`Wat je nu niet kan krijgen, zal je later hebben'

Vanmorgen vroeg maakte de Iraakse regeringsraad een akkoord bekend over een ontwerpgrondwet. Het is een uitvalsbasis voor verdere vijandelijkheden.

Iraks politieke leiders zijn het vanmorgen vroeg na een fel gevecht eens geworden over een interimgrondwet, en het resultaat, voor zover bekendgemaakt, komt neer op een staakt-het-vuren. Vrijheid van meningsuiting en vergadering, persvrijheid en godsdienstvrijheid – de 25 leden van de Iraakse regeringsraad hadden er geen enkele moeite mee deze fundamentele vrijheden in de voorlopige grondwet te verankeren. Papier is geduldig; alle Arabische grondwetten (inclusief die van Saddam Hussein) garanderen volop vrijheid. De problemen waren de Koerdische eisen van vérgaande autonomie, de rol van de islam en, in het verlengde hiervan, de positie van de vrouw. De compromissen die hierover zijn bereikt, zijn niet meer dan uitgangspunten voor verdere strijd.

Volgens het tijdschema voor de gang naar de machtsoverdracht op 30 juni, dat in het akkoord van 15 november tussen de regeringsraad en het Amerikaanse civiele bestuur werd vastgelegd, moest de interimgrondwet op 28 februari klaar zijn. De onderhandelaars – in de eerste plaats vertegenwoordigers van hun religieuze of etnische groep – zijn slechts 24 uur te laat, maar dat zegt niets over de felheid van hun strijd. Het is misschien maar een interimgrondwet, geldig tot een later te kiezen assemblee de definitieve grondwet heeft opgesteld, maar het was zaak alvast zoveel mogelijk binnen te halen.

De Koerden, onder Saddams bewind autonoom en alleen maar geïnteresseerd in versterking van hun positie, hadden tijdens de onderhandelingen een serie eisen ingediend die de Koerdische relatie tot Bagdad tot heel dun draadje reduceerde. Niet alleen moest Koerdistan worden uitgebreid met een aantal provincies inclusief het oliegebied van Kirkuk, ook diende grondwettelijk te worden erkend dat het gebied een eigen regering, eigen wetten en een eigen leger had. De opbrengst van olie behoorde aan de Koerdische regering en over federale belastingen zou een akkoord tussen de Koerdische en de Iraakse regering moeten worden gesloten.

Dit was onverteerbaar voor de andere groepen – omdat ze het zagen als een stap naar het uiteenvallen van Irak (alle anderen) of omdat ze vreesden in het Koerdische gebied in een onhoudbare minderheidspositie terecht te komen (Turkmenen, Assyriërs, lokale Arabieren). Uiteindelijk werd besloten dat Irak een federaal systeem zal krijgen, maar dat de Koerdische kwestie later zal worden geregeld. ,,Sommige zaken konden simpelweg niet worden gedaan'', zei het invloedrijke Koerdische regeringsraadslid Mahmoud Othman. ,,Maar wat je nu niet kan krijgen, zal je later hebben. Daarom stonden we er niet op dat het nu zou worden geregeld.''

De toenmalige maandvoorzitter van de regeringsraad, de sunnitische fundamentalist Mohsen Abdel-Hamid, eiste vorige maand dat de islam `belangrijkste bron' van wetgeving zou worden, en oogstte toen de belofte van een veto van de hoogste Amerikaanse civiele bestuurder, Paul Bremer. Dit zou de deur openzetten naar een islamitische republiek, lijfstraffen en achterstelling van de vrouw, niet precies waarvoor de Amerikanen het seculiere bewind van Saddam Hussein hebben verwijderd. Ook de Koerden en de seculiere leden van de raad waren tegen, maar Abdel-Hamid had de steun van invloedrijke shi'itische leiders die als vertegenwoordigers van de meerderheid in Irak hun stempel op het nieuwe systeem willen zetten.

Het compromis is hier dat de islam een bron van wetgeving wordt, maar dat tegelijkertijd geen wet in strijd mag zijn met de islam, zoals ook in de nieuwe Afghaanse grondwet is vastgelegd. Probleem: hoe zit het dan met het familierecht – echtscheiding, voogdij, erfrecht en dergelijke – dat volgens de islam door God gegeven is? Onder applaus van veel vrouwen werd vrijdag Saddam Husseins naar Arabische maatstaven zeer progressieve familiewetgeving in ere hersteld, die in december door de regeringsraad werd geschrapt. De shi'ieten drukten toen in resolutie 137 door dat op dit terrein voortaan weer de traditie van elke religieuze gemeenschap zou gelden, dat wil zeggen voor de overgrote meerderheid van de Irakezen het islamitisch recht. Uit woede over het applaus liepen acht van de 13 shi'itische leden van de raad weg uit de onderhandelingen. Volgens een shi'itische vertegenwoordiger kwamen ze pas terug na een excuus én uitstel van annulering van resolutie 137. Ook hierover is het laatste woord dus nog lang niet gezegd.

De interimgrondwet bepaalt dat eind 2004 of uiterlijk begin 2005 verkiezingen moeten worden gehouden voor een nationale overgangsassemblee die de definitieve constitutie opstelt. Irak krijgt dan een president met twee adjuncten, in plaats van de drie- of zelfs vijfhoofdige leiding die wel was geëist om alle gemeenschappen tevreden te stellen maar die uiteindelijk als onwerkbaar werd terzijde gelegd, en een premier. Het document zwijgt over het aanstaande overgangsbewind dat per 30 juni de macht van de Amerikanen overneemt. Over de vorm daarvan worden nu de vijandelijkheden geopend.