Bos van buitenstaander tot favoriet voor wereldtitel

Na weken buitenspel te hebben gestaan, greep Jan Bos bij de wereldbekerinale in Heerenveen beide kansen voor deelname aan de WK afstanden. Hij beleeft een indrukwekkende comeback.

Toen trainer Kosta Poltavets in oktober Jan Bos na vijf maanden terugzag op het ijs, schrok de Oekraïener van het niveau van de schaatser. Tot zijn ontzetting constateerde hij dat ,,er van zijn techniek niets meer klopte''. Als oud-trainer was Poltavets niet in de positie correcties aan te brengen, maar hij kon destijds evenmin nalaten enige noodsignalen uit te zenden.

Maar die waren ontoereikend en konden niet voorkomen dat de sprinter afgleed naar een bedenkelijk niveau. Pas nadat in januari de samenwerking tussen Poltavets en Bos werd hersteld, trad verbetering op. Twee maanden later is Bos weer de oude en plaatste hij zich in het weekeinde bij de wereldbekerfinale in Heerenveen voor de 500 en de 1.000 meter bij de WK afstanden, die over twee weken in Seoul worden gehouden. De feniks is uit zijn as herrezen.

Bos scheen dit seizoen het noodlot te treffen van een schaatser die zijn positie in de top moest afstaan aan een nieuwe generatie, van wie Beorn Nijenhuis, Simon Kuipers, Alexander Oltrop en Jacques de Koning de exponenten zijn. Maar aan de wetten van die natuurlijke selectie wenste de sprinter uit Harderwijk nog geen gehoor te geven. Niet uit illusionaire koppigheid, maar in de overtuiging dat de sleet er nog niet opzit.

Het probleem van Bos was zijn nieuwe trainer, Jeroen Otter. Vergeleken met de finetuning van Poltavets, met wie hij drie seizoenen naar tevredenheid had gewerkt, voelde Otters aanpak rauw en wezensvreemd. Bos ging er alleen maar slechter van schaatsen, met het gevolg dat hij door een miserabel toernooi om de Nederlandse titel de WK sprint in Nagano miste. Om te voorkomen dat het seizoen voor Bos compleet zou mislukken, werden rond kerst binnen de DSB-ploeg harde noten gekraakt. Otter werd van zijn functie als trainer ontheven en Poltavets, die de allrounders van het team trainde, kreeg de sprinters erbij.

Daarmee werd een wens van de Oekraïener ingewilligd, want hij was nimmer een voorstander van een scheiding der groepen. Poltavets: ,,Het is weliswaar een trend, maar ik sta op het standpunt dat gezamenlijk trainen beter is; beide groepen kunnen van elkaar leren. Ik wilde destijds de opvatting van Otter niet bestrijden, maar nu moeten we vaststellen dat het een foute beslissing is geweest. En in het belang van de schaatsers was het noodzakelijk om die situatie te veranderen. Ik heb sindsdien alleen nog een sms'je van Otter ontvangen, nadat Tom Prinsen zich had geplaatst voor de WK allround. Maar dat was het. Ik heb hem nog wel enige keren proberen te bellen, maar hij neemt de telefoon niet op.''

De terugkeer bij Poltavets was de redding voor Bos, die afgelopen weekeinde in Heerenveen de beste Nederlandse sprinter was. Nadat hij vrijdag zijn landgenoten al had overtroffen op de eerste 500 meter, beleefde Bos zaterdag op de 1.000 meter zijn finest hour. De frustraties van de weigering van de topsportcommissie van de KNSB hem op die laatste afstand een startplaats te gunnen in Heerenveen, verdween vrijdagmiddag toen Bos hoorde dat hij als eerste reserve de plaats mocht innemen van de geblesseerde Simon Kuipers. ,,Sindsdien is de adrenaline niet uit mijn lichaam geweest'', zei Bos, die zaterdag met een imponerende race en een scherpe tijd van 1.09,21 de 1.000 meter nota bene won én zijn deelname aan de WK afstanden wel heel overtuigend veiligstelde. Voor de 1.000 meter in Seoul is hij nu een van de favorieten.

Het was een gedenkwaardig en emotioneel moment voor Bos, die in de weken ervoor buiten mededinging op de 1.000 meter al tijden had gereden die op herstel van zijn oude vorm wezen. Hernieuwing van zijn status als topschaatser voelde als een bevrijding. ,,Wat ik mezelf achteraf kan verwijten? Dat ik me te laconiek heb opgesteld'', zei een uitbundige Bos, die in Seoul ook op de 500 meter deelneemt, omdat hij gistermiddag opnieuw een fractie sneller was dan Nijenhuis en daarmee de enige beschikbare plaats opeiste. Gezien zijn mentale gesteldheid van dat moment eveneens een prestatie van formaat, want Bos reed met de wetenschap dat zijn oma er slecht aan toe is. Hij verliet om die reden onmiddellijk na zijn race de Thialfhal.

De grote vraag na de wederopstanding van Bos is welk medicijn Poltavets hem heeft toegediend. ,,Het eerste wat ik heb gedaan is hem videobeelden laten zien van wedstrijden waarin hij goed reed'', vertelt de trainer. ,,Ik heb hem geconfronteerd met de kenmerken die hij miste en waaraan hij moest werken. In de kern had zijn probleem te maken met een verkeerde timing; hij bracht zijn kracht niet meer over op het ijs. Vanaf de buitenkant leek het of Jan makkelijk reed, maar dat was niet zo. Hij vocht tegen het ijs en daardoor tegen zichzelf. Het gekke is dat ik bij de andere schaatsers in de ploeg de techniek van Jan juist ten voorbeeld stel. Tom Prinsen heeft zijn technische vorderingen te danken aan het `model Bos'. Nee, zijn fouten kon Bos zelf niet herstellen. Een schaatser heeft altijd iemand nodig die hem daar op wijst. En blijkbaar kan ik dat goed.''

Het heeft Poltavets overigens wel twee maanden gekost om Bos op zijn oude niveau te brengen. ,,Maar het voordeel was dat we elkaar kenden. De samenwerking was ook als vanouds; we hadden elkaar zeer gemist. Ik trof geen mentaal wrak aan. We hebben ook niet bij het verleden stilgestaan. Dat had geen zin. Ik ben geen type dat terugkijkt. Bovendien heb ik een hekel aan gezeur. Discussiëren over de schuldvraag zou helemaal nutteloos zijn geweest, omdat we de tijd die ons restte hard nodig hadden.''

Schaatsen: pagina 16