.

In Teheran slaan lange rijen jonge mannen zichzelf met lichte bossen kettingen op de rug. In sommige landen gaat dat tot bloedens toe maar in Iran is dat verboden. De vrouwen langs de kant barsten in snikken uit als de naam van de Imam wordt genoemd. ,,Ya Hussein; Oh Hussein'', klinkt het tot diep in de nacht vanuit de moskeeën en Hosseiniyehs, de religieuze ontmoetingscentra die zijn naam dragen. Enkele mannen dragen grote, loodzware praalkruizen met zich mee, een traditie overgenomen van katholieken in de tijd van Sjah Abbas de Grote (1571-1629). Deze mede-stichter van de Savafidische dynastie, was degene die het in een winterslaap verkerende shi'isme in Iran tot staatsreligie maakte. Buitenlandse elementen schuwde hij daarbij niet, als het lijden van de Imam maar werd uitgebeeld.

Volgens de overlevering voorspelde Imam Hussein het volgende: ,,Ik word gedood, zodat zij zullen wenen.'' Met de ontploffingen vandaag vlak naast zijn heiligdom zijn er weer vele martelaren bijgekomen om wie kan worden getreurd. Een mooiere dood is in het shi'isme bijna niet denkbaar.