Kerngeleerde Pakistan bekent verkoop kennis

De Pakistaanse kerngeleerde Abdul Qadeer Khan heeft bekend in de afgelopen vijftien jaar nucleaire technologie en kennis te hebben verkocht aan Iran, Libië en Noord-Korea. In het onderzoek naar de transacties is ook de naam opgedoken van een Nederlander, die Khan mogelijk nog zou kennen uit de tijd dat deze werkzaam was bij Urenco in Almelo.

Dat hebben Pakistaanse en Amerikaanse functionarissen gezegd tegenover de Amerikaanse krant New York Times. De Nederlander zou een van vele tussenpersonen zijn geweest in een uitgebreid netwerk waarlangs de levering van technologie en kennis voor de verrijking van uranium liep, met Iran, Libië en Noord-Korea als uiteindelijke afnemers. Eerder deze maand bevestigde de Nederlandse regering het eerder door het Internationale Atoomenergie-agentschap (IAEA) geuite vermoeden dat in de jaren zeventig in Almelo ontvreemde nucleaire kennis via Pakistan ook in deze landen is terechtgekomen.

Met de bekentenissen van de 67-jarige Khan, die wel de `vader van de islamitische atoombom' wordt genoemd, is het onderzoek naar de verkoop van Pakistaanse atoomgeheimen in een stroomversnelling gekomen. Afgelopen zaterdag kreeg Khan, die inmiddels huisarrest heeft gekregen, te horen dat hij is ontslagen als wetenschappelijk topadviseur van de regering. Met hem staan nog enkele geleerden en militaire topfunctionarissen in het verdachtenbankje.

Het ontslag van Khan ligt uiterst gevoelig in Pakistan. De geleerde werd daar, ook door de regering, bewierookt als een nationale held wegens zijn aandeel in de ontwikkeling van de eerste `islamitische atoombom'. Volgens een militaire woordvoerder in Islamabad is het onderzoek naar de proliferatie van nucleaire technologie nog niet geheel afgerond, en zal pas daarna een besluit worden genomen over strafvervolging.

De affaire kwam in november aan het rollen na onthullingen van Iran en Libië, vervat in een brief van het Internationale Atoomenergie-agentschap (IAEA) aan de Pakistaanse regering. Na aanvankelijke ontkenningen gaf Pakistan toe dat er mogelijk nucleaire technologie en kennis naar Iran en Libië was geëxporteerd, maar zonder medeweten van de overheid. Waarnemers vermoedden al vele jaren dat ook is geleverd aan Noord-Korea.

Vorige week haalde president Musharraf uit naar de verdachten. ,,Wij zullen hard tegen hen optreden , want zij zijn de vijanden van de staat, die hebben gehandeld uit persoonlijk en financieel gewin'', zei hij.

[vervolg PAKISTAN: pagina 6]

Waarnemers wijzen er op dat generaal Musharraf, die in 1999 de macht greep in Pakistan en nog steeds stafchef van de strijdkrachten is, voor een moeilijke opgave staat, wil hij schoon schip maken. Want, zo wordt algemeen aangenomen, het is moeilijk voorstelbaar dat nucleaire technologie Pakistan uit is gegaan zonder medeweten van de militairen.

Nadat afgelopen zaterdag het ontslag van Khan als wetenschappelijk adviseur bekend werd gemaakt, gaf een hoge Pakistaanse regeringsfunctionaris gisteravond een tweeëneenhalf uur durende uiteenzetting over de stand van zaken in het onderzoek tegenover een selecte groep Pakistaanse journalisten. Volgens de New York Times, die met enkele aanwezige redacteuren sprak, alsmede met Amerikaanse functionarissen, heeft Khan gezegd te hebben gehandeld in belang van de islamitische zaak. Ook zou hij hebben willen bereiken dat, met de komst van meer kernmogendheden, de westerse druk op Pakistan zou afnemen.

De Pakistaanse journalisten kregen gisteren te horen dat alle nucleaire transacties tot stilstand kwamen nadat generaal Musharraf begin 2002 een nieuwe commandostructuur in het leven had geroepen om toezicht te houden op 's lands nucleaire arsenaal. Maar volgens Amerikaanse bronnen gingen de leveranties aan Libië nog door tot vier maanden geleden.

In Nederland verwierf Khan vooral bekendheid door zijn verblijf, tot het midden van de jaren zeventig, bij de vestiging van Urenco in Almelo. Daar legde hij de hand op bouwtekeningen van ultracentrifuges en technische bijzonderheden betreffende de verrijking van uranium, op basis waarvan bij zijn terugkeer in zijn vaderland het Pakistaanse kernwapenprogramma werd ontwikkeld. In mei 1998 bracht Pakistan zijn eerste atoombommen tot ontploffing, in reactie op Indiase proefnemingen.

Volgens Pakistaanse functionarissen zou president Musharraf `adviseur' Khan de afgelopen dagen persoonlijk hebben ondervraagd. Al bijna drie jaar geleden werd Khan uit zijn functie gezet als hoofd van de door hem opgerichte Khan Research Laboratories dat geldt als een van de pijlers onder het Pakistaanse kerwapenprogramma. Waarom generaal Musharraf dat besluit in maart 2001 nam, is nooit geheel duidelijk geworden, maar volgens waarnemers zou hij hebben gehandeld onder zware Amerikaanse druk.

De hoge Pakistaanse functionaris zei gisteravond, volgens de lezing die de New York Times optekende uit de mond van drie aanwezigen, dat Khan tussen 1989 en 1991 nucleaire wapenontwerpen, tekeningen en onderdelen aan Iran heeft doen toekomen. De leveranties aan Noord-Korea en Libië geschiedden volgens hem tussen 1991 en 1997.

Daarnaast zou er nog tot 2000 ,,additionele technologie'' zijn geleverd aan Noord-Korea, wat in tegenspraak is tot recente Noord-Koreaanse ontkenningen dat het werkt aan een programma voor de verrijking van uranium.

Volgens de Pakistaanse functionaris had Khan ontmoetingen met Libische kernwetenschappers in Casablanca en in Istanbul, en sprak hij ondere andere in de Pakistaanse havenstad Karachi met Iraanse wetenschappers. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten bezocht Khan Noord-Korea meer dan tien keer. Waarnemers hebben al eerder het vermoeden uitgesproken dat Pakistaanse nucleaire kennis werd geruild voor Noord-Koreaanse raketten. De goederen werden onder andere via Dubai geleverd, en die met bestemming Noord-Korea aan boord van gecharterde vliegtuigen, mogelijk regeringstoestellen. Ook zou Khan een zakenman uit Karachi hebben ingeschakeld voor transport over land naar Iran.

Een bijzondere rol lijkt Maleisië te spelen. In dat land had Khan ontmoetingen met `wetenschappers' en werden centrifuges gebouwd naar het model van Urenco. De eigenaar van de fabriek is een Sri-Lankees en wordt aangeduid met de naam `Tahir'. Volgens de Pakistaanse lezing was hij een van de verscheidene tussenpersonen die meehielpen aan de proliferatie. Amerikaanse bronnen bevestigden de Pakistaanse mededeling dat `Tahir' inmiddels is opgepakt door de Maleisische regering. Volgens de Amerikanen werd afgelopen oktober nog een lading met onderdelen voor centrifuges ban Maleisische makelijk onderschept op weg naar Libië.

Andere tussenpersonen die gisteravond met hun voornamen werden aangeduid, zijn drie Duitsers en een Nederlander. De laatste zou op een of andere manier betrokken zijn (geweest) bij Urenco, een Brits, Nederlands, Duits consortium.