Gun moslima's eigen seksualiteit

De maagdelijkheid van de moslima is symbool in de politieke strijd van conservatieve moslims. Het wordt tijd dat moderne moslima's de zelfbeschikking over hun lichaan opeisen, meent Naema Tahir.

`Moslims doen niet aan seks'', sprak één van mijn opvoeders, ,,wij krijgen onze kinderen van Allah.'' Op mijn dertiende wist ik niet wat seks was, maar deze `wijze' woorden stelden me wel gerust. Ze bevestigden wat ik reeds vermoedde: namelijk dat moslims én koninklijke families niet aan seks deden. Deze mensen waren immers heilig, en seks was vies, iets voor de minder verheven westerlingen.

Het taboe op seksualiteit is niet onbekend binnen moslimgezinnen. Met zijn boek Islam, liefde en seksualiteit wil Abdulwahid van Bommel moslims ervan bewust maken dat seks openlijk wordt besproken in moslimse bronnen. Zijn pleidooi om de profeet Mohammed als voorbeeld te nemen en terug te grijpen naar oude normen, is een typische roep om de seksuele grenzen af te bakenen. Seks is toegestaan, maar ga vooral niet over tot de `westerse vrije seks': het ultieme kwaad dat tot de verloedering van de maatschappij zal leiden. Met dit pleidooi zal het taboe moeilijk doorbroken kunnen worden.

Veel gelovige ouders willen hun kinderen niet al te nieuwsgierig maken naar hun lichamelijkheid en seksualiteit. Liever laten ze het seksuele gedrag van zonen onbesproken of gedogen het. Zolang de moslimdochters maar niet dezelfde seksuele vrijheid nemen, want zij behoren als maagd het huwelijk in te gaan. Conservatieve moslims ontkennen dat vrije seks veelvuldig bij moslims voorkomt en áls het voorkomt schrijven ze dat gemakkelijk toe aan de oversekste, materialistische consumentenmaatschappij van `het Westen', waartegenover zij de islam als oplossing stellen.

De maagdelijkheid van de moslima (en in mindere mate de afwezigheid van openlijke homoseksualiteit) is symbool in de politieke strijd van conservatieve moslims. Alsof de maagdenvlies niet háár maar de gemeenschap toebehoort, wordt de maagdelijkheidstoets een publieke aangelegenheid. Dit uit zich in strenge controle op het gedrag en kleding van de moslima. Met haar hoofddoek en bedekkende kleding lijkt ze te moeten uitstralen dat zíj tenminste niet de aanleiding geeft tot seks. En omdat zij in beginsel kán bewijzen of zij wel of niet maagd is, wordt dat bewijs ook verlangd. Alleen zo kan zij aantonen dat zij een deugdelijke vrouw is die de grenzen van de seksuele moraliteit niet heeft overschreden.

De ontmaagding – in de praktijk een recht van de echtgenoot tijdens de huwelijksnacht – wordt omgeven door angst voor schending van de eer van de familie. Die angst draagt de moslima. Vele seksueel actieve moslima's (en die zijn er) zullen hun seksuele verleden ontkennen. Ze ondergaan maagdenvlieshersteloperaties, gebruiken bloed producerende foefjes of trouwen in ongestelde staat. Dit alles om manlief een vrijbrief te geven tenminste wat bevlekte lakens aan de alerte schoonmoeder te tonen. De seksuele escapades van de man doen niet terzake.

Hoewel wordt volgehouden dat het de man ook verboden is buiten het huwelijk seks te hebben, is dit niet wat de wetten in de koran daarover zeggen: hem wordt seksueel genot toegestaan met meerdere vrouwen, en zelfs buiten de huwelijkse staat – bijvoorbeeld door seksuele omgang te hebben met zijn slavinnen. Uiteraard, slavernij is afgeschaft, maar de heilige wetten blijven overeind en wekken tenminste de suggestie dat zijn seksuele drift groter wordt geacht dan die van vrouwen. Dit zou een van de redenen kunnen zijn waarom zijn seksueel gedrag en seksuele zelfexpressie niet, zoals bij de moslima, onder de loep worden genomen.

Wordt het dan niet tijd om die normen ter discussie te stellen? Ooit was er een tijd waarin polygamie norm was, waarin een vrouw beschermd moest worden tegen de risico's van de door mannen bevolkte harde buitenwereld, en waarin slaven deel uitmaakten van de huishoudens van rijke moslims. Er bestond een zekere sociale druk om gedragsnormen over seksualiteit verschillend naar geslacht in te vullen, zoals in de overgeleverd koranische wetten ook is gebeurd. In de gedesegregeerde maatschappijen, met de hogere huwelijksleeftijd, de toenemende kennis en de financiële en morele onafhankelijkheid van vrouwen, mogen we ons afvragen wat diezelfde normen zijn gaan betekenen en wat de mechanische naleving ervan inhoudt voor moslims.

De eis van mechanische naleving houdt geen rekening met de maatschappelijke werkelijkheid waarin seks buiten het huwelijk – de jure weliswaar verboden – maar de facto veelvuldig, maar verborgen, voorkomt. Een werkelijkheid waarin hypocrisie een moraliteit in stand houdt die geen basis vindt bij alle moslims. Een werkelijkheid waarin norm en praktijk aan de moslima blijvend minder seksuele rechten en vrijheden geven dan aan de heteroseksuele moslimman. Een werkelijkheid waarin haar seksuele behoefte kleiner dan de zijne wordt geacht.

Het wordt tijd voor een debat over seksualiteit waarin wordt erkend dat de maagdencultus een uitwerking is van de moslimse normen, als gevolg waarvan vrouwen het recht ontnomen wordt een hoge standaard van seksuele gezondheid te bereiken en zij afhankelijk worden van het oordeel van anderen.

Het is niet meer voldoende te verwijzen naar de profeet, van wie wordt beweerd dat hij geen waarde hechtte aan de maagdelijkheid. Of naar mooie kretologie van moslima's dat zij juist beschermd worden tegen westerse schoonheidsidealen en niet worden gedwongen hun lichaam aan vreemden te tonen.

De moderne moslima zou vandaag in staat moeten zijn de zelfbeschikking over haar eigen lichaam op te eisen en haar maagdelijkheid en ontmaagding alleen háár zaak te maken. Zij moet kunnen kiezen voor invulling van haar seksualiteit op een manier die haar gelukkig maakt, of ze nou als maagd het huwelijk wil ingaan of niet.

Bovendien, als maagdelijkheid werkelijk geen eis is, zoals veel moslims beweren, waarom er dan aan toegeven?

Dus, Dolle Amina's onder u: toon dat bebloede laken! Hang het aan de vlaggenmast op je balkon! Maar dan eerst na je symbolische zelfontmaagding. Bijvoorbeeld op 8 maart, internationale vrouwendag.

Naema Tahir is mensenrechtenjurist.