Pas op: pseudo-gebeurtenis

,,We leven in een wereld waarin het beeld interessanter is dan de werkelijkheid, waarin het beeld de werkelijkheid is geworden. De schaduw heeft het origineel vervangen.'' Aldus de zaterdag aan de gevolgen van een longontsteking in zijn woonplaats Washington overleden jurist en historicus Daniel Boorstin in The Image (1961), een invloedrijk boek over de rol van het beeld in de Amerikaanse samenleving. The Image was de vrucht van het bezoek dat Boorstin in 1956 bracht aan de Democratische conventie in Chicago. Hij verwachtte er de Democratische presidentskandidaat Adlai Stevenson te aanschouwen, maar in plaats daarvan keek hij naar grote schermen waarop het beeld van Stevenson was geprojecteerd. Hij kreeg hetzelfde geregisseerde schouwspel voorgeschoteld als de –toen nog schaarse – televisiekijkers. ,,We stemmen op een president omdat hij het soort publieke imago heeft dat we graag in het Witte Huis willen zien'', schreef Boorstin. ,,Een effectieve president bekommert zich jaarlijks meer om de projectie van zijn beeld.'' Persconferenties, debatten tussen kandidaten, hoorzittingen; het waren volgens Boorstin politieke pseudo-gebeurtenissen, een woord dat hij in The Image introduceerde.

Het intrigerende van pseudo-gebeurtenissen was volgens Boorstin dat ze de werkelijkheid gecompliceerder maakten dan zij was; de spin-doctors die ze produceerden waren moderne medicijnmannen. Doel was de politicus bij ieder publiek optreden in een zo gunstig mogelijk daglicht te plaatsen. Zo werden ze, net als filmsterren en sporthelden, celebrities (beroemdheden), waarvan Boorstin de kernachtige definitie gaf: `Iemand die bekend is omdat hij bekend is.'

The Image bevestigde de reputatie van Boorstin als een originele, dwarse intellectueel. In een van zijn eerdere boeken, The Lost World of Thomas Jefferson, (1948) keerde hij zich al tegen de overweldigende invloed van deze founding father op het contemporaine Amerika. Ook toen zette hij zich af tegen het beeld, in dit geval van de derde president en de schrijver van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring als vermeend lichtend voorbeeld voor Boorstins tijdgenoten. Jefferson diende volgens Boorstin in de achttiende eeuw geplaatst te worden. De VS hadden na de Tweede Wereldoorlog andere problemen (en vijanden) dan het post-koloniale Amerika.

Boorstin werd in 1914 geboren in Atlanta, in de staat Georgia. Zijn ouders waren kinderen van joodse immigranten. Hij groeide op in Oklahoma, nadat zijn ouders uit Georgia waren gevlucht vanwege activiteiten van de Ku Klux Klan. Hij studeerde Engelse geschiedenis en literatuur aan Harvard, en rechten in Oxford en Yale. Tijdens zijn studententijd was hij kort lid van de communistische partij. Na de oorlog zwoor hij zijn radicale verleden af. In 1953 verscheen hij voor het beruchte House Committee on Un-American Activities, waar hij leden van zijn voormalige communistische cel bij naam noemde. Het bezorgde hem een slechte naam bij een deel van de academische gemeenschap, vooral bij de radicale studenten die het decennium daarop van zich deden spreken. Boorstin, toen hoogleraar Amerikaanse geschiedenis aan de Universiteit van Chicago, moest op zijn beurt niets van de studenten-rebellie hebben. Hij noemde de linkse studenten `barbaren' en beschreef de destijds modieuze sub-discipline van Afro-Amerikaanse geschiedenis als 'racistische rotzooi'. Eind jaren zestig keerde hij de academische wereld de rug toe. Hij vestigde zich in Washington, eerst als medewerker van het Smithsonian Museum, vervolgens als bibliothecaris van de Library of Congress. Tijdens zijn benoeming door de Senaat moest hij beloven tijdens kantooruren niet aan zijn boeken te werken. Sindsdien schreef hij van vier uur tot negen uur 's ochtends. In 1987 nam hij ontslag, om zich als zelfstandig schrijver te vestigen.

Vanaf de jaren vijftig tot en met de jaren negentig schreef Boorstin twee populaire trilogieën, de eerste over Amerikaanse geschiedenis, de tweede over wereldgeschiedenis. Onder vak-historici werden deze boeken met de nodige reserves ontvangen. Ze zouden oppervlakkig zijn, en te veel aandacht schenken aan materiële historie ten koste van ideeën-geschiedenis. Boorstin beantwoordde deze aanvallen op gepaste wijze: hij deed er het zwijgen toe.