Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Een oefening in eenvoud

De kleine Hermitage aan de Amstel is kwartiermaker voor een groter museum dat in 2007 opent. De exposities zetten aan tot subversieve gedachtes.

In het café van het nieuwe museum Hermitage Amsterdam hangt een fotoreportage over de recente bouwgeschiedenis aan de muur. De reeks zwart-wit beelden laat de transformatie zien van gebouw Neerlandia, onderdeel van het verpleeghuis Amstelhof, tot museum. Eric Hesmerg heeft de warboel sterk grafisch gefotografeerd. Hij laat ons kijken naar het deplorabele binnenste van een gebouw dat grotendeels is gesloopt: puinhopen, plafonds waar je doorheen kijkt, gescheurde muren, onontwarbare kabelkluwen. Onwaarschijnlijk dat uit deze ruïne ooit nog iets aantrekkelijks zal opbloeien. Toch is het architect Hubert-Jan Henket gelukt. Met eenvoudige middelen heeft hij het uit 1888 stammende gebouw omgetoverd tot een helder, eigentijds museumhuis dat morgen voor het publiek opengaat. Een aanwinst voor Amsterdam.

Grieks Goud heet de eerste tentoonstelling in Hermitage Amsterdam. Het gaat om sieraden uit de archeologische verzameling van het Staatsmuseum Hermitage in St. Petersburg, zoals alles wat in de toekomst aan de Amstel te zien zal zijn uit de Hermitagekelders aan de Neva komt. De collectie in St. Petersburg, voortgekomen uit de keizerlijke privé-verzamelingen, omvat ruim drie miljoen kunstvoorwerpen. Omdat het enorme Winterpaleis in de laatste decennia van de vorige eeuw in behoeftige omstandigheden raakte, werden satellieten van het Staatsmuseum in het westen opgericht. Kleine Hermitagetjes ontstonden in Londen en Las Vegas. Uiteraard tegen betaling mogen zij putten uit de kunstvoorraad. Zo worden de middelen binnengehaald om de daken in St. Petersburg te repareren.

Dat nu ook Amsterdam in de weelde mag delen, is vooral te danken aan de directeur van De Nieuwe Kerk, Ernst Veen. Hij zocht al lang geleden samenwerking met de Hermitage en de relatie leidde tot vier tentoonstellingen in De Nieuwe Kerk, samen goed voor 700.000 bezoekers. In 2003 werd de driehonderdste verjaardag van de historische band tussen Amsterdam en St. Petersburg beklonken met de vestiging van de Hermitage aan de Amstel.

Stadstimmerman

ls Oudevrouwenhuis liet de Nederlandse Hervormde Gemeente het hoefijzervormig Amstelhof bouwen tussen 1681 en 1683. Vrijwel zeker is de toenmalige Stadstimmerman Hans van Petersom de ontwerper van dit sobere, in de zogenaamde `strakke stijl' van het classicisme opgetrokken complex. Symmetrie is het belangrijkste ordenende principe van de gevels, die een souterrain, een bel-etage, een lage verdieping en een zolder omsluiten.

De unieke charme van Amstelhof en haar bejaarde bewoners, intussen ook mannen en gehuwden, is de ongerepte historische authenticiteit. De zwart geoliede baksteen gevels – aan de Amstelzijde 31 vensters breed – zijn niet overal in perfecte staat. Hier en daar slaan de muren wit uit. Het schilderwerk is niet onberispelijk. Maar je kan niet zeggen dat het gebouw verwaarloosd is, het knoeit niet met zijn leeftijd. Het draagt de ouderdom met trots en dat is altijd een genoegen om te zien. Geen plek in Amsterdam waar de zeventiende eeuw zo dichtbij is als hier aan de Amstel.

Het is de bedoeling dat in 2007, als het verpleeghuis is overgebracht naar nieuwbouw in Diemen en Osdorp – arme bejaarden, wat zullen zij de Amstel missen en de luchten erboven – het hele Amstelhof van binnen wordt omgevormd tot Hermitage Amsterdam, met in totaal vierduizend vierkante meter expositieruimte. De nu voltooide kleine Hermitage in bijgebouw Neerlandia fungeert als kwartiermaker met vijfhonderd vierkante expositiemeters verdeeld over zes zaaltjes. Daarnaast maken een café met terras, een winkel en op zolder een kinderatelier en cursusruimte het huis tot een voldragen museum.Als de wijze waarop Hubert-Jan Henket het interieur heeft ontworpen ook als stilistische kwartiermakerij mag worden gezien, dan belooft de grote Hermitage Amsterdam een ritmisch gecomponeerd snoer van minimaal vormgegeven ruimtes te worden. Het interieur van de kleine Hermitage is een oefening in eenvoud. Om te beginnen is de symmetrie van de buitenkant ook naar binnen gebracht. De voordeur zit in het midden en dat geldt ook voor de lift. Beneden links de museumwinkel, rechts het café. Op de eerste en tweede verdieping: drie zalen. Alle vloeren en betimmering van het lifthuis zijn van hetzelfde lichte eikenhout. De glazen balustraden langs de trap dragen ronde, roestvrijstalen leuningen, tussen de balustraden en de zijmuren is ruimte opengelaten. De trap, waarvan de treden hoekig om het lifthuis zweven, wordt mooi beschenen door indirect bovenlicht.

Een van de geheimen van de ontwerpkunst van Hubert-Jan Henket is de zelfstandigheid die hij gunt aan de verschillende delen van het geheel. De trap is daarvan een goed voorbeeld: niet lastiggevallen door de directe aanraking met het trappenhuis. De twee kolommen die midden in elk expositiezaaltje staan, zijn losgemaakt van de vloer en het plafond waarin zij verdwijnen door boven en beneden een cirkeltje open te laten. Een ringetje van ruimte. Door dit soort subtiele details wordt de elegantie bereikt die kenmerkend is voor het werk van Henket.

Ontwerper Wim Crouwel heeft de inrichting van de tentoonstelling Grieks Goud verzorgd. In zijn vitrines worden de sieraden die zijn opgegraven rond de Zwarte Zee uit Griekse nederzettingen van de zesde tot de tweede eeuw voor Christus, gepresenteerd op een ondergrond van hetzelfde blauw als de tafels in het café en de kasten in de museumwinkel. Ook op andere punten voeren Henket en Crouwel dezelfde ingetogen toon en dat maakt deze tentoonstelling tot een harmonisch geheel.

Bijna had in de vorige zin het woord verstild gestaan. Stilte heerst in de vitrines, maar in de kleine Hermitage aan de Amstel zal het zelden stil zijn. Met twintig bezoekers is elk expositiezaaltje vol. Het museum kan niet meer dan 120 mensen tegelijk ontvangen. Café en winkel zijn dan als overloopvaten noodzakelijk en het halletje is zo klein dat elke buslading is gedoemd er in vast te lopen.

De kleine Hermitage is ook een beetje een dependance van De Nieuwe Kerk, valt onder dezelfde directie en wordt bediend door dezelfde goed geoliede publiciteitsmachine. Vooral het geweld van die machine zou het intieme karakter van dit museum wel eens kunnen beschadigen. Zie de enorme posters in de stad. En de oogverblindende brochures met op de cover de `Hanger met een Nereïde op een Hippocampus' uit de tweede helft van de vierde eeuw v.Chr., in werkelijkheid 14,5 cm, opgeblazen tot meer dan een halve meter. Ook niet mis was de opening afgelopen dinsdagavond met vuurwerk uit 1697, de Marinierskapel, wodka en bagels en dat alles onder toeziend oog van de beschermheer van Hermitage Amsterdam, Z.K.H. de Prins van Oranje.

Tsarenpaar

De exposities in de kleine Hermitage zullen steeds vijf maanden duren. Na het Goud worden de levens en verzamelingen van het laatste tsarenpaar Nicolaas en Alexandra getoond. Dat zal een veelzijdiger expositie worden met kostuums, schilderijen, documenten en aardewerk. Daarna, dan zijn wij al in het midden van 2005, volgt de Venetiaanse schilderkunst.

Dan is het al bijna 2007. St. Petersburg is aan de Amstel uitgegroeid tot het bijna tienvoudige van de kleine verkenner van vijfhonderd vierkante meter. En jaar in jaar uit krijgen wij uit Rusland afkomstige tentoonstellingen voorgeschoteld. Hoe mooi ook, dat vooruitzicht zet aan tot subversieve gedachten. Toen in 1999 bekend werd dat in verband met de voorgenomen verhuizing het bestuur van verpleeghuis Amstelhof het complex in eigendom overdroeg aan de gemeente Amsterdam met als voorwaarde een toekomstige culturele bestemming, gingen veel Amsterdamse harten sneller kloppen. Is er, bijvoorbeeld, een mooier huisvesting denkbaar voor het museum van de Tweede Gouden Eeuw, de Amsterdamse bloeitijd die op gang kwam na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 en duurde tot ongeveer 1930. De cultuurrijke periode van de Amsterdamse School met Michel de Klerk en Piet Kramer, H.P. Berlage, K.P.C. de Bazel, maar ook van kunstenaars als Piet Mondriaan, of George Breitner. Er is weinig verbeeldingskracht nodig om in de vitrine van Wim Crouwel de gouden lauwerkrans van olijftakken (rond 350 v. Chr.) te vervangen door het theeservies van messing, in 1903 ontworpen door Jan Eisenloeffel (1876-1957).

Wie weet is straks de grote Hermitage Amsterdam edelmoedig genoeg om gastvrijheid te verlenen aan de Tweede Gouden Eeuw in een gebouw van de eerste Gouden Eeuw dat daarvoor geschikt is gemaakt door twee ontwerpers die, heel delicaat, het uitzicht op de Derde Gouden Eeuw hebben geopend.

Hermitage Amsterdam, Nieuwe Herengracht 14. Tentoonstelling: Grieks Goud, tot 29 augustus 2004. Dagelijks geopend van 10.00-17.00 uur.