`Een kinderversje schrijven voelt als vakantie'

Voor hun bekroonde kinderversjesbundel `Superguppie' zochten Edward van de Vendel en Fleur van der Weel hun inspiratie dicht bij huis. ,,Hé kijk, een bushalte.''

Edward van de Vendel (1964) schrijft boeken voor kinderen van alle leeftijden. En toneelteksten, liedjes, onder meer voor Willeke Alberti, romans voor jongeren, eerste-leesboeken, lesmethoden en prentenboekteksten. En gedichten. Voor pubers, maar ook voor kinderen van een jaar of zes. ,,Dat voelt als vakantie, vakantie van de poëzie'', zei hij gisteren in Amsterdam vlak voor hij de Woutertje Pieterseprijs voor de kinderversjesbundel Superguppie kreeg. ,,Het is zo vrolijk om te doen. Mijn gedichten werden de laatste jaren steeds zwaarder en moeilijker. Ik ben het in een andere richting gaan zoeken. Dicht bij huis. Ik loop over straat en zie, hé, een bushalte. Of een zakje op straat. Zoiets kan het vertrekpunt voor een gedicht zijn. Het is heerlijk om zo te kijken, met een onbevangen blik. Ik geef mezelf cadeautjes.''

Voor illustratrice Fleur van der Weel (1970) met wie Van de Vendel de prijs deelt, kwamen zijn gedichten ook als een onverwacht cadeau. Na een mislukte studie rechten zocht zij haar heil op de Utrechtse kunstacademie waar ze afstudeerde in de grafische vormgeving. Sindsdien decoreert ze kindermeubels en schildert ze: ,,Zwaar depressief zijn mijn schilderijen, zeggen veel mensen.''

Omdat ze bovendien graag illustrator wilde worden, stuurde ze werk op naar uitgeverij Querido. Die koppelden haar aan Edward van de Vendel. ,,Tien gedichten kreeg ik, met de post. Ze spraken me meteen aan, want ze sprankelen. En ze laten je de ruimte om er zelf het een en ander bij te denken. Als illustrator vertel ik haast een apart verhaaltje. Ik koos één figuurtje om mijn gedachten weer te geven. Hij moest lief zijn, maar toch ook een boefje. Het werd een hondje, rechtopstaand, met armen en benen als een kind. Het stond er meteen, het voelde haast als een vanzelfsprekendheid.'' Van der Weel werkte met kroontjespen en kwast in zwart-wit, ritmisch afgewisseld met felgroen.

De prijs kwam als een donderslag bij heldere hemel, vinden beiden, want Superguppie kreeg nauwelijks aandacht van de kinderboekenkritiek in Nederland. De eerste druk van 2000 exemplaren is nog niet uitverkocht. Bestuursleden van de Woutertje Pieterseprijs kwamen een week voor de uitreiking met een smoes bij de winnaars thuis langs. Van de Vendel: ,,Ik dacht, die man heeft straks zeker nog een afspraak, daarom heeft hij bloemen bij zich.'' Van der Weel: ,,En ik moest telkens langs de vaas lopen om te kijken of die bloemen er nog stonden. Ze waren het bewijsmateriaal.''

Alle gedichten uit Superguppie hebben een heldere titel als `Fornuis', `Bed' of `Afwas'. In `Kast' dicht Van de Vendel: ,,Papa kleedt zich aan/ en ik zit in zijn kast-/ omdat ik daar in pas./ Papa, kom je zo?/ Kom je op bezoek?/ Dingedong!/ Je onderbroek.'' Op de tekening van Van der Weel is te zien hoe de `ik', het hondje, niet alleen in de kast zit, met de poes en een kopje thee, maar ook hoe hij alle vaderkleren eruit heeft gegooid. In het vers `Suiker' staat een gevallen pak suiker in een supermarkt beschreven als `een strookje strand' waar niemand heen wil. Maar op de illustratie is een rijtje mieren te zien dat maar al te graag badgast zou willen worden.

Van de Vendel: ,,Ik gaf Fleur een stapel van 51 gedichten. Zij heeft de uiteindelijke volgorde gemaakt. Ook was het de bedoeling dat ze er eentje uit zou gooien, maar dat deed ze niet.'' Van der Weel: ,,In het volgende boekje zetten we er negenenveertig, okay?''

Wanneer Superguppie deel 2 verschijnt, is nog onduidelijk. Van de Vendel worstelt momenteel met een gedicht over een jongen die op een roltrap de verkeerde kant oploopt. ,,Meestal geeft bij mij de eerste zin het gedicht zijn ritme. En soms roept de inhoud de vorm op. Zo'n roltrap loopt maar door. Maar ja, dat jongetje staat juist stil.'' Het kan tobben zijn, maar de monterheid overheerst bij de bekroonde dichter.

,,In ieder geval moet ook de volgende bundel afwisselend zijn. Ik streef naar een evenwichtige verdeling in relatie- en verbazingsgedichten. Relatiegedichten, over een opa bijvoorbeeld, leiden tot diep zuchten. De andere soort doet vooral verrast opkijken. Als ik in klassen optreed vertel ik hoe ik gewoon om me heen kijk en beslis een gedicht over iets te maken. Dat dat zomaar kan. O, laten we dan nu Schoolbord nemen, riep een jongetje laatst.''

Edward van de Vendel en Fleur van der Weel, Superguppie. Uitg. Querido, 64 blz. €9,95. ISBN 9045100428.