Het nieuws van 28 februari 2004

Onbereikbare liefde geliefd muziekgenre in Turkije

,,Hij was buitengemeen homoseksueel'', schrijft Bernard Bouwman in zijn artikel over de Turkse muziekheld Zeki Müren (NRC Handelsblad, 21 februari). ,,Maar toch sloot een machomaatschappij als Turkije hem in haar hart.'' Wat is `buitengemeen' homoseksueel? Waarschijnlijk bedoelt Bouwman dat Müren (1931-1996) zeer vrouwelijk was.

Juist omdat de zanger feminien was, werd hij in de Turkse machomaatschappij geaccepteerd. Een islamitische samenleving kent een scheiding tussen de wereld van man en vrouw. Men behoort tot het ene of andere kamp en Müren neigde naar travestie. Turken kunnen voor een overloper blijkbaar respect opbrengen. De populairste Turkse muziekheld van tegenwoordig, Bülent Ersoy, is een transseksuele zangeres.

Müren bezong de onbereikbare liefde en dat muziekgenre wordt in Turkije arabesk genoemd. De teksten vol weemoed en verlangen zijn nog het best te vergelijken met het hoofse liefdeslied uit onze Middeleeuwen. Veel mannen in moslimlanden kunnen niet trouwen, omdat ze geen werk hebben of te weinig verdienen. Bovendien is een moslimhuwelijk meestal een economische overeenkomst, waaraan weinig romantiek te pas komt. Dat verklaart waarom de arabesk in moslimlanden zo populair is, als smartlap en uitlaatklep.

Volgens Bouwman omringde het Turkse idool zich in zijn huis in Bodrum met ,,legioenen bevallige jongens''. Dat lijkt me onwaarschijnlijk, want bevallig was Müren zelf al. Het zullen eerder knapen geweest zijn die hun mannelijkheid tegen betaling aanboden, jongens die de zanger niet gelukkig maakten. Ware liefde vond de vroeg gestorven zanger niet. Müren zocht een onvervulbaar ideaal, zijn leven wás een arabesk.

Ongrijpbaar advies

Naar aanleiding van het artikel `Ongrijpbaar advies' (Wim Köhler, W&O 21 febr.) zou ik graag een opmerking willen maken over het proces dat leidt tot het stellen van een diagnose. De heer Schellevis geeft terecht aan, dat een arts zoekt naar een patroon in de klachten en verschijnselen waarmee een patiënt het spreekuur bezoekt. Dat patroon vertoont meer of minder overeenkomst met de kenmerken van een bekende ziekte of aandoening. Naarmate de overeenkomst groter is, is het waarschijnlijker dat het probleem van de patiënt wordt veroorzaakt door de betreffende ziekte. Er is dan sprake van een `waarschijnlijkheidsdiagnose'. Tot hier ben ik het eens met de heer Schellevis. Maar naar mijn mening behoort de volgende stap de verificatie van de waarschijnlijkheidsdiagnose te zijn. De heer Schellevis noemt het voorbeeld van kortademigheid en dikke voeten. De verificatie die daarbij hoort is er op gericht om vast te stellen dat er iets mankeert aan de pompfunctie van het hart (bij voorkeur met behulp van een echocardiogram). Dit klemt des te meer omdat er ook behandelbare oorzaken zijn van de verstoring van de hartfunctie. In die gevallen is volledige genezing mogelijk! In geval van de waarschijnlijkheidsdiagnose borstkanker, gebaseerd op lichamelijk onderzoek en mammo- en echografie, behoort verificatie te worden gegeven door een biopsie. Ook in dat geval geeft verificatie richting aan de behandelmogelijkheden. Samenvattend ben ik van mening dat in het diagnostisch proces altijd de stap `verificatie' dient te zijn opgenomen.

Feesthalte Duinkerken

Hoezeer filmmakers van de sociaal-realistische school zich ook uitsloven om `het leven zoals het is' zo naturalistisch mogelijk op celluloid of video te benaderen, zo woest authentiek als in Thomas Vincents regiedebuut Karnaval wordt 't zelden. Vincent en filosofiedocent-scenarist Maxime Sassier situeerden hun heftige liefdesgeschiedenis tussen de getrouwde Béa (Sylvie Testud) en de Algerijnse arbeider Larbi (Amar Ben Abdallah) niet alleen tijdens het jaarlijkse carnaval van Duinkerken – drie dappere cameramensen liepen spitsroeden te midden van de hectisch hossende, massaal over straat golvende menigten. Terecht vreesden zij en de geluidsmensen behalve voor hun gezondheid ook voor de dure apparatuur, maar alle risico's loonden de moeite: van Karnaval spettert `het leven zelf' daadwerkelijk af, en dat geldt behalve voor de visuelen ook voor de verhaallijn. Even risicovol is de toevallige ontmoeting tussen de eigenlijk naar Marseille vertrekkende Larbi en de huwelijksgefrustreerde Béa, die in Christian (Clovis Cornillac) een zuipende bullebak van een echtgenoot heeft. Hoe die laatste twee überhaupt in een relatie verzeild zijn geraakt, is even curieus als al die fleurige kostuums, confettiregens, drinkliederen en andere archaïsche carnavalsrituelen in de Noord-Franse stadstristesse. Is de toenadering tussen Larbi en Béa vanwege haar verbintenis al obstakelig, het feit dat `haar' Algerijn zich daarmee tussen voornamelijk stomdronken blanke arbeiders begeeft, zorgt voor toenemende spanning. Er is echter één gemene deler: ieder personage ontvlucht in drie dagen Duinkerkens feestgedruis het afmattende arbeidersbestaan. Vincent wappert in zijn desondanks optimistische film niet met een boodschap: centraal staat de liefde, en die stormt aan. Actrice Sylvie Testud, afgelopen zaterdag in Parijs een blije César-laureaat voor haar hoofdrol in Alain Corneaus Stupeur et tremblements, is hierbij Vincents troefkaart onder de serpentines. In haar dansmariekesuniform met kek hoedje en vrolijke rode stippen op de wangen vecht ze als Béa aanvankelijk tegen de `vreemdeling' aan haar flatdeur, maar geeft al met haar ogen en lichaamshouding aan dat ze dat gevecht eigenlijk wil verliezen. Of Béa en Larbi na Aswoensdag aan dit Karnaval een kater overhouden, blijft lang in het ongewisse – de toeschouwer, echter, is een prachtige kijkervaring rijker.