Geen bijstandstickets

Bijzondere bijstand voor een vliegticket naar Marokko voor uitkeringsgerechtigden die dat werkelijk niet kunnen betalen. Het ligt na de aardbeving bij Al Hoceima nogal voor de hand. Veel Marokkanen in Nederland komen uit het getroffen gebied. Een aardbeving is onmiskenbaar een onvoorziene omstandigheid waarvoor men niet kan worden geacht te sparen van een uitkering die toch al geen vetpot is. Toch maken de Kamerfracties van CDA, VVD en LPF met reden – zij het in verschillende toonzetting – bezwaar tegen de bijstandstickets. Bijzondere bijstand is met nadruk bedoeld voor individuele gevallen. In het geval van de aardbeving gaat het in wezen om een collectieve verstrekking.

Bijzondere bijstand is volgens de wet bestemd voor ,,noodzakelijke kosten van bestaan'' die de draagkracht van een uitkeringsgerechtigde te boven gaat. Dit woordgebruik wijst op elementaire levensbehoeften zoals een nieuwe bril of een essentieel huishoudelijk apparaat. De wet lijkt niet bedoeld voor immateriële noden, hoe invoelbaar deze op zichzelf ook zijn. Er is juist wat betreft de banden met het land van herkomst zelfs een contra-indicatie. De Nederlandse regering werkt aan een verscherping van de eisen voor gezinsvorming met buitenlandse partners. Een verscherpte financiële eis ten laste van de hier woonachtige partner maakt daar onderdeel van uit. Bijzondere bijstand voor een vliegticket vormt een signaal dat haaks staat op het regeringsbeleid.

Behoeftige Marokkanen die geen ticket kunnen bekostigen hebben natuurlijk alle recht en reden om bijzondere fondsen aan te spreken. Dat kunnen ook eigen potjes van een gemeente zijn. Maar dan gaat het om vormen van liefdadigheid en niet over een overheidsregeling. Dat onderscheid is van wezenlijk belang. De overheid denkt bij migrantenproblemen nogal eens in termen van `er geld tegenaan gooien', hetgeen dan weer allerlei verwachtingen schept. Des te belangrijker is het een precieze grens te trekken.