Fischer herziet visie op toekomst van EU

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, heeft zijn visie op de toekomst van Europa ingrijpend bijgesteld. Hij ziet niets meer in de vorming een `kern-Europa' van een kleine groep landen die sneller integreren dan de rest.

Fischer distantieerde zich zaterdag in een vraaggesprek met het dagblad Berliner Zeitung van de vorming van een kern-Europa als antwoord op het in december mislukte overleg over een Europese grondwet.

Na dat echec heeft de Franse president Jacques Chirac verschillende keren een voorkeur uitgesproken voor een pioniersgroep van gelijkgezinde EU-landen, die op verschillende terreinen nauwer gaan samenwerken onder leiding van Frankijk en Duitsland. Maar volgens Fischer is het idee van zo'n kopgroep achterhaald.

De Duitse minister, voorman van de groenen, zegt in de Berliner Zeitung dat alleen een grote en hecht geïntegreerde Europese Unie het hoofd kan bieden aan de globalisering van de economie en de gevaren van het terrorisme. ,,De beheersing en eventuele oplossing van asymmetrische conflicten lukt alleen wanneer men in continentale dimensies kan handelen. Rusland, China, India en natuurlijk de Verenigde Staten – die hebben de noodzakelijke grootte. Voor ons Europeanen is de kwestie of we nauw genoeg samen kunnen werken om ons gewicht tot gelding te brengen'', zegt Fischer in de Berlijnse krant.

Bijna vier jaar geleden, in mei 2000, brak Fischer in een geruchtmakende rede aan de Humboldt-universiteit in Berlijn een lans voor de vorming van een kern-Europa van nauwer samenwerkende landen, als tussenstap naar een federaal Europa. Maar de minister zegt dat hij daar na de terreuraanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten anders over is gaan denken.

,,Ik ben er weliswaar meer dan ooit van overtuigd dat Europa meer integratie en sterkere instituties nodig heeft. Maar klein-Europese denkbeelden deel ik niet meer.'' Het concept van een avant-garde van enkele Europese landen die sneller integreren dan de rest kan onder bepaalde omstandigheden tijdelijk uitkomst bieden, aldus Fischer, maar alleen binnen het hecht verankerde kader van een Europese grondwet.

De Duitse minister zegt te hopen dat er alsnog een akkoord over zo'n grondwet wordt bereikt. Zo niet, dan raakt Europa volgens hem ,,in heel moeilijk vaarwater'', waarin verschillende snelheden van integratie tussen de staten ontstaan. ,,Wij willen dat niet. Het kan derhalve ook slechts een overgangsfase zijn. Ik geloof dat de druk zó groot zal worden, dat de geschiedenis de dingen in de juiste richting zal duwen.''

De `continentale dimensie' moet volgens Fischer ook zwaar meewegen in het debat over toetreding van Turkije tot de Europese Unie. ,,Vroeger hoorde ik bij degenen die voor 51 procent voor toetreding van Turkije waren en die voor 49 procent twijfelden. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 is dat bij mij fundamenteel veranderd. Sindsdien werd steeds duidelijker dat de Europese eenwording ook een strategische dimensie heeft. Daarin is een Turkije, dat aan de Europese standaarden voldoet, evenzeer van grote betekenis als het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.''