`Geen bepaling staat mij toe te discrimineren'

Het Amerikaanse debat over het homohuwelijk drijft de Democraten in het nauw, maar lijkt president Bush van een deel van zijn kiezers te vervreemden.

Gavin Newsom gold als de conservatieve kandidaat in de burgemeestersverkiezing in San Francisco. Hij was twee weken in functie toen hij in januari de State of the Union-toespraak van president Bush bijwoonde en hoorde hoe de president stappen tegen het homohuwelijk in het vooruitzicht stelde.

Terug in de homohoofdstad van Amerika herlas de rooms-katholieke Newsom (36), een succesvolle zakenman, miljonair en heteroseksueel, de recente homorechtspraak van het hoogste Hof in Massachusetts en het federale Supreme Court van vorige zomer en besloot de kat de bel aan te binden.

,,Ik weet dat ik hier zit voor de stoplichten en het opknappen van stadsparken, en hij is de president van de Verenigde Staten, ik ken mijn rol'', zei Newsom tegen The New York Times, ,,maar ik weet ook dat ik de verplichting heb de grondwet te verdedigen. Geen bepaling daarin staat mij toe te discrimineren.''

Newsom liet zijn medewerkers weten dat zijns inziens homo's moesten kunnen trouwen. Het enthousiasme op het stadhuis was groot. Op 12 februari waren Phyllis Lyon (83) en Del Martin (79), twee vrouwen die 51 jaar samen leven, de eerste homoseksuelen die in San Francisco in de echt werden verbonden.

Sindsdien is het niet stil geweest bij het trouwloket. Meer dan 3.400 homoparen uit het hele land hebben de kans gegrepen, wetend dat een rechtbank of een wetgevend lichaam een streep kan halen door hun verbintenis. Californië is een van de staten die een `Defense of Marriage Act' heeft, die zegt dat een huwelijk iets is van een man en een vrouw. Zij wilden toch trouwen, als daad van liefde, verzet of allebei.

President Bush greep de Californische trouwkoorts aan om definitief zijn steun te geven aan een amendement op de federale grondwet dat het homohuwelijk uitsluit, en in de huidige formulering van de Afgevaardigde Marilyn Musgrave (Republikeinse uit Colorado) ook geregistreerd partnerschap zo goed als onmogelijk maakt.

In zijn eigen stad is de Democraat Newsom nu razend populair. De Democratische presidentskandidaten John Kerry en John Edwards zijn minder opgetogen. Zij weten dat tweederde van de Amerikanen volgens peilingen tegen het homohuwelijk is en, hoewel een kleinere meerderheid tegen het sleutelen aan de grondwet is, zij hebben moeite een standpunt te vinden dat hen onderscheidt van Bush zonder kansloos progressief te lijken.

,,Newsom en de zijnen hebben Bush een opening geboden om ons te doen vergeten wat een slechte figuur vice-president Dick Cheney is en hoe vaag zijn militaire-dienstplichtverhaal in de National Guard nog steeds is'', zegt Steve Clemons, directeur van de niet-partijgebonden New America Foundation, een jonge openbaar-beleidsdenktank in Washington.

President Bush heeft geen onvertogen woord gesproken jegens homoseksuelen en toch een waardenstrijd ontketend, die meer omvat dan de vraag of er ruimte is voor een niet-klassiek huwelijk. ,,Het homohuwelijk heeft de rol overgenomen van abortus als vecht-thema waar politici zich cultureel mee definiëren.''

Clemons, die als politiek `onafhankelijke' staat geregistreerd en niet ingewikkeld doet over zijn homoseksualiteit, vindt dit verkiezingsjaar het verkeerde moment om een juridisch gevecht aan te gaan over het homohuwelijk. Hij denkt dat Bush deze wending in de strijd om de harten van Amerika's kiezers niet heeft gezocht. Nu de kans er ligt, laat hij hem ook niet lopen.

Zoals zijn vader George H. Bush in 1988 afrekende met de (net als Kerry uit Massachusetts afkomstige) Democratische presidentskandidaat Dukakis door zwaar te leunen op vlag, vaderlandsliefde en fermheid tegen misdadigers. In 1992 trok Pat Buchanan die lijn door op de Republikeinse partijconventie door te verklaren dat er een `godsdienstoorlog' en een `cultural war' gaande was. Daarin stond Bill Clinton aan de vijandelijke kant, als voorstander van `radicaal feminisme', `abortus op verzoek' en `homorechten'.

Velen in Amerika hebben nu het gevoel in een soort herhaling van die periode te zijn gedompeld. De afgelopen weken stonden in het teken van de ontblote borst van zangeres Janet Jackson in de pauze van de door heel Amerika bekeken Bekerfinale, de religieus bejubelde én als `bloeddorstige pornografie' beschreven Gibson-film The Passion of the Christ en nu het homohuwelijk. De behandeling van die onderwerpen wekt de indruk dat dit land is gewikkeld in een epische afrekening tussen elkaar uitsluitende visies op goed en kwaad.

Dat is precies wat George W. Bush en zijn campagne-adviseurs willen, klaagde de Democratische koploper John Kerry vorige week tijdens een kandidaten-debat in Los Angeles. Zondag ontkwam hij weer niet aan het homohuwelijk tijdens een debat in New York. Het ging opnieuw minder dan Kerry wilde over de drie miljoen banen die tijdens de regeerperiode-Bush verloren zijn gegaan en de verstoorde relaties met grote delen van de wereldbevolking, favoriete Kerry-thema's.

Zelfs als afleiden van Irak en het baanloos economisch herstel het doel zou zijn van het openen van het homofront in deze morele veldslag, waar zit de politieke winst voor de president? Zeker nu hij de naar schatting één miljoen homoseksuelen die in 2000 op hem stemden reden heeft gegeven dat in november niet te herhalen?

Het meest gehoorde antwoord is: emotie-politiek. Karl Rove, het politieke brein van het Witte Huis, wil de vier miljoen evangelicals en andere conservatieve gelovigen die in 2000 niet stemden nu wel zien te bereiken. Hetzelfde geldt voor laag opgeleide arbeiders die niets moeten hebben van progressief grotestads-gedoe. Zoals het homohuwelijk. Die traditionele Democraten moeten ook Bush stemmen.

President Bush riskeert met deze druk op knoppen die het platteland een goed gevoel bezorgen, andere kiezersgroepen van zich te vervreemden. Amerika wordt, schrijven de Democratische opinie-onderzoekers Stanley en Anna Greenberg in het maart-nummer van The American Prospect, steeds veelkleuriger, in meerderheid wonend in niet-traditionele gezinnen en beter opgeleid. Tweederde van de Amerikanen tot 29 jaar heeft niets tegen het homohuwelijk.

Steve Clemons ziet nog een gevaar: ,,De kloof is te groot voor een compromis op korte termijn. Tegenstanders zien homoseksualiteit als een perversie. We koersen opeens af op een gemene burgeroorlog. Er kunnen opnieuw doden vallen. Net als [de homoseksuele student] Matthew Shephard, die in Wyoming in 1998 werd vermoord door religieuze fanaten. De overenthousiaste reactie van de homogemeenschap in San Francisco brengt het gevaar van een afschuwelijk vervolg mee.''

Tweede van drie verhalen over de nieuwe waardenstrijd in de VS. Het eerste deel verscheen afgelopen zaterdag.