Strijards doet Ludmilla tekort

Volgens de romantische gemeenplaats leiden geestesziektes tot grote kunst. Schilder Van Gogh deed aan auto-mutulatie, schrijver Dostojevski had epilepsie, en componist Skrjabin had synesthesie: hij hoorde kleuren en zag geluiden. Een direct verband tussen kunst en gekte is er niet, er zijn immers miljoenen gestoorden die nooit iets behoorlijks op papier zetten, maar het zou kunnen dat kunstenaars en gekken veel gemeen hebben: monomanie, overgevoeligheid en onaangepast zijn.

Na ruim twee jaar afwezigheid keert regisseur/schrijver Frans Strijards terug in het theater met Ludmilla bij het Nationale Toneel. Zijn titelheldin lijdt net als Skrjabin aan synesthesie. Doordat alle zintuiglijke waarnemingen door elkaar lopen, heeft ze weinig contact met anderen, met de werkelijkheid. Ze heeft geen vat op haar eigen levensverhaal en loopt in verwarring rond. Ze kan zichzelf wel uitdrukken in schilderijen; de partituren van de scènes uit haar leven, die ze ondergaat als abstracte kleurensymfonieën.

Omdat Ludmilla steeds verder wegzakt in haar stoornis, komt een groep bekenden bijeen om met een psychiater haar leven te reconstrueren. Ludmilla is verhalend theater; vier mensen vertellen samen het verhaal. Het is een wat forceerde vorm die Strijards de kans geeft om het complexe ziekbeeld uitvoerig te beschrijven, en zichzelf wat vragen te stellen over kunst en gekte, normaal en abnormaal zijn. Verder laat hij in de gefragmenteerde en inconsequente wijze van vertellen zien dat ook de gewone mensen het niet allemaal goed op een rijtje hebben. Ze hebben allemaal zo hun eigen bedoelingen met Ludmilla. Ze willen van haar een fenomeen maken, als kunstenaar of medisch wonder, om er zelf ook beter van te worden.

Strijards' regie is tamelijk kaal voor zijn doen, maar wel heel strak en spannend. In een leeg decor met wat stoelen benen de spelers rond, en ze praten heel veel. Zijn bekende neurotisch-fysieke speelstijl is dit keer vrijwel geheel geconcentreerd in Nanette Edens, die Ludmilla speelt. Ze laat een indrukwekkend scala aan vreemde draaien, schokken en verwrongen gelaatsuitdrukkingen zien; net als de tekst niet geheel vrij van clichés, maar toch mooi en ontroerend om te zien.

Ludmilla's lot is intrigerend en aangrijpend, maar helaas kunnen de mensen die haar omringen het niet laten om het over hun eigen problemen te hebben; overspel, een slecht organisatie-rapport, de psychiater die denkt gefaald te hebben. We krijgen te weinig van Ludmilla te zien, en te veel van de saaie anderen. Dat is ongetwijfeld de bedoeling van Strijards – Ludmilla kan niet gekend worden, en de anderen zijn te egocentrisch om haar te helpen – maar het is jammer voor het stuk.

Verder is de tekst te wijdlopig en het toedienen van informatie schools en onbeholpen. Aanvankelijk intrigeert de vertelwijze en het probleem nog genoeg, maar als je het eenmaal doorhebt, vallen de herhalingen en overbodige delen op. Zoals Ludmilla leeft en schildert, praten de anderen: steeds in dezelfde spiraal. Om dit te onderstrepen lopen de spelers nog even terloops zo'n spiraal om elkaar heen, tevens een verwijzing naar de wenteltrap die Strijards eerdere regies domineerde.

Voorstelling: Ludmilla door het Nationale Toneel. Tekst en regie: Frans Strijards. Gezien 28/2 Guido de Moorzaal (achter schouwburg), Den Haag. Tournee t/m 1/5. Inl. www.nationaletoneel.nl, 070-318 1444