Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Geopolitiek

Tijd voor een handreiking op Cyprus

Een van de grotere regionale conflicten uit de moderne geschiedenis, de deling van Cyprus, kan onder internationale druk worden bijgelegd. Als de chef van de Verenigde Naties, Kofi Annan, zijn zin krijgt, als de Turks- en Grieks-Cyprische politieke leiders hun aarzelingen laten varen en als hun bevolkingsgroepen een herenigingsplan goedkeuren, dan kan per 1 mei een ongedeeld Cyprus tot de Europese Unie toetreden. Dit zou de Unie van een immens probleem verlossen. Een lidstaat met een sluimerend territoriumconflict en oude animositeiten is voor de EU geen prettig vooruitzicht. Tot nu toe zag het ernaar uit dat alleen het Griekse deel van Cyprus EU-lid wordt. Dankzij de inzet van Annan, die de kopstukken van deze mediterrane ministaat tot overleg maande, is de hoop op hereniging reëel. Gisteren zijn ze het in New York eens geworden over een VN-vredesplan. Scepsis blijft geboden; het gaat om taaie materie. Worden de verwachtingen waargemaakt, dan is dat tevens van betekenis voor het omstreden Turkse lidmaatschap van de EU. Oplossing van de kwestie-Cyprus brengt Turkije dichter bij Europa.

Het besef deze opstap naar de EU niet te mogen missen heeft de regering in Ankara vleugels gegeven. Zonder steun, geld en militairen uit Turkije zou er geen Turks-Cyprus zijn. De druk van de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan op de Turks-Cyprische leider Rauf Denktas om concessies te doen is groot geweest. Denktas gaf het minste toe op een Cyprus-top in Den Haag, maart vorig jaar. De top mislukte prompt. Na moeizaam overleg de afgelopen dagen in New York liggen vrede en eenwording nu binnen handbereik. Denktas en zijn Grieks-Cyprische tegenstrever Tassos Papadopoulos moeten de details van Annans vredesplan nog wel uitwerken en accepteren. Doen ze dat niet, of komt er later een kink in de kabel, dan ligt de hele zaak weer open. Dan komt Cyprus als onopgelost vraagstuk de EU binnen en lijdt met name de Turkse regering gezichtsverlies.

De wonden uit het verleden zijn diep en betrekkelijk vers. Nog maar drie decennia geleden werd er zwaar gevochten op Cyprus. In 1974 werd het eiland volgens etnische lijnen gesplitst in een Grieks en een Turks deel. De grens wordt bewaakt door blauwhelmen van de VN. Turkije en Griekenland hebben beide troepen op het eiland, 30.000 en 5.000 man. Ruim driekwart van de bevolking van in totaal 750.000 mensen is Grieks. De Turken hebben eenderde van het eiland in handen. Alleen Turkije erkent Turks-Cyprus als staat; Grieks-Cyprus geniet algemene erkenning. De leiders van de twee bevolkingsgroepen – en ook de Turkse premier – weten zich bij de onderhandelingen op de vingers gekeken door een kritische achterban en een veeleisend Turks leger dat zeggenschap verlangt bij beslissingen over de toekomst van Turks-Cyprus.

Als uit dit complexe geheel, vol emoties en verdeeldheid, een akkoord wordt gesleept, kan in een aantal hoofdsteden de vlag uit. Eens te meer is dan aangetoond dat Europese integratie het bijleggen van oude conflicten afdwingt; dat de Unie ook een vrede en veiligheid bevorderende entiteit is. In dit geval met nadrukkelijke dank aan de Verenigde Naties. De duivel zit uiteraard in het nog onafgeronde overleg en in de talrijke ongemakkelijke details van Annans vredesplan. Wederzijds wantrouwen laat zich niet per decreet ongedaan maken. Maar wat telt is dat een definitief akkoord mogelijk is. De erfvijanden van weleer kunnen straks een ongedeeld eiland de EU binnenloodsen. Denktas en Papadopoulos, en met hen de Turkse en Griekse regeringen, dreigen na jarenlange strijd en falend overleg eindelijk te gaan `leveren'. Dat is goed voor Cyprus en de EU. Het zal Turkije in Europa geen windeieren leggen, maar de hereniging van Cyprus en de Turkse toetreding zijn wél afzonderlijke zaken.