`De Amerikanen hebben het gedaan!'

Vanochtend vielen tientallen doden bij explosies bij het heiligdom van Kazem in Bagdad. Mensen barstten in huilen uit en snel liepen de spanningen op. Woede richtte zich ook op de verslaggever.

Onder somber tromgeroffel en klaagzangen van de menigte baant zich een groep mannen, die zichzelf tot bloedens toe geselen met kettingen en zwaarden, een weg naar de ingang van het oude heiligdom van sjeik Kazem in het noorden van Bagdad.

Er heerst een plechtige, zelfs licht euforische stemming. Voor het eerst in decennia kunnen de shi'ieten Ashura, ter herdenking van de dood van imam Hussein, een van de grondleggers van hun geloof, in vrijheid vieren. Onder Saddam Hussein was dat streng verboden. In het zwart geklede vrouwen kijken met hun kinderen vanaf de kant bewonderend naar de zelfkastijding van hun mannen, die in een soort trance lijken te verkeren.

Dan neemt de herdenking plotseling een veel bloediger wending. Een paar minuten over tien klinkt er vlak naast de ingang van de enorme moskee een doffe dreun, meteen gevolgd door nog enkele explosies, enige tientallen meters verderop. Duizenden mensen hollen schreeuwend en gillend weg uit vrees voor meer ontploffingen. Ambulances die toch al gereed stonden voor onwel geworden processiegangers, snellen naar de plek des onheils. Met gierende sirenes razen ze weg. Ook enkele pick-up trucks met bebloede lichamen, die maar half binnenboord hangen, rijden met grote snelheid en luid toeterend weg.

Mensen staan huilend langs de kant van de weg die naar de moskee leidt. Veel vrouwen en kinderen zoeken intussen een goed heenkomen in de winkels langs de straat. Eigenlijk zijn die vandaag gesloten, maar de eigenaars schuiven de metalen hekken open om de bange menigte een schuilplaats te bieden.

,,Het is het werk van de wahhabi's'', roept een man met baard op straat woedend, doelend op de streng sunnitische stroming die het shi'itische geloof als een geperverteerde vorm van de islam beschouwt. Een vrouw met een jammerend kind aan haar arm vervloekt echter zowel Saddam Hussein als de Amerikanen.

Een opgewonden jongen van een jaar of twintig richt zijn woede op mij, kennelijk in de veronderstelling dat hij een Amerikaan voor zich heeft. Hij probeert mijn notitieblok weg te grissen en scheurt mijn overhemd kapot. Meteen is er echter een gewapende man van de ordedienst van de beweging van de radicale shi'itische geestelijke Muqtada al-Sadr, die woedende jongen weg trekt. De militie van Al-Sadr zou voor de orde zorgen. Opvallend was echter dat, anders dan bij voorgaande gelegenheden, niemand, noch politie, noch militie, de moeite nam mensen in de buurt van het heiligdom te fouilleren.

Wanneer de spanning snel toeneemt, zoeken ook mijn vertaler en ik beschutting in een rommelig winkelcomplex. Samen met vooral vrouwen en kinderen wachten we op de dingen die komen. De televisie in een van de winkels meldt dat er ook in de heilige stad Kerbala bommen zijn afgegaan. Een Arabische zender vertoont gruwelijke beelden van het bloedbad daar.

Op straat klinkt er intussen luid gejoel. Mijn vertaler meldt dat er Iraakse troepen zijn gearriveerd om de orde te herstellen. Korte tijd later klinken er schoten. Ooggetuigen melden dat achter de Iraakse troepen Amerikaanse militairen zijn opgedoken in humvee-voertuigen. Ook cirkelen er helikopters boven het gebied. Intussen roept een man door een microfoon vanaf de moskee dat de aanslagen de schuld zijn van de Amerikanen.

Een uur na de explosies, is de situatie weer zozeer bedaard dat we kunnen terug lopen naar onze auto. Het gebied waar een van de explosies plaats had, is afgezet. Nog steeds rijden ambulances af en aan. Zichtbaar aangeslagen shi'ieten staren moedeloos voor zich uit. Bij sommigen valt niet goed meer vast te stellen of ze zijn gewond door hun eigen ritueel of door de aanslagen.