Sabotage software door CIA

De Amerikaanse geheime dienst CIA speelde de Sovjet-Unie begin jaren tachtig technologie toe met verborgen gebreken. Zo veroorzaakte besmette software in juni 1982 ,,de meest monumentale niet-nucleaire explosie ooit vanuit de ruimte waargenomen'' in een Siberische gaspijpleiding.

Dat schrijft Thomas Reed, oud-onderminister van de Luchtmacht, in zijn nog te verschijnen boek `At the Abyss: an Insider's Story of the Cold War'. Gus Weiss, een oud-medewerker van de Veiligheidsraad, onthulde al in 1996 dat de VS begin jaren tachtig operatie 'Farewell Dossier' op touw zetten om de KGB van onbetrouwbare technologie te voorzien, maar trad minder in detail.

Het project van economische sabotage werd bedacht nadat de Franse president Mitterrand in 1981 zijn Amerikaanse ambtgenoot Reagan liet delen in de informatie van een spion, KGB-kolonel Vladimir Vetrov. Deze 53-jarige ingenieur analyseerde gestolen Westerse technologie. De KGB had in 1970 directoraat T opgezet voor bedrijfsspionage op het gebied van computertechnologie, halfgeleiders, machinebouw en radartechnologie. Zo bestond begin jaren zeventig een landbouwdelegatie van honderd man voor éénderde uit KGB-agenten. Zelfs bij de beroemde koppeling tussen een Apollo- en Sojoezcapsule in 1975 zou een van de Russische kosmonauten een KGB-agent zijn geweest.

Voordat Vetrov in 1983 werd geëxecuteerd wegens spionage – hij had de aandacht op zich gevestigd door een KGB-collega en een vrouw in een park neer te steken – wist hij vierduizend KGB-documenten te fotograferen, waaruit bleek dat de Sovjet-Unie al ruim tweederde van haar technologische boodschappenlijst had bemachtigd. Ook voorzag Vetrov de Fransen van tweehonderd namen van agenten van Directoraat T en een lijst van nog te stelen technologie.

In plaats van het KGB-netwerk meteen op te rollen, besloot de CIA de Sovjet-Unie besmette plannen en software te leveren. Als dit project bij de KGB bekend werd, zouden de VS altijd nog winnen: de Sovjets zouden voortaan alle gestolen technologie wantrouwen. En dat is volgens Reed precies wat gebeurde. Dat Westerse technologie in de late jaren tachtig nauwelijks nog door de Sovjet-industrie werd toegepast, was mogelijk niet alleen een kwestie van onvermogen, maar ook van wantrouwen.

Volgens Reed kreeg de Sovjet-Unie via een Canadees bedrijf software die pompen, turbines en kleppen van een gaspijpleiding controleerde. De software passeerde alle veiligheidstests, maar was voorzien van een Trojaans Paard dat na enige tijd de instellingen veranderde. De resulterende explosie was zo groot, dat de Amerikanen aanvankelijk een nucleaire explosie vermoedden.