Bescherm Randstad beter tegen zee

Een klein bericht in deze krant van 23 februari: in 2007 zullen hevige stormen zeeweringen vernielen, waardoor grote delen van Nederland onbewoonbaar worden, zo stond in een geheim rapport van het Pentagon waarover de Britse krant The Observer beschikt. ,,Abrupte klimaatverandering'' werd als oorzaak van het naderend onheil genoemd.

Ik heb niet de indruk dat naar aanleiding van dit bericht in het westen van het land een run is ontstaan op winkels waar opblaasbare rubberboten worden verkocht. Toch is er reden om stil te staan bij de vraag of Nederland voldoende beschermd is tegen het (zee)water.

Onderzoek in 2002 door de dienst Weg- en Waterbouwkunde en een second opinion door WL Delft Hydraulics hebben aangetoond dat de kracht van de Noordzeegolven sterker is dan eerder werd gedacht. Dat betekent dat de kust op korte termijn op een aantal plaatsen versterkt moet worden om die kracht te kunnen weerstaan.

Een veel groter probleem is dat Nederland tegen de zee wordt beschermd op basis van uitgangspunten die dateren van vóór 1960. In de kern kwam het erop neer dat de kans op een overstroming kleiner moet zijn naarmate in termen van slachtoffers en economische schade de gevolgen groter zijn. Daarom zijn de kades in Limburg minder hoog dan de zeeweringen bij de kust. In termen van kansen: de overstromingskans in Limburg is straks 1/250 en in Zuid- en Noord-Holland 1/10.000.

Onlangs merkte een Limburgs Kamerlid op dat Limburgers net zoveel recht hebben op droge voeten als mensen die achter zes meter hoge dijken wonen. Hij zag daarbij echter over het hoofd dat Limburgers nooit meer dan een wateroverlastprobleem hebben, terwijl mensen die in het westen in een polder een aantal meters beneden N.A.P. wonen, binnen een uur met man en muis verdronken zijn.

Het maatschappelijk aanvaardbare risico dat de mensen in het westen lopen, is vastgesteld toen in de Randstad aanzienlijk minder mensen woonden en er veel minder economische activiteit was. Naarmate beide toenemen moet de overstromingskans kleiner worden. Daar is echter geen sprake van. Stel dat de economische en maatschappelijke waarde van Zuid-Holland sinds 1960 verdrievoudigd is (een wel heel voorzichtige schatting), dan zou de kans op een overstroming voor dit gebied nu eigenlijk 1/30.000 moeten zijn bij een constant risico. Overigens geldt dit voor al het door dijken en waterkeringen beschermde gebied in ons land.

Een ander aspect is het gevaar van verlies van mensenlevens. Bij overstromingen ten gevolge van hoogwater in de Maas en/of de Rijn zien we het gevaar enige dagen van tevoren aankomen. Er is tijd om mensen te waarschuwen en eventueel te evacueren. Die tijd is er bij schade aan de kust nauwelijks. Het KNMI kan een weerscalamiteit die de Noordzeekust serieus bedreigt maximaal 24 uur van tevoren zien aankomen. Ook geldt dat de economische gevolgen van zout water aanzienlijk groter zijn dan van zoet water.

Er is dus alle reden om de kust veel meer te versterken dan nu in alle plannen tot 2015 is voorzien. De kans dat vele tienduizenden mensen in zout zeewater verdrinken, is op dit moment onacceptabel veel groter dan de kans dat in de buurt van Schiphol een vliegtuig op een huis terechtkomt.

Het door het Pentagon genoemde jaartal van 2007 is arbitrair: een ramp van enorme omvang kan volgende week plaatsvinden, maar het kan ook nog honderden jaren duren. Wel waar is dat de zeespiegel zal stijgen, dat de kracht van de golven verder zal toenemen en de wind mogelijk vaker uit een gevaarlijker hoek zal komen. Maar de discussie over de kansen op en de maatschappelijk aanvaardbare risico's van een ramp, moet snel beginnen – zonder daarbij de uitgangspunten van 1960 te hanteren.

Jan Boelhouwer is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van de PvdA.