Een kleine buur met een goede naam en frisse ideeën

Koningin Beatrix bezoekt vandaag en morgen Berlijn en Saksen-Anhalt, onder meer om de spectaculaire nieuwe Nederlandse ambassade te openen. Vraaggesprek met ambassadeur Van Dam.

Nikolaos (Koos) van Dam strekt opeens de armen weids uit en lacht: ,,Dit is toch prachtig!'' Als zijn nieuwe werkplek ter sprake komt, wijkt de vriendelijke behoedzaamheid van de diplomaat even voor flamboyant enthousiasme. Hij staat stil bij het donkere hout achter zijn bureau, het lichte marmer op de vloer en het, inderdaad, magistrale uitzicht over de Spree. ,,Moderne architectuur heeft geen nationaliteit'', zegt hij op de vraag welke boodschap Nederland in het belangrijkste buurland uitdraagt met Rem Koolhaas' lichte kubus. ,,Maar het is een open, transparant gebouw, op een Hollandse plek aan het water. Je kunt het land laten zien als spectaculair modern.''

Nederland heeft in Duitsland traditioneel een goede naam. De kleine buur aan de Noordzee staat te boek als vernieuwend, flexibel, compromisbereid. Duitsers waarderen ook de losse stijl in de omgang. Van Dam: ,,Lockerheit vinden ze leuk, dat hebben ze zelf niet. Indien Nederlanders dat stijve doorbreken, ervaren Duitsers dat als bevrijdend. Dan kunnen ze plotseling ook heel ontspannen meedoen.'' Ontzag hebben de Duitsers voor de Nederlandse economie. ,,Ze hebben er bewondering voor dat wij als klein land pardon, als groot land op een klein territorium veel presteren. Economisch presteren we meer dan tien nieuwe EU-lidstaten gezamenlijk.''

Nederland geldt ook als tolerant. Over die tolerantie zijn de Nederlanders zelf anders gaan denken. Past de Duitser nu zijn beeld aan?

,,De voorgenomen uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers leidde vooral tot verbazing en nieuwsgierigheid. Ze hadden dat niet verwacht. Maar ze zien Nederland ook daarin als voorbeeldland: moet het dan misschien toch anders? Ze denken ook dat Nederland op het gebied van deze hervormingen een beetje vooroploopt. We worden al heel lang gezien, terecht of niet, als voorbeeldland. Het is hun perceptie dat wij op allerlei terreinen succes hebben. De verbazing over scherpere en minder scherpe wendingen in de politiek heeft niet geleid tot vervreemding maar tot grote belangstelling.''

Nederland heeft net twee jaar geworsteld met zichzelf. Velen hebben geconcludeerd dat de veelgeroemde tolerantie is doorgeschoten. Dat moet toch effect hebben op het beeld dat men in het buitenland heeft?

,, Er zijn veel ontdekkingen gedaan. Maar als mijn Duitse gesprekspartners heel positief over Nederland zijn, dan ben ik niet degene die dat allemaal gaat tegenspreken. We hebben onderling altijd een kritische dialoog gevoerd, maar we gaan de wereld niet vertellen: we doen dat allemaal niet zo goed. En we horen trouwens ook niet zo graag: jullie doen dat slecht. Mensen hebben vaak een beeld en dat wordt dan niet rationeel bijgesteld; dat is een universeel gegeven.''

De verstandhouding tussen de buurlanden staat te boek als solide. Toch komt het periodiek tot felle confrontaties. Het Nederlandse drugsbeleid ligt in Duitsland moeilijk, de Duitse overtreding van de begrotingsnormen van het Stabiliteitspact viel in Nederland verkeerd, evenals het Duitse `nee' tegen de oorlog in Irak. In de ogen van veel Nederlandse atlantici plaatste Duitsland Nederland voor een probleem door zijn traditionele rol van bemiddelaar tussen Frankrijk en de Verenigde Staten overboord te zetten.

Eind vorig jaar leek Nederland even minder goed bevriend met Duitsland.

,,Er waren duidelijk verschillende opvattingen over het Stabiliteitspact. Verder valt het reuze mee. De verstandhouding tussen de ministers van Financiën Zalm en Eichel is goed. Je moet verschil van mening kunnen hebben. Als je elkaar binnen de eurozone alleen maar gelijk geeft... Kijk, we blijven een verschil van inzicht houden, maar we zijn niet uit op een conflict. Onze minister vindt nu eenmaal dat het beter is een stringent financieel beleid te voeren, anderen vinden het beter soepeler te zijn. Dat is een legitiem verschil van opvatting. Maar met de goede samenwerking is het weer helemaal in orde.''

Minister Schily (Binnenlandse Zaken) laat intussen geen kans voorbijgaan om het Nederlandse drugsbeleid aan te vallen.

,,De opvattingen in Duitsland lopen sterk uiteen. In Noordrijn-Westfalen is men het eerder met ons eens, in Beieren is men nogal kritisch. Het bezit van bepaalde hoeveelheden drugs vindt men minder leuk en op de bestrijding van de toevoer is kritiek geweest. Maar ook als het om bestrijding gaat hebben we met Schily een constructieve dialoog. Er is nu zelfs een nieuw akkoord in voorbereiding over de samenwerking op het terrein van politie en justitie.''

Schily was niet erg gecharmeerd van het idee dat Nederland drugskoeriers op Schiphol laat lopen.

,,Jawel, maar je moet kiezen. Als je tegen Duitsland zou zeggen: kunnen de mensen die wij oppakken bij jullie in de gevangenis, dan kan dat niet. Kijk naar de praktijk, de aanpak was heel pragmatisch. Er zijn veel mensen teruggestuurd, waardoor dealers de route niet meer aantrekkelijk vinden. Nu is het aantal smokkelaars minder en die kun je eenvoudiger vervolgen, gezien de beperkte capaciteit van ons gevangeniswezen.''

Het Duitse protest tegen de oorlog in Irak plaatste Nederland voor een probleem. Opeens was het niet meer vanzelfsprekend om in belangrijke kwesties samen met Duitsland op te trekken een van de pijlers van Nederlands buitenlands beleid. Welke gevolgen heeft `Irak' gehad?

,,Geen. In het bilaterale verkeer heeft het niet zo veel betekend en speelt het zeker nu geen rol meer. Op dat moment waren er verschillende coalities binnen Europa die het niet met elkaar eens waren, dat vond niemand leuk.''

Duitsland is geen moeilijker partner geworden?

,,Nee. Wel heeft de uitbreiding van de Europese Unie een effect. Beide landen hebben meer partners waar ze zich op moeten richten. Voor Duitsland geldt dat zeker omdat veel nieuwe lidstaten dichtbij liggen. Wij moeten daarom meer aandacht vragen dan vroeger. Toen ging het allemaal vanzelf. Nu gaat het ook goed, maar we moeten nét iets meer moeite doen.''

Van Dam (58), arabist en politicoloog, arriveerde na diverse posten in het Midden-Oosten in 1999 in Duitsland. In die vijf jaar zag hij het land ingrijpend veranderen. Duitsland werd soepeler in de omgang met het eigen verleden en tegelijk zelfbewuster in zijn optreden op het wereldtoneel. Van Dam: ,,Voorheen hield Duitsland zich in en werd het niet geacht om troepen in te zetten buiten het eigen grondgebied. Nu wordt er geprotesteerd als ze een keer niet meedoen!''

Duitsland, constateert Van Dam, komt tegenwoordig meer voor zichzelf op onder andere omdat het economisch niet zo goed gaat. ,,Als er vroeger geschillen waren, dan kwam Duitsland met een grote zak geld op tafel en was het opgelost. Die zak is nu leeg.''

Daarnaast hoort bij een grotere bijdrage ook een grotere mate van inspraak. ,,Het zou heel gek zijn als ze dat niet zouden opeisen. Duitsland wordt een gewone grootmacht binnen de Unie. Het is natuurlijk een anomalie als je de grootste economie hebt en verder geacht wordt je mond te houden. De tijd dat men veel van Duitsland verwacht, maar het land niet mag meepraten, die tijd gaat langzaam voorbij.''