Muaythai leuker dan een werkbezoek

`De boel bij elkaar houden', zegt de Amsterdamse burgemeester Cohen, is zijn ideaal. Hij ging zaterdagavond kijken op een Muaythai-gala, samen met wethouder Maij. Onder vechtsporters is integratie de gewoonste zaak van de wereld.

,,Dus dit is een lowkick?'' De beweging die de burgemeester in zijn ambtswoning maakt, onttrekt zich aan enige definitie, maar hij doet zijn best, dat is duidelijk. Onder het goedkeurend oog van zijn echtgenote en van de wethouder sport Hester Maij, laat de burgemeester zich voorlichten over de geheimen van het clinchen het stoten met de knieën naar middenrif en dijen en de lowkick.

Beide bestuurders hebben nog nooit een vechtsporttoernooi bezocht. Dat Amsterdamse vechters in Japan of Frankrijk `wereldberoemd' zijn, is hen onbekend. ,,Ik heb wel eens boksen op de tv gezien'', zegt de burgemeester. De wethouder heeft aan karate gedaan. ,,Welke stijl? Wado? Kyokushin? Dat weet ik niet meer. Ik was negen jaar toen ik het deed.''

Even na achten, kort nadat de burgemeester en zijn gevolg zijn binnengekomen, betreden twee meisjes de ring van buurtcentrum Het Zonnehuis, ze zijn tien en elf. Ze vechten voor een volle zaal, van circa vijfhonderd mensen, schijnbaar zonder plankenkoorts en met totale overgave.

Muaythai is de nationale sport van Thailand. Daar bestoken de vechters elkaar met vuisten, voeten, scheenbenen, knieën en ellebogen. Hier in Amsterdam-Noord is gekozen voor een gekuiste vorm. Maar ook zonder elleboogstoten of knietechnieken naar het gezicht zijn de wedstrijden hard. De wedstrijd van de meisjes eindigt onbeslist. De burgemeester staat op om voor hen te klappen. ,,Wat een inzet'', zegt hij geïmponeerd.

Inzet kenmerkt de ongepolijste gevechten meer dan wedstrijdinzicht of beheersing van de technieken. Hier treden beginnelingen tegen elkaar in het strijdperk. Clubs uit het hele land zijn voor dit gala naar Noord gekomen. Een reus van een zwarte man, met biceps als dijbenen, bevestigt de indruk dat het jeugdwerk veel klantjes van de straat de ring heeft ingeveegd. ,,Hier leren ze discipline'', zegt hij. Dat hebben niet alleen de vechters geleerd, ook het publiek, bestaande uit Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Antilliaanse en Hollandse jongeren in trainingspakken en leren jacks, houdt zich keurig aan de zaalregels. Slechts een keer wordt omgeroepen dat er niet mag worden gerookt.

De wethouder sport beaamt dat ze niet had verwacht dat de sfeer zo rustig zou zijn, ondanks de manifeste gewelddadigheid van het spektakel en het verbale fanatisme waarmee de vechters door trainers en clubleden worden aangemoedigd. Er is, op één flesje na dat naar de ring wordt geworpen, geen wanklank. Wanneer dat gebeurt, spreekt de scheidsrechter onmiddellijk een trainer aan met de vraag of het ,,zijn mensen'' zijn die het flesje hebben geworpen, en of hij daar dan meteen iets aan wil doen. Cohen vindt het publiek in gunstige zin afsteken tegen Ajax-supporters. Wanneer hij ziet en hoort dat een groepje blanke Hollanders staat te juichen voor een Marokkaanse vechter, zegt hij stralend: ,,Mooi hè.''

Heel soms gaat het een beetje mis. Een jongen geeft met veel misbaar aan dat hij onreglementair is geraakt. ,,Waar?'' vraagt Cohen. ,,Zeg maar, in de buurt van de kinderbijslag'', antwoordt Maij. In de hoek van de ring trekt de scheidsrechter aan de broeksband van de kreunende jongen en kijkt naar beneden. ,,Wat doet hij nu?'', vraagt de wethouder verbaasd. ,,Hij telt'', zegt Cohen.

De wethouder sport doet geen moeite haar onkunde met deze tak van sport te verhullen. Enthousiast zegt ze tegen de voorzitter van de Muaythai Bond Nederland: ,,Wat leuk dat de vechters na afloop alletwee een beker krijgen.'' De voorzitter, enigszins verbouwereerd: ,,Eh, die andere beker is alleen voor deelname aan de wedstrijd.''

Een lange, draadmagere neger met een boerenbonte zakdoek om zijn hoofd geknoopt, die swingend de ring in stapt en kushanden werpt naar het publiek, ontlokt de burgemeester: ,,Die jongen doet me denken aan mijn zoon van negen toen die voor het eerst ging tennissen: handdoek over zijn schouder, flesje water in zijn hand. Had hij gezien op de tv.''

De meeste wedstrijden kenmerken zich door een moordend tempo. Veel vuisten en voeten slaan gaten in de lucht, maar even zovele technieken komen aan volgens het boekje. Vooral op de lichamen van de blanke vechters zijn de rode striemen goed te zien. Wat de burgemeester vol mededogen met de lijdende partijen doet verzuchten: ,,Wat duren die ronden van twee minuten lang.''

En lang duurt het. Toen de burgemeester rond acht uur de zaal betrad, reageerde een enkeling schamper met: ,,Die blijft maar een half uur.'' Zelf had de burgemeester elf uur in gedachten om weg te gaan, maar na elf uur wil hij toch nog de laatste partij zien. Hij heeft dan al, net als de wethouder, de ring betreden om een prijs te overhandigen. ,,Techniek, inzet en heel veel discipline, is wat ik zie'', antwoordt hij op een vraag van de spreekstalmeester en de zaal geeft hem een klaterend applaus. Her en der leert navraag dat zijn bezoek wordt gewaardeerd. Twee jonge Marokkanen die een broodje eten bij de bar: ,,Fantastisch dat de burgemeester er is. Dit is hartstikke goed voor onze sport!''

,,Nee'', zegt Cohen later op de terugweg. ,,Dit was geen werkbezoek. Dit was echt leuk.''