Dutroux en Jezus

Een rituele reiniging van de Belgische samenleving, zo wordt het proces in Arlon veelvuldig omschreven. Schrijver Tom Lanoye sprak in Buitenhof de hoop uit op een catharsis. De behoefte daaraan is duidelijk. Maar kan een strafzaak dat doel genezing van de als ziek ervaren staat en samenleving – dienen? Ik vraag het me af. Er moeten gruwelijke misdaden worden vergolden. Dat kan bijdragen aan een herstel van de in België zo zwaar geschokte maatschappelijke orde. Iets anders is of een samenleving daarna opnieuw kan beginnen, met een schone lei.

Mij lijkt dat de berechting van individuele misdaden, hoe weerzinwekkend ook, niet (meer) de theatrale functie heeft van een symbolische zuivering en bevrijding van een ontwrichte of ontspoorde maatschappij. Dutroux en zijn handlangers zouden daarmee niet alleen gestraft worden voor de moorden, ontvoeringen en verkrachtingen, hun veroordeling zou ook de zonden van een heel land moeten afwassen. Zoals de aan Jezus voltrokken doodstraf volgens de christelijke dogma's van schuld en verzoening een boetedoening was voor de zonden van de mensheid.

Jezus Dutroux? Ik verzin deze in schijn blasfemische parallel niet. De vergelijking van de bestraffing van misdadigers met het lijden van Christus is een historisch motief, overgeleverd uit de Middeleeuwen. Onlangs verscheen een boeiende case study over een moordcomplot in het Florence van 1478 tegen Lorenzo de Medici: April Blood door Lauro Martines. De titel is goedgekozen, het bloed gutst van de pagina's. Aan de complotteurs werden onvoorstelbaar wrede en barbaarse straffen voltrokken. Men groef zelfs het lijk van een ter dood gebrachte samenzweerder vele weken na diens executie nog eens op om het door de straten te schoppen en aan stukken te scheuren. Volgens Martines was het ritueel waarmee in Florence misdadigers naar het schavot werden gebracht, nauwgezet gemodelleerd naar de gang die Christus maakte naar Golgotha.

De historicus verklaart deze vorm van reiniging uit de religieuze cultuur van die tijd, die geheel doortrokken was van martelaarschap en bloederige verminkingen. Hij bedoelt niet dat het lijden van Jezus of de marteldood van christelijke heiligen op één lijn werd geplaatst met de foltering en executie van misdadigers. Wél dat in de Middeleeuwen misdaden werden vergolden op een manier die overeenstemde met ,,het visuele programma van christelijk martelaardom''. Iedereen was opgevoed in de symboliek van uiteengereten vlees, gapende wonden, stromen bloed. Het bloed van de misdadiger reinigde de stad.

Zo bezien is de hoop of verwachting dat de berechting van Dutroux en zijn medeplichtigen kan leiden tot zuivering van de Belgische samenleving door middel van een rituele boetedoening een atavisme. In de biologie betekent dat een erfelijke terugslag, het weer opduiken in een nieuwe generatie van bepaalde verdwenen kenmerken van vroegere generaties. In de sociale, culturele en religieuze geschiedenis komen ook zulke atavismen voor.

Een actueel voorbeeld levert, als we mogen afgaan op de discussie erover, de verfilming door Mel Gibson van de kruisweg en executie van Jezus. In The Passion of the Christ druipt het bloed van het filmdoek af, melden de Amerikaanse correspondenten. Net als van talloze middeleeuwse schilderijen.

De beschrijvingen van het filmgeweld komen ook aardig overeen met de plastische beelden van bloedvergieten en foltering in April Blood. Volgens Trouw is het offer van Christus' leven in de film ,,uitvergroot tot alleen het lijden en dan nog alleen het gewelddadige, bloederige, sadistische, ja zelfs het pornografische ervan''. De krant citeert Gibsons visie op de schoonheid van het geweld: ,,Maak van geweld iets lyrisch, laat het mooie ervan zien.''

Deze lyrische schoonheidsbeleving werd in de Volkskrant zo beschreven: ,,Met één klap gaat de spijker dwars door de hand. De doornenkroon wordt diep in de schedel gedrukt; bloed stroomt langs het mozaïek van wonden. De rug en borst liggen open van de zweepslagen. Eenmaal aan het kruis genageld is de vleesmassa onherkenbaar – gemarteld, verminkt, letterlijk gebroken.''

In April Blood staat een gebed van een Florentijnse dichter uit de vijftiende eeuw die de gelovigen vraagt te kijken naar Jezus aan het kruis: Kijk naar de gapende wond in zijn zijde/ Toegebracht door die honden/ Heel zijn gezicht een bloedig vel/ En zijn handen en voeten met gaten doorboord.

Niet minder middeleeuws is het aspect volksvermaak. Zo schreef Huizinga in zijn Herfsttij der Middeleeuwen: ,,Wat in de justitiële wreedheid der late Middeleeuwen treft, is geen ziekelijke perversiteit, maar het dierlijke, verstompte jolijt dat het volk erin had, de kermisvreugde ervan.'' Met andere woorden: publieke marteling als voorloper van de publieksfilm.

In kerkelijke kringen – tot aan de paus toe – is The Passion geestdriftig ontvangen. Waarom ik dit een voorbeeld van christelijk atavisme vind? Gibsons uitbeelding van het lijden van Christus is toch, inclusief de schuld van de joden, nauwkeurig in overeenstemming met wat daarover in de evangeliën wordt verteld? Zeker, maar de tijd heeft ook in de christelijke geloofswereld niet stilgestaan. Na de Middeleeuwen is er een omslag naar een individuele, devote beleving van het lijdensverhaal gekomen. Ik denk aan het prachtige gedicht van Jacobus Revius (1586-1658) `Hy droech onse smerten': T'en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten/ Noch die verradelijck u togen voort gericht/.../ Ick bent, ô Heer, ick bent die u dit hebt gedaen.

Vergeleken hiermee is de bloedorgie een terugval in de Middeleeuwen, evenals de vreugde van de paus en de verkoop van filmsouvenirs zoals spijkers aan een veter. Tenzij het zich verlustigen in bloed en marteling inherent is aan een bepaalde geloofsovertuiging. Het is bijna mode geworden om te zeggen dat de islam een achterlijk geloof is, getuige de achterstelling van vrouwen en gezien de verheerlijking van het martelaarschap. De achterlijkheid van de islam kan ik als atheïst moeilijk ontkennen of bestrijden. Ik zou er alleen aan willen toevoegen dat het christendom niet minder achterlijk is, dat blijkt maar weer.

Met het proces-Dutroux heeft dit natuurlijk niets te maken. Of het moet de voor de hand liggende constatering zijn dat wreedheid en barbaarsheid, door de beklaagden uitgeleefd op weerloze ontvoerde meisjes, van alle tijden en alle culturen zijn.