Fraudegevoeligheid

Hoogleraar organisatiekunde Mathieu Weggeman pleit ervoor (NRC Handelsblad, 26 februari) om Nederland als een organisatie te bezien. De algehele fraudegevoeligheid van de BV Nederland, die SP-leider Marijnissen aan de orde stelde, zou zodoende via organisatiekundige kennis bestreden kunnen worden.

Weggemans these luidt dat regels er vooral zijn voor domme mensen, maar dat er dankzij het toegenomen opleidingsniveau daarom steeds minder regels nodig zijn. De toenemende regelzucht van bestuurders leidt zo tot steeds meer maatschappelijke frictie. Er moet ontbureaucratiseerd worden om frauduleus gedrag, dat als protest van mondige burgers tegen regelzucht begrepen moet worden, te bestrijden.

Als voorbeeld van de overmaat aan regels noemt Weggeman dat hijzelf als iemand met een academische opleiding in de avond in een buitenwijk moet wachten voor een rood stoplicht, terwijl hij genoeg gestudeerd heeft om te kunnen beoordelen of de kust veilig is. Zou een oplossing voor zo'n kleinering van hoogopgeleiden misschien zijn dat bij veel verkeerstekens een extra tekst geplaatst wordt: `Geldt niet voor hbo en hoger'?

Vanuit de organisatiekunde stelt Weggeman dat er slechts twee elkaar uitsluitende methoden zijn om de samenwerking tussen burgers van een natie te coördineren: planning & control of een duidelijk omschreven collectieve ambitie. Wat die collectieve ambitie zou moeten inhouden wordt niet omschreven. Ook wordt de causale relatie die gelegd wordt tussen meer planning & control en een toename van fraude en gesjoemel niet onderbouwd.