De norm van Zalm

Duitsland heeft het, Frankrijk heeft het en nu heeft Nederland het ook: een begrotingstekort dat – zonder extra maatregelen – niet voldoet aan de afspraken die de eurolanden hebben gemaakt over evenwichtige overheidsfinanciën. Duitsland boekt voor het derde achtereenvolgende jaar een tekort dat boven het toegestane maximum van 3 procent uitkomt, Frankrijk boekte het afgelopen jaar een tekort van meer dan 4 procent en is ook al een meerjarige overtreder. Nederland, zo maakte het ministerie van Financiën afgelopen week bekend, heeft in 2003 de boeken afgesloten met een tekort van 3 procent en voor dit jaar wordt zonder aanvullende bezuinigingen een tekort van 3,3 procent verwacht. In allerijl heeft het kabinet besloten dat dit niet de bedoeling is. Gisteren is een expressebrief naar de Europese Commissie in Brussel gestuurd waarin wordt gemeld dat het tekort in Nederland dit jaar naar verwachting op 2,9 procent zal uitkomen. De wens is de vader van de gedachte. Om dat te bereiken moet er komende maanden een slordige twee miljard euro extra worden bezuinigd.

De collectieve sectoren in Duitsland, Frankrijk, maar ook Nederland leven boven hun stand. De overheid, de gezondheidszorg en sociale zekerheid geven meer uit dan er aan belastingen en premies binnenkomen. Deze tekorten trekken een wissel op de toekomst, want de schulden die nu worden gemaakt, moeten later worden afgelost. In dynamische economieën met een overwegend jonge bevolking is dat niet zo'n probleem: de toekomstige groei wordt geacht voldoende te zijn om de financiële gaten uit het verleden te dekken. Maar de meeste landen van Europa gaan gebukt onder de dubbele belasting van demografische vergrijzing en economische stagnatie. De Nederlandse economie presteert al drie jaar ondermaats en is daardoor tientallen miljarden euro's aan welvaartsgroei waarop in de meerjarenramingen was gerekend, misgelopen.

Minister Zalm (Financiën, VVD) heeft nu een aantal problemen. Eerder kondigde hij aan dat het Nederlandse tekort ruim onder de Europese norm van 3 procent zou blijven. Dat blijkt dus niet het geval. Vorig jaar heeft hij fel uitgehaald in de Ecofin, de raad van Europese ministers van Financiën, naar de overschrijdingen van Duitsland en Frankrijk en ze op hun verantwoordelijkheid gewezen zich aan het Stabiliteitspact te houden. Een venijnige ruzie met zijn Duitse collega Eichel heeft Zalm inmiddels bijgelegd, maar hij kan het zich niet veroorloven in eigen land lankmoedig toe te staan wat hij anderen verwijt. Een tweede probleem is dat Zalm rond de jaarwisseling heeft verklaard dat de Nederlandse economie het dieptepunt voorbij is. Maar er is altijd een aanzienlijke vertraging tussen economisch herstel en verbetering van de publieke financiën. Dit stelt Zalm voor een dilemma: méér ombuigen in de hoop dat hierdoor het prille herstel niet in de knop wordt gebroken, of gokken op een snelle opleving van de economie.

Het kabinet heeft gekozen voor twee miljard extra ombuigingen, bovenop het bezuinigingspakket van elf miljard dat door de Kamer voor dit jaar is goedgekeurd. Waar die bezuinigingen gevonden worden, is vooralsnog niet duidelijk. Maar aangezien de extra overschrijdingen zich met name bij de gezondheidszorg en de lagere overheden voordoen, zijn daar de ingrepen te verwachten. Als het kabinet de vernedering van een openbare schrobbering door Brussel wil voorkomen, zal het twee miljard bij elkaar moeten sprokkelen. Dat moet te doen zijn in een zich langzaam herstellende economie.