Een vezel als een kabel

Dyneema ziet eruit als een vislijn: dun, doorzichtig, sterk. De Dyneema-fabriek van DSM is gevestigd in Heerlen, een bescheiden, modern complex. Het duurde 25 jaar voordat een polyetheenvezel succesvol werd; er was aanvankelijk geen bestemming voor te bedenken.

Eind jaren zestig stuitte DSM tijdens experimenten met polyetheen op vezelachtige kristallen. Dr. Eddy Roerdink, destijds als student erbij betrokken: ,,Ik herinner me dat we ultrahoog polyetheen probeerden op te lossen in een oplosmiddel; er bleven vezeltjes aan de roerstaaf hangen''. Ir. E. van Gorp, destijds R&D-manager: ,,Het had prachtige eigenschappen, maar we wisten niet wat we ermee moesten. DSM fabriceerde chemicaliën, korreltjes polymeren, maar had geen ervaring met vezels. Enkele researchers verrichtten op eigen titel onderzoek, maar het leed eigenlijk tien jaar een kwijnend bestaan, tot DSM begin jaren tachtig overwoog enkele research-ideeën op te pakken.''

Volgens de dagbladen gaf de raad van bestuur opdracht uit te zoeken of het Dyneema-project moest worden stopgezet, of dat de kennis moest worden verkocht, of dat de productontwikkeling in eigen beheer genomen moest worden. Het lukte DSM niet een zelfstandige productie op te zetten en in 1984 verkocht het een Dyneema-licentie aan het Amerikaanse bedrijf Allied Chemicals en in 1986 sloot het een joint venture met het Japanse Toyobo.

In het DSM-complex worden in een hal – het Technicum – Dyneema-vezels op sterkte getest. Machines breien of slaan dunne garens tot glanzend wit touw. Met trekmechanismen wordt het opgerekt tot het knapt.

In de kantine toont dr. Roerdink een vitrinekast met Dyneema-producten: helmen, een politieschild, visnet, een beschermlaag voor cockpitdeuren en touwen voor de sportwereld. Roerdink pakt een klos ragdun garen: ,,Het is vijftien keer zo sterk als staalkabel en 40 procent sterker dan concurrerende Aramide-vezels.'' Hij toont een Dyneema-touwtje van een centimeter dik: ,,Dit kan zeven auto's optillen. Als ik ga schaatsen, heb ik altijd zo'n reddingstouwtje bij me: het blijft drijven, is heel licht. Het is daardoor ook geschikt voor visnetten; het scheelt motorvermogen en dus energie.''

Unit director C.J.X. Dardel: ,,Net als Teflon is Dyneema bij toeval ontdekt. Er was eerst tien jaar nodig om het te kunnen produceren, daarna tien jaar om een markt te ontwikkelen en vervolgens verkocht het zes, zeven jaar amper. Maar daarna ging het hard en nu bezitten we ruim 150 patenten, deels op afgeleide producten. Er komen zelfs e-mails binnen van mensen die toepassingen suggereren. De nieuwste, afkomstig van de afdeling business development, is op orthopedisch gebied, voor het extern fixeren van gewrichten.''

In 1996 nam DSM een licentie op Dyneema-UD, waarbij lagen garens met kunsthars tot kogelwerend materiaal worden verlijmd.

In een kelder van de fabriek is een schietbaan met controlekamer achter drielaags glas. Met een schietmechanisme dat alle kalibers kan afvuren, wordt op Dyneema-weefsels geschoten. Roerdink toont een plaat UD met een dikte van een centimeter: een kogel – volledig vervormd en platgeslagen – is slechts enkele millimeters doorgedrongen.

Volgens DSM is Dyneema (in 1996: 700 ton, in 2004: 6.000 ton) het meest succesvolle product uit de eigen researchlaboratoria en staat de technologie nog in de kinderschoenen. Maar het stelt ook dat het 25 jaar gekost heeft er een succesvol marketingverhaal van te maken: ,,We hadden nooit gedacht dat Dyneema in sleepkabels of zeiltouwen terecht zou komen. In de toekomst moeten we in een eerder stadium nagaan of een nieuw product markttoepassingen heeft.''