Fries onderonsje in Amsterdam

De Dag van de Friese literatuur mikte op een Nederlandstalig publiek, maar trok vooral veel Friezen. ,,Wat is hjir Frysk oan?''

Hektjalken, de blauwe streng van de noorderkim en de wind. Maar vooral water: de zee, de regen, ijs en sneeuw. Het was de van oorsprong Friese regisseur Pieter Verhoeff (onder meer bekend van Nynke), die bij aanvang van de Dag van de Friese literatuur de toon zette door Friesland te vereenzelvigen met beelden uit de natuur. In alle voordrachten van de Friese schrijvers en dichters, op `skrikkeldei' in het Amsterdamse Felix Meritis, speelde de natuur, en soms het natuurgeweld, een belangrijke rol.

Ook was er veel aandacht voor het Oera Linda-boek, een Friese mystificatie die in 1867 werd `gevonden', en waarin de Friezen als het oudste volk op aarde worden aangewezen. Goffe Jensma, die binnenkort op een onderzoek naar dit manuscript hoopt te promoveren, vertelde definitief aan te kunnen tonen dat domineedichter Piet Paaltjens (François Haverschmidt, 1835-1894) een van de auteurs is. ,,Haverschmidt wilde iedereen in de authenticiteit van het Oera Linda-boek laten geloven, om daarna een verband te leggen met de bijbel. Hij wilde aantonen dat de bijbel een vervalsing is.'' Dat Haverschmidt en zijn medeauteurs, onder wie taalkundige Eelco Verwijs, hun betrokkenheid bij de mystificatie uiteindelijk nooit durfden te bekennen, kwam doordat ze vreesden voor hun reputatie. Jensma: ,,Verwijs was redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche taal, het zou hem zijn carrière hebben gekost.''

De promotie van de Friese literatuur was de afgelopen jaren een speerpunt voor het Nederlands literair productie- en vertalingenfonds. Met proefvertalingen werden Nederlandse, Duitse en Engelse uitgevers warm gemaakt. Alleen al sinds 2000 leverde deze inspanningen een kleine veertig vertaalde publicaties op. Doel van de middag in Amsterdam was om het Nederlandstalig publiek beter bekend te maken met de Friese auteurs. In de praktijk bleek het echter een Fries onderonsje te zijn. Op de vraag van presentator Geart de Vries welke aanwezigen de Friese taal niet machtig waren, stak slechts een dozijn van de ruim tweehonderd aanwezigen zijn hand op.

Dat de Friezen het vooral als hún dag zagen, en niet als een promotiestunt voor de export van de Friese cultuur, bleek toen Josse de Haan (wiens romans Kikkerjaren en Nanette in vertaling bij Meulenhoff verschenen) zijn voordracht in het Nederlands hield. ,,Wat is hjir Frysk oan?'' vroeg het Friese publiek zich verontwaardigd af.

Ook de Friezen op het podium hadden soms moeite met de voertaal. De dichter Tjebbe Hettinga, die wegens zijn verloren gezichtsvermogen en grote kwaliteiten de Homerus van het Noorden wordt genoemd, had nog nooit in het Nederlands met zijn interviewer Geart de Vries gesproken. Hettinga kapte het gesprek na een paar minuten alweer af: ,,Ik zei het toch, als we Nederlands gaan spreken, dan wordt het onzin.'' Gelukkig had Hettinga even daarvoor een zeer indrukwekkende voordracht gehouden van het – helaas al wat oudere – gedicht `Het vaderpaard'. Zijn slepende, zangerige toon kreeg de zaal muisstil, en bevestigde zijn status als voortrekker van de Friese literatuur over de provincie- en taalgrens heen. Nog mooier zong fadozangeres Nynke Laverman. Ondersteund door een ensemble, vertolkte Laverman op schitterende wijze enkele in het Fries vertaalde gedichten van de beroemdste Friese dichter aller tijden: Jan Jacob Slauerhoff.