Rebellen zijn komende dagen de risicofactor

De hoogste rechter is benoemd tot interim-president, en de eerste VN-troepen zijn aangekomen om de rust te herstellen. Maar wat doen de Haïtiaanse oppositie en rebellen?

De internationale druk op de Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide om af te treden, werd afgelopen weekeinde met het uur groter. In eerste instantie – nadat donderdag Frankrijk hem vroeg zich op zijn positie te beraden en vrijdag de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell hetzelfde deed – hield Aristide nog vol zijn ambtstermijn tot 2006 vol te maken. Maar in de eerste uren van zondagochtend, na een telefoongesprek met de Amerikaanse ambassadeur, werd het hem duidelijk dat aftreden de enige optie was. ,,Als mijn ontslag bloedvergieten kan voorkomen, dan zal ik vertrekken'', aldus de president in een verklaring. In een Amerikaans militair vliegtuig vertrok hij via de Dominicaanse Republiek en Antigua naar de Centraal Afrikaanse Republiek, waar hij, zijn vrouw en twee dochters vanochtend tijdelijk asiel aanvroegen.

De vraag is wie Aristide zal vervangen. Voorlopig is de hoogste rechter van het land, Boniface Alexandre – conform de Haïtiaanse grondwet – benoemd tot interim-president. Maar diezelfde grondwet schrijft voor dat het Congres zijn goedkeuring moet geven aan deze benoeming. In januari werd het parlement echter ontbonden nadat het mandaat van een meerderheid van de parlementariërs afliep, zonder dat er verkiezingen waren geweest om een nieuw Congres te kiezen.

Bovendien is Alexandre lid van de Lavalas-partij van Aristide, die door de politieke oppositie wordt beschuldigd de verkiezingen van 2000 door fraude te hebben gewonnen. Onduidelijk is of de twee belangrijkste politieke oppositieleiders, oud-burgemeester Evans Paul en zakenman André Apaid, Alexandre zullen erkennen. Hun samenwerking rustte tot dusver in het doel Aristide weg te krijgen, maar verder hebben de twee weinig gemeen.

Onduidelijk is ook wat de gewapende oppositie zal doen. Zij wordt geleid door Louis-Jodel Chamblain, het voormalig hoofd van de gevreesde doodseskaders tijdens het militaire bewind in de jaren '90, en Guy Phillipe, voormalig politiechef en couppleger. ,,De wildcard zijn deze rebellen. Zijn ze met ons?'', zo zei een anonieme functionaris van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken tegen persbureau Reuters. ,,We willen ons ervan verzekeren dat we hen kunnen neutraliseren. Niet noodzakelijkerwijs door achter ze aan te gaan, maar een tijdig plaatsen van een afschrikmiddel is noodzakelijk.'' Rebellenleider Philippe heeft aangekondigd wel te zullen oprukken naar Port-au-Prince, maar ,,om de vrede te bewaren''.

Het is niet de eerste keer dat Haïti een president op deze manier moet vervangen. Nadat generaal Prosper Avril in 1990 geconfronteerd werd met groeiende ontevredenheid, werd rechter Ertha Trouillot benoemd tot interim-president.

Volgens The Miami Herald, die anonieme Amerikaanse diplomatieke bronnen citeert, zal een plan van de Caraïbische gemeenschap (Caricom) worden uitgevoerd. Caricom stelde vorige week voor om naast een president met minder bevoegdheden een politiek onafhankelijke premier te benoemen. Dat zouden er nu volgens de bronnen drie worden, afkomstig uit de Lavalas-partij, de oppositie en een buitenlander. Deze groep zal een raad van vertrouwelingen benoemen die zal fungeren als parlement. De Haïtiaanse grondwet schrijft voor dat er binnen 45 dagen nadat het presidentschap vacant is geworden, verkiezingen moeten worden gehouden. Vrijwel iedereen acht dat onwaarschijnlijk.

Het meest directe probleem is het herstellen van de rust in het land. Met name in Port-au-Prince heerst anarchie en chaos. Zowel de gewapende rebellen als de chimères, de aanhangers van Aristide, zijn aan het plunderen geslagen. Vooral buitenlandse journalisten moeten het ontgelden en worden bedreigd en beschoten.

Interim-president Boniface Alexandre waarschuwde dat de toekomst moeilijk zal zijn: ,,Haïti verkeert in crisis. Alle zonen en dochters zijn nodig. Niemand mag het recht in eigen hand nemen.'' Vanuit de Centraal Afrikaanse Republiek waarschuwde ook de oud-president voor ongeregeldheden. ,,Door mij omver te werpen, hebben ze de boom van de vrede omgezaagd'', aldus Aristide.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, riep de Haïtianen op ,,kalm te blijven, met de nieuwe president samen te werken en aan hun land en de toekomst te denken, niet aan individuele ambities''. ,,De internationale gemeenschap zal doen wat zij kan om te helpen. Ik weet dat sommigen vinden dat dat te laat is, maar beter laat dan nooit.'' Verwacht wordt dat de komst van de VN-interventiemacht afschrikkend zal werken.