`Amerikanen zullen nu langer moeten blijven'

Voor de derde keer in honderd jaar landen Amerikaanse troepen in Haïti. Dit keer moeten de VS het karwei maken, zeggen Amerikaanse analisten.

David Rothkopf, staatssecretaris van Handel onder president Clinton, diens coördinator voor Haïti en nu verbonden aan de denktank Carnegie Endowment, is somber. ,,Dit zal nog wel een aantal maal gebeuren'', zegt hij telefonisch vanuit Washington over de val van een Haïtiaanse leider en de Amerikaanse interventie in het Caraïbische land. Het is inmiddels de derde keer binnen honderd jaar dat er nu Amerikaanse troepen in Haïti landen.

In Port-au-Prince werd hun komst dan ook niet met gejuich begroet. Onder de bevolking en onder oppositiegroepen leeft de vraag of Washington vrede wil herstellen of opnieuw een marionettenbewind wil installeren.

Die vraag is niet vreemd. De Amerikaanse bemoeienis met Haïti dateert uit het begin van de twintigste eeuw toen een menigte toenmalig president Vilbrun Guillaume Sam van Haïti lynchte en zijn lichaam door de straten van Port-au-Prince droeg.

De VS vielen Haïti binnen om de orde te herstellen en zouden het land tussen 1915 en 1935 zelf besturen, en tot 1947 de fiscale controle behouden. Algemeen werd dit gezien als een poging van president Woodrow Wilson om Europese interventie in de Amerika's tegen te gaan en Amerikaanse dominantie te vestigen. Wat volgde was een reeks – soms door de VS gesteunde – leiders die het land te gronde richtte tot in 1991 Jean-Bertrand Aristide president werd na de eerste vrije verkiezingen in het land. Na een aantal maanden werd hij afgezet door zijn chef-staf. Met Amerikaanse steun kreeg Aristide, die in Washington werd gezien als de enige democratische oplossing voor Haïti, in 1994 opnieuw de macht.

Met name de tienduizenden bootvluchtelingen die de VS probeerden te bereiken en waardoor velen `Haïti' als een binnenlandse aangelegenheid gingen beschouwen, deed president Clinton hiertoe besluiten. De regering-Clinton trok zich, na in de eerste jaren miljoenen dollars te hebben gespendeerd aan een ambitieus hulpprogramma, terug nadat steun voor de Haïtiaanse missie afnam doordat het Congres een Republikeinse meerderheid kreeg.

En nu zijn opnieuw Amerikanen geland in Haïti. De regering-Bush weifelde aanvankelijk over militaire betrokkenheid. Tot donderdag meende het Witte Huis dat Aristide – alhoewel als incompetent beschouwd – een gekozen president was en derhalve niet kon worden gedwongen tot aftreden. Nadat Frankrijk er bij Aristide op aandrong af te treden, en met een nieuwe toestroom bootvluchtelingen in zicht, besloot Washington zeker duizend soldaten te sturen als onderdeel van een VN-vredesmacht.

Die zullen in eerste instantie negentig dagen blijven. Daarnaast zullen de VS de Haïtiaanse politie trainen. En een deel van de financiële hulp (500 miljoen dollar per jaar) die drie jaar geleden werd bevroren, zal alsnog worden gegeven. Daarna neemt een reguliere VN-stabilisatiemacht het over.

Het is niet genoeg, meent Rothkopf en zeggen ook anderen. Sinds de laatste Amerikaanse bezetting ,,is Haïti van de ene crisis in de ander gerold''. ,,De Amerikaanse aanpak varieerde tussen agressieve betrokkenheid die leidde tot teleurstellingen, en verwaarlozing die leidde tot zulke rampen dat interventie weer nodig was'', zegt Dan Erikson van de denktank Inter-American Dialogue.

Om dit te doorbreken is een lange Amerikaanse betrokkenheid nodig, zegt Rothkopf. ,,Haïti zit al tweehonderd jaar in deze situatie. Het is een vicieuze cirkel. De Haïtianen houden zich bezig met overleven, terwijl ze om te overleven stabiele democratische instellingen nodig hebben. Maar ze geloven niet in die instellingen en stellen hun eigen ambities voorop. Je hebt zeker drie eerlijke verkiezingen nodig om te laten zien dat het politieke systeem functioneert.'' De VS moeten nu ,,de moed bijeen rapen om te blijven tot dat werk is gedaan''.

Dat zei ook James Dobbins, voormalig speciaal gezant van de VS in Haïti aan het begin van de jaren negentig, gisteren tegen verscheidene kranten. Hij waarschuwde dat de Amerikaanse betrokkenheid bij Haïti langer en groter moet zijn dan ooit te voren om ,,zinvol'' te zijn.

Minister Powell van Buitenlandse Zaken gaf gisteren echter aan dat de huidige missie er niet uit zal zien als ,,de 20.000 soldaten die tien jaar geleden naar binnen gingen''. Daarbij zal de regering-Bush ,,nauw samenwerken met internationale gemeenschap om een duurzame democratie'' te bouwen.