Filosoferen over geluk

Kan een mens even gelukkig zijn als het zwijn? Filosoof Klaas Rozemond ondernam een queeste naar het antwoord op die vraag in zijn boek Filosofie voor de zwijnen. ,,Op eenvoudige wijze tevreden zijn als de dieren'', sprak de auteur gisteren in Vara-Laat, ,,hebben de mensen afgeleerd.'' Rozemond onderzocht de filosofische literatuur terzake en observeerde het varken in de modder. Het dier kan zonder nadenken gelukkig zijn, luidde zijn conclusie, terwijl de mens het elementaire welbevinden alleen nog kan bereiken door wegwerpen van overbodige luxe en behoeften.

Filosofie is populair, zo blijkt onder meer uit de oplagen van Filosofie Magazine en de boeken van Alain de Botton. De televisie kon niet achterblijven. Zondag was in het VPRO-programma Tegenlicht de filosoof Ad Verbrugge te gast. Deze auteur van Tijd van onbehagen beschouwt de hedendaagse mens als een ontwortelde in zijn sociale en geografische context. Vroeger ontplooide men zich volgens de richtlijnen van kerk, vereniging en buurt. Nu geven media, film en reclame het voorbeeld. Verbrugge liet ter ondersteuning van zijn betoog videofragmenten zien. Bijvoorbeeld van ouders die flemerig met hun zoon (,,Ik vind jou een toffe knul, maar...'') over diens slechte schoolprestaties onderhandelen. Dat het ouderlijk gezag is weggevallen, stelde Verbrugge daarop, heeft tot gevolg dat veel jongeren al vroeg vervreemd en op zichzelf teruggeworpen raken. De filosoof hekelde de agressieve marketing van frisdrank-, telefoon- en kledingfabrikanten die in dit vacuüm doken: ,,We worden nu opgevoed als consumenten.'' Dankzij de aldus gekweekte begeerte en competitie wordt het leven steeds meer gekenmerkt door modegrillen, uiterlijk vertoon en primaire behoeftebevrediging. De moderne mens verliest volgens Verbrugge het zicht op de ware betekenis van het bestaan – en uiteindelijk ook op zichzelf. En wie zichzelf kwijt is, sprak de filosoof omineus, kan `emotivistisch' zijn heil zoeken in hevige impulsen als verslaving of agressie. Zo ontstaan volgens hem, als ultieme slachtoffers van individualisering en zelfontplooiing, de junks en de plegers van zinloos geweld.

Bij de RVU loopt sinds kort een serie over filosofie, getiteld Stof. Het programma wordt aan elkaar gepraat door Bas Haring, schrijver van een bekroond kinderboek over de evolutietheorie. Uitgangspunt van het programma vormde gisteren de vraag of en onder welke omstandigheden je je medemens mag slaan. Haring beredeneerde met behulp van steeds lastiger dilemma's dat er omstandigheden denkbaar zijn waaronder men een mensenleven mag beëindigen: dat van Hitler bijvoorbeeld, of bij een strijd op leven en dood. Aanstekelijk verkende hij vervolgens de grenzen van onze waarden en normen. Via een varkensslachter en een man die zijn vrouw had doodgestoken kwam de presentator tot de vraag waarom we wel dierenvlees maar geen mensenvlees mogen eten. Een prettig programma dat terloops vanzelfsprekendheden aan de kaak stelt.

Eveneens naar socratisch recept maakte Marcel van Dam het gisteravond een achttal psychiaters moeilijk. De psychiatrie heeft ten onrechte de pretentie wetenschappelijk te zijn, betoogde hij in De Achterkant van het gelijk, want er is geen sprake van bewijsbaar helende handelingen. De psychiaters beschouwden hun vak in uiteenlopende toonaarden: van verdedigend tot voorzichtig kritisch, maar steeds tastend en openhartig. De beloftevolle wetenschappelijke ontwikkeling van het vak was mede door de psychoanalyse achterop geraakt, gaf psychiater Daniëlle Cath toe. Nu berustte nog slechts 20 à 30 procent van de behandelingen op een gok. De tweedelige psychiatriesessie van De Achterkant was uniek, omdat leden van deze beroepsgroep niet eerder in het openbaar zo eerlijk over de beperkingen, afwegingen en toetsbaarheid van hun vak filosofeerden.

Naar aanleiding van hypothetische gevallen werden in het programma leerzame uitspraken gedaan. Zo boog het gezelschap zich over de vraag of bij gedwongen opname de psychiater niet fungeert als de oplosser van een openbare-orde-probleem. Ook vroeg men zich af hoe een verslaafde en agressief over straat zwervende dierbare moest worden behandeld. Hierover bleek onder psychiaters geen eensluidendheid te bestaan. Hopelijk is die er wel tegen de tijd dat Ad Verbrugge's doemscenario werkelijkheid wordt.