Een paaltjesfonds voor de jeugd

Veel amateurvoetbalclubs in de Randstad kampen met financiële problemen. Zo ook RKAVIC uit Amstelveen. ,,De terreinknecht kost geld, je kunt moeilijk een geit op het veld zetten.''

Naast het clubgebouw van RKAVIC (Rooms Katholieke Amsterdamse Voetbalvereniging Ignatius College) op sportpark Escapade in Amstelveen houdt een jongen op deze woensdagmiddag een balletje hoog. Binnen kijken zijn leeftijdgenootjes televisie. Om de clubkas te spekken is het jeugdhonk op de begane grond verhuurd aan Kinderrijk, een instelling voor naschoolse opvang. ,,Dat brengt geld in het laatje. We doen er alles aan om dit jaar een sluitende begroting te krijgen'', zegt voorzitter Marion van der Voorde.

RKAVIC, in 1947 ontstaan uit een fusie tussen VIC uit 1915 en RKAV uit 1916, is een van de vele amateurclubs in de Randstad met financiële problemen. In een NOVA-uitzending verklaarde directeur amateurvoetbal R. Bruijnis van de KNVB anderhalve week geleden dat ruim veertig procent van de clubs elk jaar moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen. Zo ook RKAVIC.

Bij haar aantreden trof Van der Voorde, na jaren van interen op het spaarpotje van RKAVIC, ,,geen kapitaal'' aan. Met vijf velden en een trainingsveld zit het circa achthonderd leden tellende RKAVIC – in de jaren '80 nog 1.500 leden en een zaterdagelftal in de hoofdklasse – te ruim in zijn jasje. De club is eigenaar van de velden, waardoor het onderhoud zwaar op de begroting drukt. Des te meer door de gedaalde inkomsten uit contributies. ,,De terreinknecht kost geld. Je kunt er moeilijk een geit op zetten'', zegt Van der Voorde.

Ze wil twee velden afstoten ,,om geld te genereren'' voor de aanpak van de kleedkamers, de tribune en het afgetrapte trainingsveld. De voorzitter is gedwongen tot dergelijke kunstgrepen. ,,Voor mijn tijd werd er gezegd: `Het gaat goed, we zijn toch een rijke club.' Doordat we minder leden hebben en een zaterdag- en zondagafdeling, is alles relatief duurder.''

De club had al een paaltjesfonds ten bate van de jeugd. Rond het hoofdveld staan 160 paaltjes met koperen plaatjes met daarop de namen van leden die voor vijftig euro per jaar een ,,aandeel in de jeugd'' kopen. Maar deze extra inkomsten volstaan niet, weet Van der Voorde. Sponsorwerving staat hoog op haar agenda, hoewel dat lang not done was bij het van oudsher sjieke RKAVIC. ,,De club had altijd genoeg leden met geld. Aan dat `hoeren en snoeren' deden we niet mee.''

Het taboe op sponsors is door de financiële nood doorbroken. RKAVIC snakt naar geldschieters. Die staan echter niet in de rij om de geldbuidel te trekken voor de club, waarvan het eerste zaterdagelftal (`zat-1') in de derde klasse speelt en `zon-1' een klasse lager. ,,Voor een club waarmee het slecht gaat, is sponsors trekken moeilijk. Je geeft geen geld als het clubhuis een klerezooi is.''

Na een ,,jarenlang gevecht voor subsidie'' heeft de voorzitter een succesje geboekt. Dankzij ,,een tonnetje'' van de gemeente Amstelveen en geleverde hand- en spandiensten van leden en ,,meedenkende partners'' heeft de kantine een nieuw dak, nieuwe ramen en kozijnen. Geen overbodige luxe volgens Paul van Rooijen (65), al ruim veertig jaar vrijwilliger. ,,Het was een ramp. Ik kon het hier niet meer warm krijgen'', vertelt de `gastheer' van RKAVIC. ,,Ik heb officieel geen dienst, maar er moet iemand zijn om de mensen op te vangen'', zegt Van Rooijen. In afwachting van de training van de D-pupillen drinkt hij een bekertje tomatensoep. Hij gaat voor naar de onverwarmde kleedkamers, waarvan het tegelwerk en de douchekoppen uit de jaren '60 stammen. Warm water is er wel, verzekert Van Rooijen. ,,De kleedkamers kunnen nog wel even mee. Bij andere clubs zie je dezelfde puinhoop. Het houtwerk is wel verrot. De tocht komt door de ramen.''

Terwijl de koffie pruttelt, vertelt Van Rooijen over `zijn' club en tweede huis, waar hij bijna elke dag te vinden is. ,,Financieel is het minder geworden bij RKAVIC. We zouden moeten fuseren, maar iedereen wil zijn eigen cluppie houden.'' De veranderingen binnen RKAVIC doen Van Rooijen pijn. ,,We zijn het jeugdhonk kwijt en de selecties spelen lager. Toen we in de eerste klasse speelden, gingen we het hele land door.''

Of de gouden tijden terugkeren, betwijfelt Van Rooijen. ,,Clubs in de hoofdklasse betalen hun spelers stevig. RKAVIC betaalt de selectiespelers uit principe niet'', weet de vrijwilliger, die aan het afbouwen is. Hij draait bardiensten, doet de inkoop en wast de shirts voor een seniorenelftal. ,,Het is moeilijk vervangers te vinden. Ouders hebben geen zin in die verantwoordelijkheid.''

Wedstrijdsecretaris John Heins, tevens voorzitter van de sectie zaalvoetbal – met 28 teams wel een florerende afdeling van RKAVIC – bevestigt dat het ,,veel moeite kost ouders te strikken''. ,,We hebben zo'n 150 vrijwilligers. Ouders zijn gemakzuchtiger en hebben niet meer het clubgevoel dat nodig is om basale zaken draaiende te houden, zoals een bardienst. Daar moet je om leuren. Ze willen overal inspraak in. Toch zijn er ouders die de zaken wel goed oppakken, maar het zijn altijd dezelfde zodat ze weer snel afbranden.''

Het vervoer naar uitwedstrijden leidt volgens Heins bij de pupillen ,,niet snel'' tot problemen, maar wordt vanaf de C-junioren moeilijk. Zoals bij allochtone spelers met ouders zonder auto. Heins heeft eens een Afghaans jongetje naar huis gebracht. ,,Hij deed voor het eerst mee en stond bij thuiskomst alleen op de parkeerplaats.'' Behalve individualisering en consumptiedrang ziet Heins ook de ontzuiling van de samenleving weerspiegeld in het katholieke RKAVIC.

Hoewel de leden een gemengd gezelschap vormen – de club telt vijf Japanse jeugdteams, vier joodse zaalvoetbalteams en er voetballen Marokkanen, Turken, Surinamers en Somaliërs – vindt Heins het niet nodig de letters RK uit de clubnaam te schrappen. ,,Om het oude smaldeel van RKAVIC niet tegen het hoofd te stoten. Ik ben niet gelovig, maar je moet je roots niet verloochenen.'' Dus staat RK nog overeind in de clubnaam, hoewel de tijden van pater Hans Wilting, van 1977 tot 1991 secretaris van RKAVIC, voorbij zijn.

,,Een katholiek met wie ik prima door één deur kon. Hij ging op de motor mee naar uitwedstrijden'', herinnert Kees Koedood, trainer van zon-1 zich. Koedood, van huis uit protestants, werd in 1977 trainer van het eerste zaterdagelftal. Van origine was RKAVIC een zondagclub; in 1954 werd de zaterdagafdeling opgericht.

Als sportleider gaf Koedood les aan de Vrije Universiteit en bracht veel studenten mee naar de club. ,,Ik was geen katholiek en werd heiden genoemd. De vrouwen van de studenten waren `snollen'. We hebben de zaak met de zaterdagafdeling, het minst katholieke deel van de club, wel opengebroken. De club is informeler en minder hiërarchisch geworden.'' De leegloop bij RKAVIC wijt Koedood aan de verdwenen binding met het Ignatius College en de VU. ,,Studenten gaan naar andere clubs en de IC-jongens van vroeger zijn uitgezwermd. Dus spelen hun kinderen hier niet.''

Ondanks de stagnerende doorstroming van de jeugd – RKAVIC heeft acht pupillen- maar slechts twee juniorenteams en ontbeert een A1 – heeft de op het oude nest teruggekeerde coach het naar zijn zin bij RKAVIC. Ook al is er ,,niet veel geld voor luxe dingen'', voldoen de kleedkamers niet meer aan de huidige standaard, en ,,dondert de lekkende tribune'' volgens Koedood bijna in elkaar. ,,Ik voel me hier thuis. Ik houd van het familiegevoel, hoewel dat vroeger sterker aanwezig was.''

Dat de banden binnen de club in het verleden hechter waren, constateren Heins en Van Rooijen ook. Heins: ,,Mensen komen kijken bij succes. Er staat nog maar een handjevol toeschouwers bij het eerste. Mensen zijn individualistischer. De jeugd speelt minder lang bij een club en blijft niet plakken na de wedstrijd. Naar het eerste kijken, zoals vroeger, zegt de jeugd niets meer. ''

Niet veranderd is volgens Heins het hoge aantal ,,geleerde'' leden. ,,Een juridische kwestie is bij RKAVIC makkelijker op te lossen dan het plaatsen van een schutting.'' En volgens Van Rooijen is RKAVIC nog altijd een club met ,,veel sfeer en gezelligheid.'' ,,De spelers blijven hier lang aan de bar zitten na een wedstrijd. Of ze nu gewonnen of verloren hebben, ze drinken er geen biertje minder om.''