Oud-RVD-baas maakt witboek voor Bernhard

Oud-RVD-directeur Van der Voet onderzocht op verzoek van de prins vijf aantijgingen.

Op verzoek van prins Bernhard heeft Hans van der Voet, van 1983 tot 1995 hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst, zich gebogen over aantijgingen van verschillende Nederlandse schrijvers aan het adres van de prins. Hij onderzoekt beweringen van twee romanciers, Tomas Ross (Omwille van de troon) en Hans Galesloot (Mevrouw majesteit) en drie schrijvers die in meer of mindere mate historisch verantwoorde geschiedschrijving rond de prins heben verricht: de historici J.G. Kikkert (met name Bernhard, een leven als een prins) en Gerard Aalders (De affaire-Sanders en Leonie) en Quote-journalist Philip Dröge (Beroep: meesterspion). Vijf aantijgingen belicht Van der Voet:

De sympathie van Bernhards moeder, prinses Armgard, voor het nazi-regime. Van der Voet verwijst naar verklaringen onder ede van twee vriendinnen van de familie en van Bernhards particulier secretaris mej. Gilles, die elk verklaren dat van enige nazi-sympathie geen sprake is geweest.

De bewering dat Bernhard twee buitenechtelijke zonen zou hebben bij Lady Ann Orr Lewis, verwekt in Londen in 1942 en 1943. Hiervoor verwijst Van der Voet onder meer naar `the Family Records Centre' in Londen waarin geen kinderen van Lady Ann te vinden zijn die in de oorlog geboren zijn.

Prins Bernhard zou de Slag om Arnhem hebben verraden, via de spion Christiaan Lindemans. Van der Voet verwijst naar bronnen over `Arnhem' waaruit blijkt dat van verraad geen sprake was. Hij geeft ook een kopie uit Bernhards dagboek waarin voor het eerst de naam van Lindemans voorkomt op 22 september 1944, vijf dagen na het begin van de slag.

Bernhard zou hebben geprobeerd Juliana tot aftreden te dwingen tijdens de affaire rond zieneres Greet Hofmans en haar daarom hebben laten opnemen in een kliniek. Van der Voet wijst erop dat daarvoor geen controleerbare bronnen worden aangegeven.

Bernhard zou in april 1942 Hitler per brief zijn diensten heben aangeboden als `stadhouder'. Van der Voet schrijft dat deze brief noch een kopie ervan ooit is opgedoken. Hij verwijst naar een reactie van het NIOD op het boek Leonie van Aalders, dat het bestaan van zo'n brief niet waarschijnlijk is gemaakt.

In hun reacties verwerpen de genoemde schrijvers het weerwoord van de prins. Aalders noemt Van der Voets rapport geen historisch onderzoek. Daarin heeft hij gelijk. Dat ligt niet aan het feit dat Van der Voet geen historicus is, zoals hem wordt aangewreven, maar aan het feit dat hij in opdracht van Bernhard op zoek moest naar stukken die de aantijgingen van genoemde auteurs konden weerleggen. Een historicus formuleert een hypothese en toetst die aan de feiten en de bronnen. Voor een historicus is een bron die de houdbaarheid van zijn hypothese ondermijnt even belangrijk als een ondersteunend bewijs. Het rapport van Van der Voet is van meet af aan bedoeld om de open brief van Bernhard van zaterdag te steunen, niet om de geloofwaardigheid daarvan aan een serieuze test te onderwerpen.

In die zin is het ook interessant wat niet in het rapport staat. Van der Voet heeft zich niet gebogen over de Lockheed-smeergeldaffaire. Hij schrijft niets over Bernhards lidmaatschap van de NSDAP sinds 1933. En hij schrijft niets over de bewering dat de prins ook een buitenechtelijke dochter heeft: Alexia, geboren in 1967, hetzelfde jaar als Willem-Alexander. In zijn open brief schrijft Bernhard dat hij niet vrij is daarover iets te zeggen. Gisteren in Buitenhof zei Van der Voet: ,Ik zeg alleen dat het niet onderzocht is en de prins is er langs heen gefietst. Dan mag iedereen verder zijn conclusie treken.''